't Zwin

 

 

 

 [Afbeelding bedrijfslogo] 

Jacques De Groote   Vlienderhaag 4 B-8340 Damme 050 501032 jacqdegr@skynet.be

 

 

Het vergierrecht van het Sint-Janshuis, volgens de overgeleverde oorkonden.

Damme is gedurende verschillende eeuwen de voornaamste stapelplaats van wijn geweest in Vlaanderen. Al in 1213 spreekt Willem de Bretoen[1], kroniekschrijver van Philips-August, koning van Frankrijk, in zijn “Philippide” zijn verwondering uit over de wijnstapel, die hij te Damme aantreft: Cum ratibus vino plenis, Vasconia quale vel Rupella parit ... (Met kelders vol wijn, uit Gascogne en La Rochelle afkomstig ...).

Er werd vooral wijn uit Poitou en Gascogne verhandeld, die over zee werd aangevoerd, door zowel kooplieden uit La Rochelle, Saint-Jean d’Angély, Niort, e.a., als door kooplieden uit Damme en de Zwinsteden. Zo vinden we verschillende bronnen uit het begin van de 13de eeuw over wijnhandel door kooplieden van Damme.

Ook met de Rijnstreek waren er zeer vroeg handelsbetrekkingen. Al rond 1160 vinden we een tekst, waar sprake is van invoer van wijn in de streek, namelijk in het toltarief van Diederik van Elzas aan de handelaars van Keulen voor de haven van Letterswerve. Ook te Keulen vinden wij een oorkonde[2] van Damme uit 1249, om een einde te stellen aan een geschil, dat de nasleep was van de economische strijd tussen Gent en Keulen. In 1173 had Gent het recht verkregen om zich aan de Rijn in wijn te bevoorraden. Keulen trachtte de wijnhandel met Vlaanderen voor zich te behouden. In deze twist geraakten ook kooplieden betrokken van andere Vlaamse steden, waaronder Damme,. In 1249 kwam er een overeenkomst, die werd bezegeld door akten van de gravin van Vlaanderen, van Gent, van Brugge en van Damme.

Het jaar 1249 is ook belangrijk voor het hospitaal van Damme. Uit dat jaar wordt ons voor het eerst een geschrift in verband met het hospitaal overgeleverd. Door de stad werd het statuut opgesteld dat orde moest brengen in de huishouding van  het O.-L.-Vrouwehospitaal ( domus beate Marie, later St. Jan[3]).

In mei 1269 verleende gravin Margaretha van Constantinopel aan Damme het recht tot het oprichten van een kraan: Et volons encore et ottroions, que nostre eschevin et li communs devant diz aient perpetuelment ung siege asseoir ung instrument que ont appelle communement Crane, pour louvrage des vins estrainges et daultres choses qui arrivent a nostre port du Dam. Dit hijstoestel werd in de eerste plaats gebouwd voor het lossen en laden van de wijnen, die te Damme werden aangevoerd en verhandeld. De kraan werd bediend door de wijnschroders, onder leiding van de connestauel van de kraan[4].

In 1286 werd het recht van courreterie[5] op Rijnwijn te Damme, bij akte[6], door graaf Gwijde van Dampierre aan Huet Bartholome verleend.

Op 21 november 1331 bevestigde Lodewijk van Nevers het stapelrecht van Damme voor de Franse wijnen. Aan de kooplieden van St-Jean d’Angély en La Rochelle werden er vrijheden betreffende de wijnhandel te Damme[7] verleend.

Er werden in deze periode regels voor de wijnhandel opgesteld. Zo mochten bvb. de aangevoerde wijnen maar 1 maal per jaar getest worden, namelijk bij de aanvoer van de nieuwe most. Dit gebeurde door de wijnspuwers. Zo moesten de slecht bevonden wijnen terug uitgevoerd worden of vernietigd. Zo ook werd de inhoud van de tonnen wijn gemeten. Dit gebeurde door een beëdigde wijnmeter.

De stad benoemde deze wijnmeter die de naam droeg van vergierder[8] en zich bediende van een maatstok, de vergierroede.[9] Dit ambt werd door de stad verpacht. In de stadsrekening van 1395-96 vinden we dat de Inghelsche vanden vate aan Walerant Dynan, lombard en tavernier, werd verpacht voor 100 pond parisis.[10]

Begin 1398 kwam daar verandering in toen het recht van de vergierroede door de stad aan het Sint-Janshuis werd gegeven.

Op 8 februari 1398 NS[11] schenkt de stad het recht van de vergierroede aan het Sint-Janshospitaal. De broeder van het godshuis, die het ambt van vergierder bedient, of een ander persoon door het godshuis daartoe aangesteld, mag op elk gemeten vat wijn een Engelsche pennink innen. In het desbetreffende charter kan men lezen dat dit recht vroeger reeds aan het hospitaal toebehoorde.

Waarom was dit recht voor het Sint-Janshuis verloren gegaan? Dit weten we niet, maar het zou kunnen zijn dat het charter, dat dit recht aan het hospitaal vroeger verleende, in de woelige periode, die voorafging, verdween.

Om de periode te situeren, hier enkele data:

In 1382 heeft de slag van Westrozebeke plaats, waar de steden het onderspit moeten delven tegen graaf Lodewijk van Male en zijn bondgenoten. Na hun overgave, moeten de steden hun privileges aan de graaf afgeven en worden ze vernietigd.

In 1384 wordt Filips de Stoute graaf van Vlaanderen.

Op 14 juli 1385 wordt Damme door de Gentenaars, onder leiding van Frans Ackermans, ingenomen en op 27 augustus door Karel VI van Frankrijk terug heroverd. Het zou kunnen dat ook in deze woelige periode, waarbij een deel van de stad werd verwoest, stadscharters verdwenen zijn.

Op 28 december van dat jaar geeft Filips de Stoute de privileges van de stad aan Damme terug.[12]

De oudste overgeleverde Rekening van de stad Damme[13] dateert van 1391.

De oudste, nog bewaarde, klok in het stadhuis dateert uit 1392 en de uurklok uit 1398.

In 1394-96 wordt de Grote Speie gebouwd te Damme, alsook de toren van Bourgondië te Sluis.

In deze periode is er ook veel beweging in de wijnhandel te Damme.

In de rekeningen van de baljuw van Damme Jacob van scathille uit de jaren 1376-77-78[14] lezen we dat het toen verboden was wijnen te mengen, nadat ze van de invoerders gekocht waren. Op het niet naleven ervan stond een boete van 50 lb., twee derde voor de graaf en een derde voor de stad, maar gezien dit meestal niet kon vastgesteld worden, werd er een overeenkomst gemaakt. Er waren nogal wat overtredingen. In de rekening van 11 januari tot 9 mei 1378 staat bv.: Ontfaen van winen te bereedene anders dan zy commen vten lande daer of dat de boete wesen zoude .l. lb. de twee derde myn heere ende terde der stede : Ende omme datment niet beuinden en can So laet de bailliu pais maken. Daarna volgen er 24 namen met de overeengekomen boetes.

Het privilege van Lodewijk van Nevers werd in deze periode, ofwel gedeeltelijk, ofwel volledig, bevestigd door Filips de Stoute in 1385[15], in 1387[16], in 1398[17] en in 1399[18].

