|
Het vergierrecht van het
Sint-Janshuis, volgens de overgeleverde oorkonden.
Damme is gedurende verschillende
eeuwen de voornaamste stapelplaats van wijn geweest in
Vlaanderen. Al in 1213 spreekt Willem de Bretoen,
kroniekschrijver van Philips-August, koning van Frankrijk, in
zijn “Philippide” zijn verwondering uit over de wijnstapel, die
hij te Damme aantreft: Cum ratibus vino plenis, Vasconia
quale vel Rupella parit ...
(Met kelders vol wijn, uit Gascogne en La Rochelle afkomstig
...).
Er werd vooral wijn
uit Poitou en Gascogne verhandeld, die over zee werd aangevoerd,
door zowel kooplieden uit La Rochelle, Saint-Jean d’Angély,
Niort, e.a., als door kooplieden uit Damme en de Zwinsteden. Zo
vinden we verschillende bronnen uit het begin van de 13de eeuw
over wijnhandel door kooplieden van Damme.
Ook met de Rijnstreek waren er zeer
vroeg handelsbetrekkingen. Al rond 1160 vinden we een tekst,
waar sprake is van invoer van wijn in de streek, namelijk in het
toltarief van Diederik van Elzas aan de handelaars van Keulen
voor de haven van Letterswerve. Ook te Keulen vinden wij een
oorkonde
van Damme uit 1249, om een einde te stellen aan een geschil, dat
de nasleep was van de economische strijd tussen Gent en Keulen.
In 1173 had Gent het recht verkregen om zich aan de Rijn in wijn
te bevoorraden. Keulen trachtte de wijnhandel met Vlaanderen
voor zich te behouden. In deze twist geraakten ook kooplieden
betrokken van andere Vlaamse steden, waaronder Damme,. In 1249
kwam er een overeenkomst, die werd bezegeld door akten van de
gravin van Vlaanderen, van Gent, van Brugge en van Damme.
Het jaar 1249 is ook belangrijk voor
het hospitaal van Damme. Uit dat jaar wordt ons voor het eerst
een geschrift in verband met het hospitaal overgeleverd. Door de
stad werd het statuut opgesteld dat orde moest brengen in de
huishouding van het O.-L.-Vrouwehospitaal ( domus beate
Marie, later St. Jan).
In mei 1269 verleende gravin
Margaretha van Constantinopel aan Damme het recht tot het
oprichten van een kraan: Et volons encore et ottroions, que
nostre eschevin et li communs devant diz aient perpetuelment ung
siege asseoir ung instrument que ont appelle communement Crane,
pour louvrage des vins estrainges et daultres choses qui
arrivent a nostre port du Dam. Dit hijstoestel werd in de
eerste plaats gebouwd voor het lossen en laden van de wijnen,
die te Damme werden aangevoerd en verhandeld. De kraan werd
bediend door de wijnschroders, onder leiding van de
connestauel van de kraan.
In 1286 werd het recht van
courreterie
op Rijnwijn te Damme, bij akte,
door graaf Gwijde van Dampierre aan Huet Bartholome verleend.
Op 21 november 1331 bevestigde
Lodewijk van Nevers het stapelrecht van Damme voor de Franse
wijnen. Aan de kooplieden van St-Jean d’Angély en La Rochelle
werden er vrijheden betreffende de wijnhandel te Damme
verleend.
Er werden in deze
periode regels voor de wijnhandel opgesteld. Zo mochten bvb. de
aangevoerde wijnen maar 1 maal per jaar getest worden, namelijk
bij de aanvoer van de nieuwe most. Dit gebeurde door de
wijnspuwers. Zo moesten de slecht bevonden wijnen terug
uitgevoerd worden of vernietigd. Zo ook werd de inhoud van de
tonnen wijn gemeten. Dit gebeurde door een beëdigde wijnmeter.
De stad benoemde deze wijnmeter die de
naam droeg van vergierder
en zich bediende van een maatstok, de vergierroede.
