|
Een obiit van 1089 uit de oude kerk van Lapscheure
In 1583 werd de streek van Lapscheure
in de strijd tussen Noord en Zuid door een dijkdoorbraak van de Zoute Vaart te
Brungeers bij Sluis onder water gezet. Zo ontstond het Lapscheurse gat.
De gevolgen voor Lapscheure waren
fataal. Het volledige dorp kwam in het overstromingsgebied te liggen en zou
nooit meer herrijzen. In de zeventiende eeuw ontstond dan stilaan een nieuw
dorp, meer naar het westen, en werd er in 1650-1652 een nieuwe, nu nog bestaande
kerk gebouwd.
De oude kerk, die was ingestort, werd
grotendeels afgebroken en de materialen werden hergebruikt voor de bouw van de
nieuwe en de ruïne verdween stilaan onder het aardoppervlak.
In 1989 werd deze ruïne, bij
onderhoudswerken aan het nabijgelegen gebouw, eigendom van de heer G. Vynckier
uit Gent, blootgelegd en onderzocht.
Eén van de belangrijke vondsten was een
loden obiit. Het is een vierkant plaatje van ca. 7,5 x 7,5 cm en een
dikte van 8 à 10 mm. Het weegt ca. 400 gr.
Op beide zijden van de plaat is een
tekst aangebracht. Op de voorzijde staat
AN M LXXXVIIII VOLCRAN' LEVITA ObIIT.
Op de achterzijde staat er VI KL (I)AN. Deze latijnse tekst betekent: In het jaar
1089 overleed de leviet Volcranus, op de 6de van de kalenden van januari (27
december 1089)
De plaat werd gevonden bij een graf,
centraal gelegen in het koor van de kerk. Het graf dateert uit de tijd van de
Romaanse kerk of kapel, toen Lapscheure een hulpkapel was onder Oostkerke. In
die tijd werd een obiit in het graf gelegd, onder het hoofd van de overledene.
Dit is de oudst gekende iconografie uit
onze streek. Het was dan ook belangrijk dat deze plaat naar Lapscheure terugkwam
en wij zijn de heer Vynckier zeer dankbaar dat hij instemde om de plaat in de
kerk van Lapscheure te plaatsen.
Luc Devlieger schreef een
artikel over de plaat in het eerste nummer van de Handelingen van het
Genootschap voor Geschiedenis van Brugge 2003, waarin hij het jaartal als
MC LXXXVIIII leest (1189). Op de
plaat staat er echter geen C.
|