In de bevestiging van 1385 staat o.a. dat de burgers, kooplieden, hun dienaars en families, en hun koopwaren onder de bescherming van de Graaf van Vlaanderen zullen blijven; dat geen nieuwe taksen zullen opgelegd worden; dat zij vrij zijn van lagaanrecht, voor zover er zich op het vergane schip tenminste nog een levend dier bevindt. Dit laatste wordt bevestigd in 1398. In 1399 worden brieven gestuurd naar de baljuw en de schoutteet van Brugge ter bevestiging van de privileges en wordt er opgelegd deze brieven te lezen en uit te hangen te Damme.

Er valt hier op te merken dat de besproken periode juist komt na politieke veranderingen, zowel in Vlaanderen, als in de streken van herkomst van de wijnen. Vlaanderen is onder Bourgondisch bewind sinds 1384 en Poitou en Saintonge zijn terug onder de Franse kroon sinds 1373. Ook dit heeft een invloed gehad op de vernieuwing van de overeenkomsten.

Hierna volgt een tabel met verkochte wijnen en met de opbrengst van de tol te Damme in de periode 1379-1396.[19]

 

Jaartal

Aantal tonnen Poitouwijn

Opbrengst van de tol te Damme[20]

1379

10440

in lb. parisis

1382

10440

 

1384

 

7800

1385

1877

 

1386

2970

 

1387

2386

 

1388

2769

 

1389

3008

 

1391

1036

 

1392

2252

 

1393

2586 1/2

 

1394

5810 1/2

 

1395

1401 1/2

 

1396

3084

 

 

Wat deze tabel laat doorschijnen, is dat Damme een van de grootste wijnmarkten geweest is van Europa, zeker voor wat betreft de wijnen uit Poitou, hoewel deze cijfers geen zuiver beeld kunnen geven, daar de aangehaalde jaren verwijzen naar een periode, waar het al veel minder goed gesteld was met Damme.

Om zich een idee te vormen van wat in Damme verkocht werd in die periode, hier een voorbeeld. Enkel aan Poitou-wijn werden er in 1396 3.084 tonnen verkocht. Elke ton bevatte ongeveer 843 liter[21]. Dit geeft een totaal van 2.599.812 liter (3.466.416 flessen van tegenwoordig).

De eindjaren van de 14de eeuw zijn deze van de inname van Damme door Ackermans, en de belegering door de hertog van Bourgondië. In de rolrekening van de ontvangst van de afforage van de ontvanger Matthieu de Mendonc uit 1386 staat onderaan:

Et cy a le dit bailli ment plus recupt de dens le dit terme / pour cause que les gens darmes a dont estoyent ou pais de flandre et cy le ville du dam auvecques le roy et monseigneur de bourgne. Les quelles vendirent leurs vins en plusieurs lieux de ladicte ville sans payer maille ne denier des ... afforages ...[22]. Toch werden er dat jaar 20 tonnen voor lokaal verbruik belast.

In 1394 staan er nog 19 wijnscrooders op de belastingsrollen van de stad ingeschreven, het jaar daarop 23. Hun nering verleent in 1398 een toelage van 500 pond parisis aan de stad, omme te helpen makene de calsieden ende cayen, dewelke al meest te nienten ghegaen waren, en zijlieden meer te doene hadden omme goed te ladene ende te ontladene dan eeneghe andre[23]

Een overeenkomst tussen Damme enerzijds en La Rochelle, Saint-Jean-d’Angély e.a. anderzijds, betreffende de rechten van de kooplieden van laatstgenoemde steden te Damme, dateert van 1396. Wellicht waren de tussenpersonen te Damme te veel op winstbejag uit, want de uitvoerders uit Poitou en Saintonge en hun facteurs hadden erg te klagen over de overgrote kosten en taksen die ze te Damme moesten betalen aan de makelaars, kuipers en anderen. Op 11 maart 1396 NS werd een akkoord bevestigd tussen de magistraat van La Rochelle en St-Jean-d’Angely en het schependom van Damme waarbij een vast tarief werd bepaald, waarvan hier het besluit.[24] In deze bevestiging is er spraak van de overeenkomst, die enkele maanden voordien was gesloten, nl. op 1 juli en 16 augustus 1395.

 

Hacort tusschen dien van der Rochelle ende der stede van Damme(in dorso).

A Tous ceux qui ces presentes lettres verront et orront Reynault Leramier maire, les escheuins conseillers et pers de la ville commune de la Rochelle Salut.

.......................................................

Sauoir faisons que nous assembles en notre escheuinaige au son dela campane ... ... il est acoustumer pour tracter des faiz et negoces deladicte ville veues et diligement regardees les dictes lettres dacord et autres chouses susdictes / Par commun auis et deliberacion euz sur ce entre nous / auons esleu eslisons et declairons notre volente que les diz corretiers pourront prendre et auoir de nous et de noz marchans ou facteurs quatre gronx pour livre degronx / des vins quilz feront vendre tant seullement / Et pour ce et par mice nous les dictes lettres dacord et tout leffet et contenu dicelles ensemblement et toutes autres chouses et commun dessus dicts prenons loue aprouue ratiffie et confirme louons aprouuons ratiffions et confirmons / Et auons promis et promettons pour nous et nos successeurs en notre commune ycelles autre et len. fermes et estables perpetuellement et de non venir encontre par aucune maniere En tesmoing dece nous en auons donne et octroie ausdiz bourgmaistres escheuins bourgois et habitans dela dicte ville dudam ces presentes lettres seellees du seel dela mairie de ladicte ville de la Rochelle / Ce fut fait et donne en notre dit escheuinage / Le xje jour du moys de mars lan degrace mil troiscens quatrevings et quinze

(getekend) huynetea

Dat de Dammenaars deze bepalingen niet naleefden, kan opgemaakt worden uit het feit dat die van La Rochelle zich in 1418 bij de hertog nogmaals beklagen[25] over de afpersingen van die van Damme en Sluis. In 1419 worden hun privileges bevestigd en wordt er herhaald dat ze niet mogen lastig gevallen worden voor het feit dat ze hun wijnen mengen met andere; dat de officieren van de hertog, noch de baljuw de wijnkelders van die van La Rochelle mogen betreden om er wijn te tappen; dat het aan de makelaars verboden is wijn te kopen of lid te zijn van een vennootschap van handelaars op straffe van 60 s. par.

In 1398 krijgt het Sint-Jansgodshuis het recht van de vergierroede terug.