Dit ambt werd door de stad verpacht. In de stadsrekening van
1395-96 vinden we dat de Inghelsche vanden vate aan
Walerant Dynan, lombard en tavernier, werd verpacht voor 100
pond parisis.
Begin 1398 kwam daar
verandering in toen het recht van de vergierroede door de stad
aan het Sint-Janshuis werd gegeven.
Op 8 februari 1398 NS
schenkt de stad het recht van de vergierroede aan het
Sint-Janshospitaal. De broeder van het godshuis, die het ambt
van vergierder bedient, of een ander persoon door het godshuis
daartoe aangesteld, mag op elk gemeten vat wijn een Engelsche
pennink innen. In het desbetreffende charter kan men lezen
dat dit recht vroeger reeds aan het hospitaal toebehoorde.
Waarom was dit recht
voor het Sint-Janshuis verloren gegaan? Dit weten we niet, maar
het zou kunnen zijn dat het charter, dat dit recht aan het
hospitaal vroeger verleende, in de woelige periode, die
voorafging, verdween.
Om de periode te
situeren, hier enkele data:
In 1382 heeft de slag
van Westrozebeke plaats, waar de steden het onderspit moeten
delven tegen graaf Lodewijk van Male en zijn bondgenoten. Na hun
overgave, moeten de steden hun privileges aan de graaf afgeven
en worden ze vernietigd.
In 1384 wordt Filips
de Stoute graaf van Vlaanderen.
Op 14 juli 1385 wordt
Damme door de Gentenaars, onder leiding van Frans Ackermans,
ingenomen en op 27 augustus door Karel VI van Frankrijk terug
heroverd. Het zou kunnen dat ook in deze woelige periode,
waarbij een deel van de stad werd verwoest, stadscharters
verdwenen zijn.
Op 28 december van dat jaar geeft
Filips de Stoute de privileges van de stad aan Damme terug.
De oudste overgeleverde Rekening van
de stad Damme
dateert van 1391.
De oudste, nog
bewaarde, klok in het stadhuis dateert uit 1392 en de uurklok
uit 1398.
In 1394-96 wordt de
Grote Speie gebouwd te Damme, alsook de toren van Bourgondië te
Sluis.
In deze periode is er
ook veel beweging in de wijnhandel te Damme.
In de rekeningen van
de baljuw van Damme Jacob van scathille uit de jaren 1376-77-78
lezen we dat het toen verboden was wijnen te mengen, nadat ze
van de invoerders gekocht waren. Op het niet naleven ervan stond
een boete van 50 lb., twee derde voor de graaf en een derde voor
de stad, maar gezien dit meestal niet kon vastgesteld worden,
werd er een overeenkomst gemaakt. Er waren nogal wat
overtredingen. In de rekening van 11 januari tot 9 mei 1378
staat bv.: Ontfaen van winen te bereedene anders dan zy
commen vten lande daer of dat de boete wesen zoude .l. lb. de
twee derde myn heere ende terde der stede : Ende omme datment
niet beuinden en can So laet de bailliu pais maken. Daarna
volgen er 24 namen met de overeengekomen boetes.
Het privilege van Lodewijk van Nevers
werd in deze periode, ofwel gedeeltelijk, ofwel volledig,
bevestigd door Filips de Stoute in 1385,
in 1387,
in 1398
en in 1399.
In de bevestiging van
1385 staat o.a. dat de burgers, kooplieden, hun dienaars en
families, en hun koopwaren onder de bescherming van de Graaf van
Vlaanderen zullen blijven; dat geen nieuwe taksen zullen
opgelegd worden; dat zij vrij zijn van lagaanrecht, voor zover
er zich op het vergane schip tenminste nog een levend dier
bevindt. Dit laatste wordt bevestigd in 1398. In 1399 worden
brieven gestuurd naar de baljuw en de schoutteet van Brugge ter
bevestiging van de privileges en wordt er opgelegd deze brieven
te lezen en uit te hangen te Damme.
Er valt hier op te
merken dat de besproken periode juist komt na politieke
veranderingen, zowel in Vlaanderen, als in de streken van
herkomst van de wijnen. Vlaanderen is onder Bourgondisch bewind
sinds 1384 en Poitou en Saintonge zijn terug onder de Franse
kroon sinds 1373. Ook dit heeft een invloed gehad op de
vernieuwing van de overeenkomsten.
Hierna volgt een tabel met verkochte
wijnen en met de opbrengst van de tol te Damme in de periode
1379-1396.
|
Jaartal |
Aantal
tonnen Poitouwijn |
Opbrengst
van de tol te Damme |
|
1379 |
10440 |
in lb. parisis |
|
1382 |
10440 |
|
|
1384 |
|
7800 |
|
1385 |
1877 |
|
|
1386 |
2970 |
|
|
1387 |
2386 |
|
|
1388 |
2769 |
|
|
1389 |
3008 |
|
|
1391 |
1036 |
|
|
1392 |
2252 |
|
|
1393 |
2586 1/2 |
|
|
1394 |
5810 1/2 |
|
|
1395 |
1401 1/2 |
|
|
1396 |
3084 |
|
Wat deze tabel laat
doorschijnen, is dat Damme een van de grootste wijnmarkten
geweest is van Europa, zeker voor wat betreft de wijnen uit
Poitou, hoewel deze cijfers geen zuiver beeld kunnen geven, daar
de aangehaalde jaren verwijzen naar een periode, waar het al
veel minder goed gesteld was met Damme.
Om zich een idee te vormen van wat in
Damme verkocht werd in die periode, hier een voorbeeld. Enkel
aan Poitou-wijn werden er in 1396 3.084 tonnen verkocht. Elke
ton bevatte ongeveer 843 liter.
Dit geeft een totaal van 2.599.812 liter (3.466.416 flessen van
tegenwoordig).
De eindjaren van de
14de eeuw zijn deze van de inname van Damme door Ackermans, en
de belegering door de hertog van Bourgondië. In de rolrekening
van de ontvangst van de afforage van de ontvanger
Matthieu de Mendonc uit 1386 staat onderaan:
Et cy a le dit bailli ment plus recupt
de dens le dit terme / pour cause que les gens darmes a dont
estoyent ou pais de flandre et cy le ville du dam auvecques le
roy et monseigneur de bourgne. Les quelles vendirent
leurs vins en plusieurs lieux de ladicte ville sans payer maille
ne denier des ... afforages ....
Toch
werden er dat jaar 20 tonnen voor lokaal verbruik belast.
In 1394 staan er nog 19 wijnscrooders
op de belastingsrollen van de stad ingeschreven, het jaar daarop
23. Hun nering verleent in 1398 een toelage van 500 pond parisis
aan de stad, omme te helpen
makene de calsieden ende cayen, dewelke al meest te nienten
ghegaen waren, en zijlieden meer te doene hadden omme goed te
ladene ende te ontladene dan eeneghe andre
Een overeenkomst tussen Damme
enerzijds en La Rochelle, Saint-Jean-d’Angély e.a. anderzijds,
betreffende de rechten van de kooplieden van laatstgenoemde
steden te Damme, dateert van 1396. Wellicht waren de
tussenpersonen te Damme te veel op winstbejag uit, want de
uitvoerders uit Poitou en Saintonge en hun facteurs
hadden erg te klagen over de overgrote kosten en taksen die ze
te Damme moesten betalen aan de makelaars, kuipers en anderen.
Op 11 maart 1396 NS werd een akkoord bevestigd tussen de
magistraat van La Rochelle en St-Jean-d’Angely en het schependom
van Damme waarbij een vast tarief werd bepaald, waarvan hier het
besluit.
In deze bevestiging is er spraak van de overeenkomst, die enkele
maanden voordien was gesloten, nl. op 1 juli en 16 augustus
1395.
Hacort tusschen
dien van der Rochelle ende der stede van Damme(in
dorso).
A Tous ceux qui
ces presentes lettres verront et orront Reynault Leramier
maire, les escheuins conseillers et pers de la ville commune
de la Rochelle Salut.
.......................................................