In de oorkonde van de stad[26] staat er:

Wij burgemeesters, schepenen, raadsheren en het gemeen van de stad Damme doen aan allen weten dat, na het advies en de informatie, die ons ertoe brachten de dienst van de vergierroede, die vroeger aan het Sint-Janshuis in Damme behoorde en het huis deed verdienen, en sindsdien weer in handen kwam van de stad of van degenen die werden aangeduid; aangezien het godshuis, dat werd gesticht om de armen te herbergen en de zieken te verplegen en te laven, deze verdiensten heeft verloren door de verliezen en problemen van de stad, waardoor de barmhartigheid en de aalmoezen wegblijven, wat te verwachten was; welke verliezen het godshuis niet meer kan rechtzetten, zonder de troost en de hulp van godsvruchtige mensen; om deze redenen hebben wij uit medelijden en na goed beraad besloten, om de barmhartigheid van het godshuis te verbeteren en om het godshuis in haar vroegere staat terug te brengen, de dienst van de vergierroede in handen van de heer Nicolaas de Vassere, burgemeester van het corps, ten tijde oppervoogd van het Sint-Janshuis van Damme en jonkvrouw Margriet Shoude, grootmeesteres van het voorzegde godshuis te geven ten behoeve van het godshuis. Wij willen dat zij in vrede deze dienst eeuwig kunnen bezitten en gebruiken. Indien de dienst foutief of misbruikt werd, dan zou de stad deze toelating mogen ongedaan maken, zoals dit vroeger reeds het geval was, voor een periode, die zij zelf besliste, behoudens de giften van de heer Jan Bonin. Het is te weten dat, wanneer de dienst in handen zal zijn van het godshuis, dit godshuis zal gehouden zijn een behoorlijke man aan te duiden, een broeder of een ander, om de dienst uit te oefenen, en een ander om de roede te dragen en de dienst te leren. Beiden zullen de eed moeten afleggen voor burgemeesters en schepenen, eer zij de dienst zullen mogen uitoefenen. Indien de vergierders misdeden tegenover koper of verkoper en indien er klacht kwam, dan zal het godshuis verplicht zijn deze fout recht te trekken, bij bevel van burgemeesters en schepenen en zonder kost van de stad. Deze schade zal mogen verhaalt worden op de vergierder. Het godshuis zal ten allen tijde de vergierder mogen vervangen, op eigen risico, mits dat de nieuwe vergierder de eed zal moeten afleggen, zoals voordien gezegd. De vergierders zullen ook niet mogen vergieren buiten het schependom van Damme, mits de toelating van burgemeesters en schepenen. Het godshuis, of degene die de dienst voor het godshuis zal uitoefenen, zal op elk stuk dat gestoken word een engelse penning innen, zonder verder drinkgeld of iets anders, en dit van de koper en niet van de verkoper. Omdat wij burgemeesters, schepenen, raadsleden en het gemeen van Damme willen dat het godshuis in vrede en ten eeuwigen dagen de giften en de aalmoezen blijft behouden, hebben wij van deze bepalingen twee eensluidende brieven laten maken, waarvan de stad er een heeft en het godshuis het ander, en hebben wij deze brieven bezegeld, voor alle zekerheid, met de zegel van zaken van de stad Damme, de welke wij nu gebruiken in al onze akten, bij gebrek aan onze zegel van banden. Gemaakt en gegeven op 8 februari in het jaar ons heren 1397 (OS).

Enkele weken voordien hadden Nicolaas de Vassere[27], oppervoogd van het godshuis van Sint-Jan, en Margriet Shoude, grootmeesteres van het godshuis, voor de schepenen van de stad, de dienst van de vergierroede aan Perceval Bonin, bastaardzoon van Jan Bonin vander Pensen[28], overgedragen, om deze in naam van het godshuis te gebruiken, van zodra dit recht aan het godshuis zou gegeven worden. Perceval Bonin werd voor het leven in zijn ambt bevestigd door de schepenen. Hij moest jaarlijks 3 pond groten aan het hospitaal betalen. Dit werd bevestigd door het charter van de stad op 18 december 1397[29]. De inhoud van de tekst is de volgende:

Wij burgemeesters, schepenen en raadsheren van Damme doen aan allen weten dat de heer Nicolaas de Vassere, burgemeester van het corps, ten tijde oppervoogd van het Sint-Janshuis van Damme en jonkvrouw Margriet Shoude, grootmeesteres van het voorzegde godshuis voor ons gekomen zijn. Zij hebben bepaald dat Perceval Bonin, bastaardzoon van Jan Bonin vanden Pensen, de dienst van de vergierroede zou beheren en gebruiken in naam van het godshuis, zijn leven lang, vanaf het ogenblik dat de dienst in handen zal komen van het godshuis, en dit met alle voordelen die door de stad aan het godshuis zullen gegeven worden. Daarvoor zal Perceval Bonin elk jaar 3 pond groten aan het godshuis betalen, op midwinter. Indien hij in verband daarmee in gebreke zou blijven, dan zal men inning op hem doen ten bate van het godshuis, alsof het stadsgoed was. Perceval Bonin zal bovendien, op eigen kost, verplicht zijn een knaap aan te nemen om de vergierroede achter hem te dragen. Indien het godshuis besliste een broeder of een knaap aan te stellen om de vergierroede te dragen of om het vergieren te leren, dan is Perceval Bonin verplicht dit nauwkeurig aan te leren, zonder kosten voor het godshuis. Indien de knaap of de broeder dagelijks de vergierroede draagt, maar het vergieren niet leert, dan zal Perceval verplicht zijn gedurende zijn ganse leven 4 ponden te betalen. Indien Perceval vals zou vergieren, en dit vastgesteld zou worden door de koper of de verkoper van de wijn, dan zal hij verplicht zijn dit recht te trekken, bij beslissing van de schepenen en zonder last voor het godshuis. Indien hij op een of andere manier in zijn dienst misdeed, dan zullen de schepenen het recht hebben te bepalen naar de misdaad. In uiterst geval, indien de misdaad zo groot zou zijn, dan zal de toelating ingetrokken worden, zonder wederzeggen van Perceval. Van deze toelating zijn er drie eensluidende brieven, een voor de stad, een voor het godshuis en een voor Perceval. Gemaakt en gegeven op 18 december in het jaar ons heren 1397.

In 1399 komt de vergierder van La Rochelle, Budon Decoles, naar Damme, dewelcke hier an de stede ghesent was om seker zaken anegaende de vinetrie en der gauge van beder steden omme het behoud van de coopmanne.[30] De juiste toedracht van dit gebeuren, kennen we niet, maar er is veel kans dat toen de rol werd geschreven, waarvan een kopie in het Sint-Janshospitaal nog aanwezig is, welke de manier waarop de vergierder de vergierroede moet maken, alsmede de bewerking van het vergieren zelf, opgeeft. De tekst is:

Dit es de Reghele generael bi der welcker men eene roede zal maken daer men mede zal vergieren.