Sauoir faisons
que nous assembles en notre escheuinaige au son dela campane
... ... il est acoustumer pour tracter des faiz et negoces
deladicte ville veues et diligement regardees les dictes
lettres dacord et autres chouses susdictes / Par commun auis
et deliberacion euz sur ce entre nous / auons esleu eslisons
et declairons notre volente que les diz corretiers pourront
prendre et auoir de nous et de noz marchans ou facteurs
quatre gronx pour livre degronx / des vins quilz feront
vendre tant seullement / Et pour ce et par mice nous les
dictes lettres dacord et tout leffet et contenu dicelles
ensemblement et toutes autres chouses et commun dessus dicts
prenons loue aprouue ratiffie et confirme louons aprouuons
ratiffions et confirmons / Et auons promis et promettons
pour nous et nos successeurs en notre commune ycelles autre
et len. fermes et estables perpetuellement et de non venir
encontre par aucune maniere En tesmoing dece nous en auons
donne et octroie ausdiz bourgmaistres escheuins bourgois et
habitans dela dicte ville dudam ces presentes lettres
seellees du seel dela mairie de ladicte ville de la Rochelle
/ Ce fut fait et donne en notre dit escheuinage / Le xje
jour du moys de mars lan degrace mil troiscens quatrevings
et quinze
(getekend)
huynetea
Dat de Dammenaars deze
bepalingen niet naleefden, kan opgemaakt worden uit het feit dat
die van La Rochelle zich in 1418 bij de hertog nogmaals beklagen
over de afpersingen van die van Damme en Sluis. In 1419 worden
hun privileges bevestigd en wordt er herhaald dat ze niet mogen
lastig gevallen worden voor het feit dat ze hun wijnen mengen
met andere; dat de officieren van de hertog, noch de baljuw de
wijnkelders van die van La Rochelle mogen betreden om er wijn te
tappen; dat het aan de makelaars verboden is wijn te kopen of
lid te zijn van een vennootschap van handelaars op straffe van
60 s. par.
In 1398 krijgt het
Sint-Jansgodshuis het recht van de vergierroede terug.
In de oorkonde van de stad
staat er:
Wij
burgemeesters, schepenen, raadsheren en het gemeen van de
stad Damme doen aan allen weten dat, na het advies en de
informatie, die ons ertoe brachten de dienst van de
vergierroede, die vroeger aan het Sint-Janshuis in Damme
behoorde en het huis deed verdienen, en sindsdien weer in
handen kwam van de stad of van degenen die werden aangeduid;
aangezien het godshuis, dat werd gesticht om de armen te
herbergen en de zieken te verplegen en te laven, deze
verdiensten heeft verloren door de verliezen en problemen
van de stad, waardoor de barmhartigheid en de aalmoezen
wegblijven, wat te verwachten was; welke verliezen het
godshuis niet meer kan rechtzetten, zonder de troost en de
hulp van godsvruchtige mensen; om deze redenen hebben wij
uit medelijden en na goed beraad besloten, om de
barmhartigheid van het godshuis te verbeteren en om het
godshuis in haar vroegere staat terug te brengen, de dienst
van de vergierroede in handen van de heer Nicolaas de
Vassere, burgemeester van het corps, ten tijde oppervoogd
van het Sint-Janshuis van Damme en jonkvrouw Margriet Shoude,
grootmeesteres van het voorzegde godshuis te geven ten
behoeve van het godshuis. Wij willen dat zij in vrede deze
dienst eeuwig kunnen bezitten en gebruiken. Indien de dienst
foutief of misbruikt werd, dan zou de stad deze toelating
mogen ongedaan maken, zoals dit vroeger reeds het geval was,
voor een periode, die zij zelf besliste, behoudens de giften
van de heer Jan Bonin. Het is te weten dat, wanneer de
dienst in handen zal zijn van het godshuis, dit godshuis zal
gehouden zijn een behoorlijke man aan te duiden, een broeder
of een ander, om de dienst uit te oefenen, en een ander om
de roede te dragen en de dienst te leren. Beiden zullen de
eed moeten afleggen voor burgemeesters en schepenen, eer zij
de dienst zullen mogen uitoefenen. Indien de vergierders
misdeden tegenover koper of verkoper en indien er klacht
kwam, dan zal het godshuis verplicht zijn deze fout recht te
trekken, bij bevel van burgemeesters en schepenen en zonder
kost van de stad. Deze schade zal mogen verhaalt worden op
de vergierder. Het godshuis zal ten allen tijde de
vergierder mogen vervangen, op eigen risico, mits dat de
nieuwe vergierder de eed zal moeten afleggen, zoals voordien
gezegd. De vergierders zullen ook niet mogen vergieren
buiten het schependom van Damme, mits de toelating van
burgemeesters en schepenen. Het godshuis, of degene die de
dienst voor het godshuis zal uitoefenen, zal op elk stuk dat
gestoken word een engelse penning innen, zonder verder
drinkgeld of iets anders, en dit van de koper en niet van de
verkoper. Omdat wij burgemeesters, schepenen, raadsleden en
het gemeen van Damme willen dat het godshuis in vrede en ten
eeuwigen dagen de giften en de aalmoezen blijft behouden,
hebben wij van deze bepalingen twee eensluidende brieven
laten maken, waarvan de stad er een heeft en het godshuis
het ander, en hebben wij deze brieven bezegeld, voor alle
zekerheid, met de zegel van zaken van de stad Damme, de
welke wij nu gebruiken in al onze akten, bij gebrek aan onze
zegel van banden. Gemaakt en gegeven op 8 februari in het
jaar ons heren 1397 (OS).
Wij
burgemeesters, schepenen en raadsheren van Damme doen aan
allen weten dat de heer Nicolaas de Vassere, burgemeester
van het corps, ten tijde oppervoogd van het Sint-Janshuis
van Damme en jonkvrouw Margriet Shoude, grootmeesteres van
het voorzegde godshuis voor ons gekomen zijn. Zij hebben
bepaald dat Perceval Bonin, bastaardzoon van Jan Bonin
vanden Pensen, de dienst van de vergierroede zou beheren en
gebruiken in naam van het godshuis, zijn leven lang, vanaf
het ogenblik dat de dienst in handen zal komen van het
godshuis, en dit met alle voordelen die door de stad aan het
godshuis zullen gegeven worden. Daarvoor zal Perceval Bonin
elk jaar 3 pond groten aan het godshuis betalen, op
midwinter. Indien hij in verband daarmee in gebreke zou
blijven, dan zal men inning op hem doen ten bate van het
godshuis, alsof het stadsgoed was. Perceval Bonin zal
bovendien, op eigen kost, verplicht zijn een knaap aan te
nemen om de vergierroede achter hem te dragen. Indien het
godshuis besliste een broeder of een knaap aan te stellen om
de vergierroede te dragen of om het vergieren te leren, dan
is Perceval Bonin verplicht dit nauwkeurig aan te leren,
zonder kosten voor het godshuis. Indien de knaap of de
broeder dagelijks de vergierroede draagt, maar het vergieren
niet leert, dan zal Perceval verplicht zijn gedurende zijn
ganse leven 4 ponden te betalen. Indien Perceval vals zou
vergieren, en dit vastgesteld zou worden door de koper of de
verkoper van de wijn, dan zal hij verplicht zijn dit recht
te trekken, bij beslissing van de schepenen en zonder last
voor het godshuis. Indien hij op een of andere manier in
zijn dienst misdeed, dan zullen de schepenen het recht
hebben te bepalen naar de misdaad. In uiterst geval, indien
de misdaad zo groot zou zijn, dan zal de toelating
ingetrokken worden, zonder wederzeggen van Perceval. Van
deze toelating zijn er drie eensluidende brieven, een voor
de stad, een voor het godshuis en een voor Perceval. Gemaakt
en gegeven op 18 december in het jaar ons heren 1397.
Dit es de
Reghele generael bi der welcker men eene roede zal maken
daer men mede zal vergieren.