Eerst zal men maken ene pype van lode houdende een vierendeel so dat de pype ten tween waeruen zal houden eenen stoop / Ende men zal maken ene roede tweewaeruen also lanc als de pype rechte juufte. Ende danne zal men nemen die wide van pype met ene passere binnen sboords ten beghinsele vander pype / Ende die wide zal men tekenen an de roede / ten een hende beghinnende juuste / Voord een vad also wyt. als die steke vander wide vander pype / Ende also lanc als die roede houdende enen stoop / Wille men danne vinden jn de roede twee stoop jof drie of viere / so zal men delen / die wide vanden stope die ghetekent es an die roede. Jn zeuen dele ghelyc / Ende zal men den passer setten vp dat vijfde deel vanden zeuen dele vors. / Ende dat beghinnende ten hende van der roede juuste / ende dat zal men dobbelen vpwaert / Ende die steke die ghi danne vinden zult zal houden twee stoop. Daer naer zal men den passere setten vp dat zeste zeuenste deel en dat ooc up tbeghinsel vander roede vors. / Ende dat zal men vpwaert dobbelen / so zal men vinden drie stoop. Vord zal men nemen tseuenste zeuende deel dat es die wide vander pype / Ende dobbeleerd dat vpwaert / dan zal men vinden viere stoop. Vord weet dat elke mate jn de diepe van der roede ghedobbeleerd doet vierwaeruen also vele als soe zelue doet. Alse een stoop ghedobbeleerd maect. Vier stoop. twee stoopen ghedobbeleerd maken viij. stopen. Drie stopen ghedobbeleerd maken twalef stopen. Viere stopen ghedobbeleerd maken een zester. Jtem een zester ghedobbeleerd maect viere zesteren. Jt twee zesteren ghedobbeleerd maken .viij. zesteren. Jt drie zesteren ghedobbeleerd / maken twalef zesteren. Jtem viere zesteren ghedobbeleerd / maken zestiene zesteren. Vord zal men elke mate die men heeft an de roede bouen de wide van den stope tote enen zestere vp delen in viere delen effen ghelyc / dat es te wetene / twee stopen .iij. stopen / viere stopen / vijf stopen / zes stopen / zeuene stopen / achte stopen / ende also voord tote men comt toten zestere Elken stoop bi hem ghedeelt in viere delen effene ghelyc alst vorseid es / Ende daer vte zal men nemen alle de andere maten die men maken zal in de roede / Want elke mate die moet dobbelene also alst voeseid es / daer bi es elc stoop in vieren ghedeelt / omme dat viere pinten maken enen stoop / So sal men nemen enen stoop ende ene pinte ende dobbelere dat so vint men vijf stoop / Vord nem eenen stoop ende twee pinten / so vint men zes stoop. Jtem / nem eenen stoop / ende drie pinten so zal men vinden zeuene stoop Jtem / Neem die mate van tween stopen ende dat zal men dobbelere vpwaert / so zal men vinden achte stoop  Jtem nem de mate van tween stopen ende ene pinte so zal men vinden neghene stoop Jtem nem de mate van tween stopen ende tween pinten So zal men vinden tien stoop Jtem neem de mate van tween stoop / ende drie pinten / So sal men vinden elleuen stoop. Jtem / nem de mate van drien stopen / zo salmen vinden twalef stoop. Jtem / nem de mate van drien stopen ende ene pinte ende dobbelere dat / so vint men dartiene stoop. Jtem nem de mate van drien stopen / ende twee pinten ende dobbelere dat / So vint viertiene stoop. Jtem nem de mate van drien stopen / ende drie pinten So vint men vichtiene stoop. Jtem nem de mate van viere stopen ghedobbelerd / so zal men vinden een zester. Ende also vord dobbelere ende dele elke mate so zal men de roede vulmaken jn die dipe Nv so heeft men den diepe van den vate. Vord willic v leren die langhe te vindene vanden vate / Omme dat alle vate niet eens ne sijn / So es dese reghele ghemaect. men zal delen den langhe vander roede in zestiene delen heuen ghelyc/ dan zal men vergieren in deser manieren/ men zal nemen den wide vanden tween bodemen vp dat si ghelyc sijn Ende es die ene bodem wider dan die ander / so deel dat in die rechte middel / ende dan zal men nemen die roede ende steicse in de bonde / also men placht te doene die dughe of ghesleghen / mac daer een teken / Ende danne zal men delen die spacie vander bonde ende van den bodeme in die rechte middel so zal men hebben de rechte diepe van den vate na der ordenanche van der roede / Ende daer naer zal men nemen den langhe vanden vate vp die twee bodeme so ghi juust moghet / Ende es die roede no te cort no te lanc so houd dat vad also vele als ghi vind in die diepe no min no mee. Rekent also menich zester als ghi vind in v diepe / also menich stoop doet elc zestiende deel in de langhe / also menich half zester in de diepe / also menich halve stoop doet elc zestiende deel in de langhe / Ende heb ghi vier stoop in de diepe / so doet elc zestiende deel in de langhe ene pinte der manieren als hier naer volghet / Es dat vad een zester diep / So doet elke steke es te verstane elc zestiende deel in de langhe enen stoop Jtem eist een zester ende vier stoop diep / so doet elke steke in de langhe enen stoop ende ene pinte.. Eist een zester ende achte stoop diep / So doet elke steke in de langhe .ij. stoop.. Eeist een zester ende twalef stoop diep / So doet elke steke .enen stoop ende drie pinten.. Eist twee zester diep / so doet elke steke twee stoop.. Eist twee zester ende viere stoop diep / so doet elke steke .ij stoop ende ene pinte.. Eist /ii1/2. zester diep /so doet elke steke .ii1/2. stoop.. Eist /twee zester ende twalef stoop diep / So doet elke steke .twee stoop ende drie pinten.. Eist drie zester diep / So doet elke steke .iij. stoop.. Eist .drie zester/ ende vier stoop diep / So doet elke steke drie stoop ende ene pinte.. Eist .iii1/2. zesteren diep / so doet elke steke .iii1/2. stoop.. Eist drie zesten/ ende twalef stoop diep / so doet elke steke drie stoop ende drie pinten.. Eist viere zesteren diep so doet elke steke inde langhe .viere stoop.. Ende in deser manieren aldus doende so moghen di vinden alle maten die ghi begheert te vindene van wat vate dat het si / eist lanc eist cort van so wat maetsele dat die vate syn/ Eist also lanc als die roede so hout dat vad also vele als ghi vint inde diepe.. Eist langher sact de roede vord tote dat ghi de langhe hebt / ende dan besiet hoe vele dat ghi hebt in de diepe / Elc zestiende deel dat ghi vort sact doet also vele stope als ghi zesteren hebt inde diepe / ende also zuldt corten ende langhen also alst vorseid es. Omme dat die vate niet also lanc syn min nocm mee als die roede..

Naer de costume die men houd in de stede daer men vergiert so zal men de roede maken / Eist bi zesteren / eist bi amen / eist bi nudden / Also menich stoop als datz zester doet / jn also menighen dele zal men die langhe van der roede delen / Ende diergheliken van den amen / ende vanden nudden / Eeist dat ene ame doet xxx stope / so moet men die roede deelen jn die langhe in xxx.. Eeist dat een nudde doet viertich of vichtich / so moet men die langhe delen in viertighe of in vichtiche / na der mate die gaet jn die stede.

(Ander geschrift)

Dus vele es men sculdich of te slane met rechte van allen winen . Beede van rijnschen ende van corten. wat dat van buten lande comende es. dat es te wetene. dat es van .vij. zestren nederwaerd. dat gheeft ouer .iiij. stope. Ende wat dat es tusschen den .viij. ende den .xij. zestren. dat gheeft ouer . viij. stope. Ende wat dat es tusschen den .xiij. ende den .xvij. zestren / dat gheeft ouer .xij. stope. Ende wat dat es tusschen den .xvij. ende den .xxvi. zestren dat gheeft / ouer .xvj. stope. Ende wat dat es tusschen den .xxvi. ende den .xxxviij. zestren dat gheeft / ouer .I.1/2. zester. Ende wat dat es tusschen den .xxxviij. ende den .xlviij. zestren. dat gheeft ouer .ij. zester. Ende wat dat es tusschen den .xlviij. ende den .lx. zestren. dat gheeft ouer .ij.1/2. zester

Een dume beneden dat es die droeseme ende twee daer bouen ende elc .tzester essculdich tehebbene .iij. pinten tebaten daer men een roede maken sal.