Eerst zal men
maken ene pype van lode houdende een vierendeel so dat de
pype ten tween waeruen zal houden eenen stoop / Ende men zal
maken ene roede tweewaeruen also lanc als de pype rechte
juufte. Ende danne zal men nemen die wide van pype met ene
passere binnen sboords ten beghinsele vander pype / Ende die
wide zal men tekenen an de roede / ten een hende beghinnende
juuste / Voord een vad also wyt. als die steke vander wide
vander pype / Ende also lanc als die roede houdende enen
stoop / Wille men danne vinden jn de roede twee stoop jof
drie of viere / so zal men delen / die wide vanden stope die
ghetekent es an die roede. Jn zeuen dele ghelyc / Ende zal
men den passer setten vp dat vijfde deel vanden zeuen dele
vors. / Ende dat beghinnende ten hende van der roede juuste
/ ende dat zal men dobbelen vpwaert / Ende die steke die ghi
danne vinden zult zal houden twee stoop. Daer naer zal men
den passere setten vp dat zeste zeuenste deel en dat ooc up
tbeghinsel vander roede vors. / Ende dat zal men vpwaert
dobbelen / so zal men vinden drie stoop. Vord zal men nemen
tseuenste zeuende deel dat es die wide vander pype / Ende
dobbeleerd dat vpwaert / dan zal men vinden viere stoop.
Vord weet dat elke mate jn de diepe van der roede
ghedobbeleerd doet vierwaeruen also vele als soe zelue doet.
Alse een stoop ghedobbeleerd maect. Vier stoop. twee stoopen
ghedobbeleerd maken viij. stopen. Drie stopen ghedobbeleerd
maken twalef stopen. Viere stopen ghedobbeleerd maken een
zester. Jtem een zester ghedobbeleerd maect viere zesteren.
Jt twee zesteren ghedobbeleerd maken .viij. zesteren. Jt
drie zesteren ghedobbeleerd / maken twalef zesteren. Jtem
viere zesteren ghedobbeleerd / maken zestiene zesteren. Vord
zal men elke mate die men heeft an de roede bouen de wide
van den stope tote enen zestere vp delen in viere delen
effen ghelyc / dat es te wetene / twee stopen .iij. stopen /
viere stopen / vijf stopen / zes stopen / zeuene stopen /
achte stopen / ende also voord tote men comt toten zestere
Elken stoop bi hem ghedeelt in viere delen effene ghelyc
alst vorseid es / Ende daer vte zal men nemen alle de andere
maten die men maken zal in de roede / Want elke mate die
moet dobbelene also alst voeseid es / daer bi es elc stoop
in vieren ghedeelt / omme dat viere pinten maken enen stoop
/ So sal men nemen enen stoop ende ene pinte ende dobbelere
dat so vint men vijf stoop / Vord nem eenen stoop ende twee
pinten / so vint men zes stoop. Jtem / nem eenen stoop /
ende drie pinten so zal men vinden zeuene stoop Jtem / Neem
die mate van tween stopen ende dat zal men dobbelere vpwaert
/ so zal men vinden achte stoop Jtem nem de mate van tween
stopen ende ene pinte so zal men vinden neghene stoop Jtem
nem de mate van tween stopen ende tween pinten So zal men
vinden tien stoop Jtem neem de mate van tween stoop / ende
drie pinten / So sal men vinden elleuen stoop. Jtem / nem de
mate van drien stopen / zo salmen vinden twalef stoop. Jtem
/ nem de mate van drien stopen ende ene pinte ende dobbelere
dat / so vint men dartiene stoop. Jtem nem de mate van drien
stopen / ende twee pinten ende dobbelere dat / So vint
viertiene stoop. Jtem nem de mate van drien stopen / ende
drie pinten So vint men vichtiene stoop. Jtem nem de mate
van viere stopen ghedobbelerd / so zal men vinden een zester.
Ende also vord dobbelere ende dele elke mate so zal men de
roede vulmaken jn die dipe Nv so heeft men den diepe van den
vate. Vord willic v leren die langhe te vindene vanden vate
/ Omme dat alle vate niet eens ne sijn / So es dese reghele
ghemaect. men zal delen den langhe vander roede in zestiene
delen heuen ghelyc/ dan zal men vergieren in deser manieren/
men zal nemen den wide vanden tween bodemen vp dat si ghelyc
sijn Ende es die ene bodem wider dan die ander / so deel dat
in die rechte middel / ende dan zal men nemen die roede ende
steicse in de bonde / also men placht te doene die dughe of
ghesleghen / mac daer een teken / Ende danne zal men delen
die spacie vander bonde ende van den bodeme in die rechte
middel so zal men hebben de rechte diepe van den vate na der
ordenanche van der roede / Ende daer naer zal men nemen den
langhe vanden vate vp die twee bodeme so ghi juust moghet /
Ende es die roede no te cort no te lanc so houd dat vad also
vele als ghi vind in die diepe no min no mee. Rekent also
menich zester als ghi vind in v diepe / also menich stoop
doet elc zestiende deel in de langhe / also menich half
zester in de diepe / also menich halve stoop doet elc
zestiende deel in de langhe / Ende heb ghi vier stoop in de
diepe / so doet elc zestiende deel in de langhe ene pinte
der manieren als hier naer volghet / Es dat vad een zester
diep / So doet elke steke es te verstane elc zestiende deel
in de langhe enen stoop Jtem eist een zester ende vier stoop
diep / so doet elke steke in de langhe enen stoop ende ene
pinte.. Eist een zester ende achte stoop diep / So doet elke
steke in de langhe .ij. stoop.. Eeist een zester ende twalef
stoop diep / So doet elke steke .enen stoop ende drie
pinten.. Eist twee zester diep / so doet elke steke twee
stoop.. Eist twee zester ende viere stoop diep / so doet
elke steke .ij stoop ende ene pinte.. Eist /ii1/2. zester
diep /so doet elke steke .ii1/2. stoop.. Eist /twee zester
ende twalef stoop diep / So doet elke steke .twee stoop ende
drie pinten.. Eist drie zester diep / So doet elke steke .iij.
stoop.. Eist .drie zester/ ende vier stoop diep / So doet
elke steke drie stoop ende ene pinte.. Eist .iii1/2.
zesteren diep / so doet elke steke .iii1/2. stoop.. Eist
drie zesten/ ende twalef stoop diep / so doet elke steke
drie stoop ende drie pinten.. Eist viere zesteren diep so
doet elke steke inde langhe .viere stoop.. Ende in deser
manieren aldus doende so moghen di vinden alle maten die ghi
begheert te vindene van wat vate dat het si / eist lanc eist
cort van so wat maetsele dat die vate syn/ Eist also lanc
als die roede so hout dat vad also vele als ghi vint inde
diepe.. Eist langher sact de roede vord tote dat ghi de
langhe hebt / ende dan besiet hoe vele dat ghi hebt in de
diepe / Elc zestiende deel dat ghi vort sact doet also vele
stope als ghi zesteren hebt inde diepe / ende also zuldt
corten ende langhen also alst vorseid es. Omme dat die vate
niet also lanc syn min nocm mee als die roede..
Naer de costume
die men houd in de stede daer men vergiert so zal men de
roede maken / Eist bi zesteren / eist bi amen / eist bi
nudden / Also menich stoop als datz zester doet / jn also
menighen dele zal men die langhe van der roede delen / Ende
diergheliken van den amen / ende vanden nudden / Eeist dat
ene ame doet xxx stope / so moet men die roede deelen jn die
langhe in xxx.. Eeist dat een nudde doet viertich of
vichtich / so moet men die langhe delen in viertighe of in
vichtiche / na der mate die gaet jn die stede.