(Op de achterzijde staan er 69 maattekens en een veel later geschreven tekst: dit es van den stocke die xii stoop die hoghenen 1 pinte ende x deel van 1 vierendele)

Waarom is niet geweten, maar het staat vast dat het recht van het vergieren voor het Sint- Janshuis nogmaals verloren ging, want in 1430 komt de hertog tussen opdat de vergierroede terug zou gegeven worden aan de broeders van het hospitaal. Anseelme Haermare ghesent te Brugghe aen de buerchmeesters met eene brieve commende van de Hertoghe aen de baljuw vanden Damme / inhoudende dat men de vergierroede van het Sente Janshuus weder sou liveren aen de broeders als te vooren ofte dat men verantwoorden soude waeromme men het niet soude doene…[31]

[32]

Op 22 december 1479 kent de stad opnieuw, en nu tot eeuweghen daghen, aan het godshuis het recht van de vergierroede toe als tegemoetkoming, daar het, bij gemis aan voldoende inkom­sten, - ten gevolge van de oorlog en van de pest waren giften en aalmoezen van liefdadige personen achtergebleven - niet meer in de mogelijkheid was de armen te herbergen en te verzorgen.  Een paar voorwaarden worden door de stad gesteld: de broeder of een andere door het hospitaal aangestelde vergierder, zal op de hoogte zijn van zijn taak “een souffisanten man ... die tofficie can ende regnere”; hij zal een helper bij zich nemen aan wie hij het vergieren zal aanleren.  Beiden worden voor de burgemeesters en schepenen beëdigd. De over­ste van het hospitaal zal elke week aan iedere zieke een pint wijn geven en de kloosterlingen op zon- ­en feestdagen op wijn vergasten.[33]

Wij burgemeesters, schepenen, raadslieden en het gemeen van de stad Damme doen aan allen weten dat vandaag voor ons gekomen zijn de heer Clays de Bekker, burgemeester van het corps van Damme, in deze tijd oppervoogd, en jongvrouw Agnes Smans, grootmeesteres van Sint-Janshuis in Damme. Zij hebben ons, als procureurs en beschermers van het godshuis, in de naam van onze geduchte heer en prins noodzakelijk te kennen gegeven hoe dat, door de oorlog en de pest, die lang gewoekerd heeft, vooral in het Sint-Jandhuis, de aalmoezen, die de devote personen hier vroeger gewoon waren te geven, en andere profijten, waarmee het godshuis tot op heden werd onderhouden, zo verminderde dat het niet meer mogelijk is de armen, waarvoor het godshuis werd gesticht, te herbergen en dergelijke, zonder de troost en de hulp van goede, godsvruchtige personen. Zij hebben ons ootmoedlijk gebeden hen te helpen. Uit medelijden en na grote deliberatie hebben wij eenparig besloten de dienst van de vergierroede aan Clays de Bekker, voogd, en aan Agnes Smans, grootmeesteres, te geven ten behoeve van het godshuis. Wij hebben ze in het bezit ervan gesteld opdat het godshuis deze dienst eeuwig in vrede zou kunnen gebruiken, hetzij dat de dienst misbruikt zou worden. Dan zou de stad de dienst aan het godshuis kunnen ontnemen, voor zo lang het beslist wordt. Het is te weten dat het godshuis gehouden is een bevoegde man aan te stellen, een broeder of een andere, die in staat is de dienst uit te oefenen, en bij hem een ander, die de roede draagt en de dienst leert. Beide zullen de eed moeten afleggen voor burgemeesters en schepenen, vooraleer zij de dienst zullen mogen uitoefenen. Zou de vergierder de dienst slecht uitoefenen en kwam er daarvoor een klacht van koper of verkoper en werd het vastgesteld, dan zal het godshuis gehouden zijn de schade te vergelden, zonder onkosten voor de stad. Het godshuis zal dit op de vergierder kunnen verhalen. Het godshuis zal ten allen tijde de vergierder kunnen vervangen, op eigen risico. De nieuwe aangestelden zullen de eed moeten afleggen, zoals voorzien is. De vergierders zullen buiten het schependom van Damme niet mogen vergieren, zonder de toelating van de schepenen. Het godshuis of haar aangestelde, zal op elk stuk wijn, of het vergierd wordt of niet, een salaris krijgen, zoals van oudsher voorzien is, en dit van de koper en niet van de verkoper. Daarenboven heeft de grootmeesteres beloofd eeuwig en erfelijk te bezetten dat op de vier hoogdagen en op elke zondag een vierendeel wijn zal gegeven worden aan de geestelijken, die in het godshuis verblijven, en aan elke arme, die in het godshuis ziek ligt, een pint per week. Verder heeft de grootmeesteres beloofd eeuwig en erfelijk te bezetten dat elk jaar een gezongen mis op onze lieve vrouw verloren dag zou opgedragen worden aan het altaar van de kapel van het godshuis ter ere van god, van de heilige maagd en van sint Jan, ter lafenis van allen, die goed hebben gedaan voor het godshuis. En omdat wij, burgemeesters, schepenen, raadslieden en het gemeen van de stad Damme willen dat al wat voorschreven is, goed, zeker en wel gehouden zou blijven, zoals hierboven geschreven staat, zo hebben wij deze brief doen zegelen met de zegel van zaken van de stad Damme. Dit was gedaan op 22 december in het jaar ons heren 1479.

 

(Getekend op de plica:) J Lennoot.

Het hospitaal bleef dit voorrecht nog bijna 100 jaar behouden. In de rekening van het St-Janshospitaal van 1565-66 staan de inkomsten van de vergierroede voor de laatste maal ingeschreven.

[34]

Met de ondergang van de haven is ook de wijnhandel in de loop van de 16de eeuw voor Damme verloren gegaan en is de wijnstapel overgeplaatst naar Gent en naar Zeeland. Dit was grotendeels te wijten aan het afsluiten door Brugge van het deel van de Verse Vaart tussen Damme en Bekaf, dat enkele jaren voordien was gegraven. Daardoor was het niet meer mogelijk met schepen, rechtstreeks uit het Zwin, naar Damme te varen en was de verbinding met de zee in zulke mate moeilijk geworden, dat er gekozen werd voor andere bestemmingen.

BIJLAGE 1.

Teksten van de charters.

1.- Burgemeesters, schepenen en de raad van Damme oorkonden dat Nicolaas de Vassere, oppervoogd, en Margriet Shoude, grootmeesteres van het godshuis van Sint-Jan, voor hen de dienst van de vergierroede aan Perceval Bonin hebben overgedragen, om deze, in naam van het godshuis te gebruiken, zijn leven lang.

A. Origineel: Damme, Archief Sint-Jan (18 december 1397). Perkament (H 287 + plica 40, B 388 mm); uithangende zegel. In dorso:

Geschreven door de zelfde hand als SAB, Politieke charters, eerste reeks, 779 (10 jan 1395).

Wij Burchmeesters Scepenen ende Raden vander stede vanden Damme doen te wetene allen lieden dat voor ons commen zijn int ghemeene vander camere dheer niclais de vassere burchmeester vanden courpse binder stede vorseit in desen tyt als oppervooght van Sinte Janshuuse in den dam Jtem joncvrauwe margriete shonde grootmeestrichghe vanden vors godshuuse Ende hebben gheconsenteert ende ghewillecuert perchevale boninne sheer jan bonins vanden pensen bastaerdezone de officie van der vergierroede inde name vanden vors. godshuuse te gouuerneirne te regierne ende te vserene zijn leuen lanc ghedurende jngaende vander tijt dat de vors. officie vallen zal inden handen vanden vors. godshuuse met al zulken proffijten als se de stede vors. den vors. godshuuse gheresinghneirt ende ouer ghegheuen heift Ende dit biden consente van scepenen der voren der toe ghedaen Ende voort ouer mids drie pond grote siaers die de vors. percheuael elcx siaers den vors. godshuuse draf besorghen ende gheuen zal zijn leuen lanc ghedurende ingaende ter tijt dat de profijte vallen zullen in zijnen handen Ende es te wetene dat hi de vors. drie pond grote den vors. godshuuse betalen zal telken mitwintere in elc jaer Ende waer de vors. percheuael drof in ghebreke ware zo zal men de vors. godshuuse jnninghe vp hem der of doen als oft ware vander stede goede Ende bouen desen zal de vors. percheuael ghehouden zijn eenen cnape te bezorghene die de vergierroede achter ham draghe zonder sgodshuus cost Ende ware dat zake dat tvors. godshuus den vors. percheuale eenen broeder of eenen cnape leueren wilde omme de roede achter hem te draghene ofte omme te leeren vergierne So es te wetene dat hem percheuael vors. dat es sculdich wel ende ghenauwelike te leerne zonder den cost van den godshuuse vors. Ende draecht de vors. cnape ofte broeder jaerlix achter hem weder hijt leerne ofte ne doed so zal hi den vors. godshuuse ghehouden zijn dachlix viere ponden grote te betaelne ten termine vors. zyn leuen lanc ghedurende Behouden dies dat ware dat zake dat hem de vors. percheuael in den vorseiden dienst mesuseerde in qualike vergierne ende het beuonden worde biden achtervolghene vanden copere ofte den vercopere zo sal de vors. percheuael ghehouden zijn dat te beterne ten zecghene van scepenen ende tvors. godshuus scadeloos der af te houdene Waerooc dat zake dat hi hem inden vors. dienst in eenighen andren manieren mesuseerde dat of godwille niet zijn ne zal dat scepenen altoos dies ghelooft zullen zijn om der af voor al de kennesse te hebbene ende daer vp te ordenerene na de quantiteit vander mesdaet Ende omme ten vutersten ware de mesdaed zo groot tvors. consent met allen ten nienten te doene ende te wederroupene zonder den vors. percheuael daer in eenich wederzecghen te hebbene Ende van desen jeghenwordeghen consente zijn drie letteren eens sprekende wanof de steede deene heift thaerewaerts, tgodshuus dandre de derde de vors. percheuael Ghemaect ende ghegheuen den achttiensten dach in decembre jnt jaer ons heeren m.ccc. zeuen ende neghentich

Het uithangende zegel is het eerst gekende van dit type: Schild met dwarsbalk beladen met een hond, vergezeld in het schildhoofd van drie lelies, het schild met een geruit veld en gehouden door twee schildhouders staand in een schip ( met lange kleren aan en een muts op ofwel met halflang krulhaar), varend op de golven, op een veld van bloeiende takken. De legende is: + SIGILLVM . SCABINARVM . VILLE . DE . DAM . AD . CAVSAS . ET . NEGOTIA . NON  AD  CONTRACTUS. Er is geen tegenzegel.

 

2.- Burgemeesters, schepenen en de raad van Damme oorkonden dat zij de dienst van de viergierroede aan het godshuis van Sint-Jan geven, in handen van Clais de Vassere, voogd, en Margriet Shouts, grootmeesteres van het godshuis.

A. Origineel: Damme, Archief Sint-Jan (8 februari 1398 NS). Perkament (H 287 + plica 40, B 388 mm); uithangende zegel. In dorso:

Geschreven door de zelfde hand als SAB, Politieke charters, eerste reeks, 779 (10 jan 1395).

Wij Burchmeesters Scepenen rade ende al tghemeene vander stede van den Damme doen te wetene allen lieden dat wij ghemerct auijs ghehadt ende wel ten vulle gheinformeert / Dat onze vordien ute der eenlichede van der vors. stede / ende omme zekere ende notable zaken die hemlieden daer toe porreden den dienst vander vergierroede den welken in tyden verleden tgodshuus van sint Jans huus in den Dam in handen hadde ende deide verdienen met zulken rechten als daer toe stonden Ende de welke dienst oynt zident in handen vander stede vors. ofte van den gonen dien zijs jonste gheweist heift  / Wij aenziende dat tvors. godshuus twelke ghefondeert es omme de aerme te herberghene de zieken te heffene te legghene ende te lauene tmeeste deel van alzmen goede beede muebel ende onmuebel / midz den verlise ende der distourcie vander stede verloren heift / midz den welken de vors. caertate ende aelmoesene also te duchtene es verachtert blijft / Van welken verliese tgodshuus vors. nemmermeer becommen ne mochte zonder den trooste hulpe ende souccourse van den ghonen godvruchteghen meinschen / Om twelke wij compassie hebbende ten vors / by groter voorsienichede ende met goeden ryper deliberatie  / omme de meersinghe  der welke van caertaten omme alle andren exempel van weldoene te gheuene Ende te dien hende dat tvors. godshuus te perfectien ende te zinen eersten state commen moghe hebben eendrachtichlike / den vors. dienst vander vergierroede gheresighneert in den handen van den heere Clais den vassere burchmeester vander courpse binder stede vanden Damme in desen tijt als vpper voocht vanden vors. godshuus ende van joncvrauwe margriete shouts grootmeestrichghe van den vors. godshuuse ende dit vors. godshuus behouf Ende hebben se der af in possessien ghezet ende .enen Willen ende begheeren dat tvors. godshuus den vorseiden dienst paysiueleke possessere ende ghebruke teeuweleken daghe / Ofte het ne ware dat hy vilainlike verbuert ende mesuseirt worde / zo soude de stede hare eerlichede moghen doen hand der an slaen ende tgodshuus onghebruclich der af maken alze langhe alst haer ghegheuen zoude ghelijc onse voordien in tyden verleden ghedaen hebben  Behouden der ghifte die dheer Jan bonin van den vors. dienste beseghelt heift vander stede vanden Damme te zinen liue in harer virtuut / Ende es te wetene dat zo wanneer dat de vors. dienst gheuallen zal ziin in den handen vanden vors. godshuze dat tgodshuus ghehouden zal ziin eenen souffisanten man der toe te houdene eist broeder eist ander die de vors. officie can ende regiere ende eenen andren by hem die de roede draghe ende de officie leere ende helpe doen ende zullen beede samen eed moeten doen voor burchmeester ende voor scepenen al eer zij eenighe officie doen zullen zulken als daer toe behoren sal / Voort waert dat zake dat de vors. vergierers qualeken vergierden waert den copere ofte den vercopere / Ende clachte der ouer came ende het beuonden worde by te watere te lecghene datter mesdaet in ware / die mesdaet zal tgodshuus vors. ghehouden ziin te beterne te zecghene van burchmeesters ende van scepenen zonder den cost vander stede / Ende die scade zullen zij moghen heesschen ende verhalen an hare vergierer / Ende midz desen zal tvors. godshuus hare vergierers moghen verandren tallen tiden alst hemlieden goed dinken zal vp haerleder auenture behouden dies dat de gone die zij in de officie stellen zullen altoos haren eed moeten doen eer zij de officie beghonnen of doen zullen ghelijc voren gheseit es / Ende es te verstaene dat de vors. vergierers niet en zullen moghen vergieren buten scepenendomme zonder consent van burchmeesters ende scepenen vors. Ende es te wetene dat tvors. godshuus ouer den dienst hebben zullen of de gone die den dienst van haerleder weghe doen zal / eenen Jnghelschen penninc van elken sticke dat hi steken zal zonder meer ouer drincghelt ouer hoofscede ende ouer al datter an cleuen zal Ende dit vanden copere ende niet vanden vercopere Ende omme dat wij Burchmeesters scepenen rade ende al tghemeene vander stede vanden Damme vors. willen ende begheeren dat tvors. godshuus paysiuelike bliue possesserende vander vors. ghiften ende aelmoesenen teeuweliken daghen metter condicie de stede hare eerlichede der in behoudende / ende tgodshuus vors. met zulken constrainte ende ordenancen als vorscreuen es So hebben wij hier of twee lettren doen maken eens sprekende wanof de stede de eene te haerewaerts heift / ende tgodshuus vors. dandre ende die doen bezeghelen omme de meerer versekerthede metten zeghele van saken vander vors. stede van Damme den welken wij ter tijd van nv useren in allen onsen acten in ghebreke van onsen zeghele van banden / ghemaect ende ghegheuen den achsten dach in sporkelle jnt jaer ons heeren m ccc zeuen ende neghentich -

Het zegel is hetzelfde als dat van ASJD, 18 december 1397. Er is geen tegenzegel. Wat hier merkwaardig is, is het feit dat in de akte geschreven staat: bezeghelen ... metten zeghele van saken vander vors. stede van Damme den welken wij ter tijd van nv useren in allen onsen acten in ghebreke van onsen zeghele van banden, wat erop zou kunnen wijzen dat het groot zegel verdwenen was.

 

3.- Burgemeesters, schepenen en de raad van Damme oorkonden dat zij aan Clays vanden Bekken, oppervoogd, en Agnes Smans, grootmeesteres van het godshuis van Sint-Jan, de dienst van de vergierroede ten eeuwigen dagen hebben gegeven, ten behoeve van het godshuis.

A. Origineel: Damme, Archief Sint-Jan (22 december 1479). Perkament (H 275 + plica 77, B 550 mm); uithangende zegel. In dorso: Dit es den charter van de ghifte van den vergyereghe

Wij Burchmeesters scepenen Raed ende al tghemeene vander stede vanden Damme / Doen te wetene allen lieden hoe dat vpten dach van heden voor ons ghecommen zijn jn onze camere dheer Clays vanden beckene burchmeester vanden course vander voors. stede vanden damme jn desen tyden als vpper voocht ende joncvrauwe angniete smans groote meestrighe van sinte janshuus jnden Dam voors. Ende hebben ons als procureurs ende beschermers vanden voors. godshuuse vuten name van onsen harden gheduchten heere ende prinche nootzakelike te kennene ghegheuen / hoe dat byder oorloghe ende pestilentie die langhen tyt gheregneert heift zonderlinghe jn tvoors. godshuus / de aelmoessen die deuoten persoonen hier voortyts den zeluen godshuuse gheploghen hebben te gheuene ende toe te legghene ende andere proffyten ende veruallen daermede tvoors. godshuus totten daghe van heden jn state onderhouden heift gheweist zo ghedeclineert ende ghefaclynert als dat niet wel moghelic en es dat men de aermen daeromme dat tvoors. godshuus ghefondeert es herberghe heffe legghe ende lanc zonder den troost hulpe ende secourt van goeden godsvruchtighen persoonen / Ons oetmoedelike biddende dat wij hemlieden vushandich jn dies voors. te wesen wilden / Vuten welcken wij beroert zijnde met compassien by grooter voorsienichede met goeder ryper deliberatie omme der meersinghe der werecken caritaten ende omme ander exemple te gheuene van weldoene Ende te dien hende dat tvoors. godshuus jn wesene ende in state bliue moghe. hebben eendrachtelike den dienst vanden vergierroede den voors. heer clays van den beckene burchmeester vanden courpse binder voors. stede vanden damme jn desen tyden als vpper voocht vanden voors. godshuuse ende van joncvr angniete mans als groote meestrigghe vanden zeluen godshuuse ende tvoors. godshuus behouf ghegheuen ende ghejonnen Ende hebben daerof jn possessien ghestelt ende stellen willende ende begheren dat tvoors. godshuus den voors. dienst paisiuelike possesseere ende ghebrucke tot eeuweghen daghen ofte het ne ware dat hij vylenelike verbuert ende mesureert worde zo zoude de stede an haer eerlichede hand doen slaen ende tgodshuus onghebrukich daerof maken alse langhe als haer ghelieuen zoude Ende es te wetene dat tgodshuus ghehouden zal zijn eenen souffisanten man daertoe te houdene eist broeder ofte andere die tofficie can ende regnere ende eenen andren by hem die de roede draghe ende tofficie leere ende helpt doen ende zullen beeden hunen eedt moeten doen voor burchmeesters ende scepenen al eer zij eenighe officie doen zullen als daertoe behooren zal / voort waert zoo dat de vergierert qualiken vergierden / Waert de coopere of den vercoopere ende clacht daer ouer came ende het beuonden werde by te watere te legghene / Daret mesdaet jn ware dit mesdaet zal tgodshuus voors. ghehouden worden te beterene ten zeghene van Burchmeesters ende scepenen zonder cost vander stede ende die scade zullen zij moghen halen an hare vergierders / Ende midts desen zal tvoors. godshuus moghen veranden zijne vergierders tallen tijden alst hem of die tregement hebben zullen goed dunken zal vp haerlieder auenture / Behouden dies dat de ghene die zij jn dit voors. officie stellen zullen altoos hueren eedt moeten doen eer zij tvoors. officie beghinnen of doen zullen ghelyc vooren gheseyd es / Ende es te verstane dat de vergierders niet ne zullen moghen vergieren buuten den scependomme zonder consent van burchmeesters ende scepenen voors. / Ende es te wetene dat tvoors. godshuus ouer den dienst hebben zal of de ghuene die den dienst vuter name van dien doen zal van elcken sticke wyns weder het gheuergiert es of niet alsulcken salaris alser van ouds toe ghestelt es ende als men jeghenwoordelike nv daerof ontfanct ouer vruchtghelt over hoofschede ende ouer al datter ancleuen zal / Ende dit vanden coopere ende niet vanden vercoopere / Ende heift mids desen de voornoomde groote meestigghe belooft te bezettene eeuwelike ende eruelike gheduerende een vierendeel wyns ghegheuen te wordene ten vierhoochtyden ende alle zondaghen den religuesen Die nv jnt voorseide godshuus zijn ende hier naermaels daerin wesen zullen onder hem allen / Ende voort eene pinte wyns de weke elcken aermen die jn tvoorseide godshuus ziec zullen ligghen / Voort zo heift de zelue meestrigghe belooft te bezetten eeuwelike ende eruelike eene zinghende messe alle jare ghedaen te zyne ten outhare vander cappelle vanden zeluen godshuuse vp onser vrauwen dach die men heet verloren Ter eere van gode van hemelrycke van reyner maghet marien zynde ghebenendider moeder ende myn heere sinte Jan jn lauenesse van alle de zielen die den voors. godshuuse duecht ghedaen hebben ende voortan doen zullen Ende omme dat wy burchmeesters scepenen raad ende al tghemeene vander stede vanden Damme voors. willen ende begheeren dat alle de voorscreuen ende voorseide dinghen bliuen goedt zekere ghestade ende wel ghehouden jnder manieren dat zij hier bouen ghescreuen ende verclaerst staen. So hebben wij dese presenten lettren ghedaen zeghelen metten zeghele van zaken vander voors. stede vanden Damme / Dit was ghedaen vpten twee en twintichsten dach van decembre jnt jaer ons heeren duust vierhondert neghene ende tseuentich. (Getekend op de plica:) J Lennoot.

Het zegel, van hetzelfde type als de vorige akten van Sint-Jan, heeft een tegenzegel. Een springende hond op een ondergelopen terrein, vergezeld van een lelie in top. De legende is: + CONTRA . SIGILLVM . VILLE . DE . DAM . AD . CAVSAS

 

BIJLAGE 2.

Zegels aan de charters.[35]

           

Zegel charter 1397.

Zegel charter 1398.

  

Zegel charter 1479.

Tegenzegel charter 1479.


[1] Geboren tussen 1165 en 1170 en gestorven na 1226. Hij werd kapelaan van Philips-August en schreef Historia de vita et gestis de Philippi Augusti, in prosa, en de Philippidos libri duodecim, sive gesta Philippi Augusti, versibus heroicis descripta (Philippide), in verzen rond 1221.

[2] In het Historisches Archiv, Köln.

[3] Eerste vermelding sinte jhans huys in schepencharter van 22 september 1303; RAB, Charters Blauw nummer, 11681 (Copie einde 14de eeuw). In schepencharter van 1306 staat ten godshuse van sinte jans ten damme; ASJD, charter van 1306.

[4] Deze naam komt voor in SAB, Politieke charters, Supplement 26 (18 oktober 1401): heinric de joncheere als connestauel vanden crane binder stede vanden Damme.

[5] = makelaardij.

[6] ADN, Rekenkamer, 1ste cart. van Vlaanderen, nr 349.

[7] SAB, Groenenbouc B, f° cciiij en vlg; Een bevestiging van 21 november 1385 en een vidimus van deze laatste van Barthomé Huguecéa, bewaarder van de koninklijke zegel van de koning van Frankrijk te La Rochelle, van 17 december 1397 bevinden zich ter ADN, B.671 en B.1598, 3de Register der charters f° 87 vo.

[8]Vergieren en vergierder komen van het franse werkwoord vergier ( verger in het oud frans ), dit wil zeggen meten met een verge (maatstok). In de vrijbrief van Margareta van Vlaanderen aan de kooplieden van La Rochelle e.a. voor de wijnhandel te Gravelines staat er: Encore doit on savoir ke li gaugieres doit gaugier et vergier les vins a la droite verge de Bruges et doit avoir de chascun tonel, ke il gaugera deus deniers

[9] Op de triptiek met Johannes de Doper en Johannes de Evangelist, door Hans Memling (1479), ziet men op de kaai, voor de kraan, een personage wijn meten met de vergierroede.

[10] AR, Rekenkamer, 33546, SDR, 1395-96, f° 1 vo.

[11] NS = Nieuwe stijl, OS = oude stijl, hier 8 sporkel 1397 OS.

[12] RAB, Charters Blauwe  nummers, 2159 ( 28 december 1385).

[13] AR, Rekenkamer, 33544, SDR, 1391-92.

[14] RAB, Aanwinsten, cahier ..., Rolrekeningen van de baljuws van Damme.

[15] Trésor des Chartes rochelaises, L 1 en 8; G MUSSET, Les Flandres et les communes de l’Ouest de la France, La Rochelle, 1893, bl. 14.

[16] Trésor des Chartes rochelaises, L 16.

[17] Trésor des Chartes rochelaises, L 13.

[18] Trésor des Chartes rochelaises, L 15.

[19]J CRAEYBECKX, Les vins de France aux anciens Pays-Bas (XIIIe - XVIe siècle), Paris, 1958.

[20]ADN, Rekenkamer, B. 219, f° 129 vlg. en B. 1353 (10.412); AR, Rekenkamer,  nr 22.597-98, Rekeningen van de opbrengst van de tol te Damme, Sluis e.a.

[21] Y RENOUARD, Recherches complémentaires sur la capacité du tonneau bordelais au Moyen-Âge, in Annales du Midi, 68, 1959, bl. 195-207; P PORTET, Les mesures du vin an France aux XIIIe et XIVe siècles d’aprés les mémoriaux de la Chambre des comptes de Paris, in Bibliothèque de l’Ecole des chartes, d. 149, 1991, bl. 435-446.

[22] AR, Rolrekeningen, 603.

[23] AR, Rekenkamer, 33548, SDR, 1398-99.

[24] RAB, Charters Brugse Vrije, charter 266.

[25] Trésor des Chartes rochelaises, L 11.

[26] ASJD, Stadscharter van 8 februari 1398 NS.

[27] Reeds in het akkoord tussen la Rochelle en Damme van 1396 staat Clais de Vassere vernoemd als burgemeester.

[28] Jan Bonin was in die periode burgemeester, alsook schepen, van Damme. Hij was wijnhandelaar te Damme, gezien hij als eerste, met een hoeveelheid van 396 tonnen wijn, vernoemd wordt in de rekening van de ontvanger Matthieu de Mendonc betreffende het “afforage”-recht van de Graaf op de wijnen van Poitou uit 1387. Hij wordt ook vernoemd als burgemeester in het akkoord tussen La Rochelle en Damme van 1396. Reeds rond 1320 is er sprake van een Jan Bonin vanden Pensen als burgemeester van de stad en als afgevaardigde van de stad bij de Franse koning.

[29] ASJD, Stadscharter van 18 december 1397.

[30]  SDR, 1398-1399, f° 16 vo.

[31]  SDR, 1429-1430, f° 14 ro.

[32] Houtgravure, uit P VERNEY, Practique nouelles tres fructueuse pour scauoir mesurer tous vaisseaulx de quelque grandeur que ce soient auec la verge ou aulne. …, Metz, Jean Pelluti, 1540.

[33] ASJD, stadscharter van 22 december 1479.

[34] Ontfanck van apponten ende gracien. Eerst ontfaen vander vergierroede der stede van Damme ofghetrocken tpensioen vanden tresorier  dheer Pieter de Voghele die dat ontfanghen geeft. Iiij lb. Xviij s. vj d.par.

[35] Foto’s Mieke De Jonghe.

Copyright © 2003-2009 Nedstat Basic - Gratis web site statistieken Eigen homepage website teller

     Home

     Letterswerve

     Zegels

     De Lieve

     Slekkeput

     Sint Omaars

     Libri picturati

Drawn after Nature

     Ecologisch

     Brugse poort

     Het waterrecht

     Sint Elooi

     Het hoornwerk

     Obiit

     Vergierrecht

     Molens

     Artikels