(Ander geschrift)
Dus vele es men
sculdich of te slane met rechte van allen winen . Beede van
rijnschen ende van corten. wat dat van buten lande comende
es. dat es te wetene. dat es van .vij. zestren nederwaerd.
dat gheeft ouer .iiij. stope. Ende wat dat es tusschen den .viij.
ende den .xij. zestren. dat gheeft ouer . viij. stope. Ende
wat dat es tusschen den .xiij. ende den .xvij. zestren / dat
gheeft ouer .xij. stope. Ende wat dat es tusschen den .xvij.
ende den .xxvi. zestren dat gheeft / ouer .xvj. stope. Ende
wat dat es tusschen den .xxvi. ende den .xxxviij. zestren
dat gheeft / ouer .I.1/2. zester. Ende wat dat es tusschen
den .xxxviij. ende den .xlviij. zestren. dat gheeft ouer
.ij. zester. Ende wat dat es tusschen den .xlviij. ende den
.lx. zestren. dat gheeft ouer .ij.1/2. zester
Een dume
beneden dat es die droeseme ende twee daer bouen ende elc .tzester
essculdich tehebbene .iij. pinten tebaten daer men een roede
maken sal.
Waarom is niet geweten, maar het staat
vast dat het recht van het vergieren voor het Sint- Janshuis
nogmaals verloren ging, want in 1430 komt de hertog tussen opdat
de vergierroede terug zou gegeven worden aan de broeders van het
hospitaal. Anseelme Haermare ghesent te Brugghe aen de
buerchmeesters met eene brieve commende van de Hertoghe aen de
baljuw vanden Damme / inhoudende dat men de vergierroede van het
Sente Janshuus weder sou liveren aen de broeders als te vooren
ofte dat men verantwoorden soude waeromme men het niet soude
doene…

Op 22 december 1479 kent de stad
opnieuw, en nu tot eeuweghen daghen, aan het godshuis het
recht van de vergierroede toe als tegemoetkoming, daar het, bij
gemis aan voldoende inkomsten, - ten gevolge van de oorlog en
van de pest waren giften en aalmoezen van liefdadige personen
achtergebleven - niet meer in de mogelijkheid was de armen te
herbergen en te verzorgen. Een
paar voorwaarden worden door de stad gesteld: de broeder of een
andere door het hospitaal aangestelde vergierder, zal op de
hoogte zijn van zijn taak “een souffisanten man ... die
tofficie can ende regnere”; hij zal een helper bij zich
nemen aan wie hij het vergieren zal aanleren. Beiden worden
voor de burgemeesters en schepenen beëdigd. De overste van het
hospitaal zal elke week aan iedere zieke een pint wijn geven en
de kloosterlingen op zon- en feestdagen op wijn vergasten.
Wij
burgemeesters, schepenen, raadslieden en het gemeen van de
stad Damme doen aan allen weten dat vandaag voor ons gekomen
zijn de heer Clays de Bekker, burgemeester van het corps van
Damme, in deze tijd oppervoogd, en jongvrouw Agnes Smans,
grootmeesteres van Sint-Janshuis in Damme. Zij hebben ons,
als procureurs en beschermers van het godshuis, in de naam
van onze geduchte heer en prins noodzakelijk te kennen
gegeven hoe dat, door de oorlog en de pest, die lang
gewoekerd heeft, vooral in het Sint-Jandhuis, de aalmoezen,
die de devote personen hier vroeger gewoon waren te geven,
en andere profijten, waarmee het godshuis tot op heden werd
onderhouden, zo verminderde dat het niet meer mogelijk is de
armen, waarvoor het godshuis werd gesticht, te herbergen en
dergelijke, zonder de troost en de hulp van goede,
godsvruchtige personen. Zij hebben ons ootmoedlijk gebeden
hen te helpen. Uit medelijden en na grote deliberatie hebben
wij eenparig besloten de dienst van de vergierroede aan
Clays de Bekker, voogd, en aan Agnes Smans, grootmeesteres,
te geven ten behoeve van het godshuis. Wij hebben ze in het
bezit ervan gesteld opdat het godshuis deze dienst eeuwig in
vrede zou kunnen gebruiken, hetzij dat de dienst misbruikt
zou worden. Dan zou de stad de dienst aan het godshuis
kunnen ontnemen, voor zo lang het beslist wordt. Het is te
weten dat het godshuis gehouden is een bevoegde man aan te
stellen, een broeder of een andere, die in staat is de
dienst uit te oefenen, en bij hem een ander, die de roede
draagt en de dienst leert. Beide zullen de eed moeten
afleggen voor burgemeesters en schepenen, vooraleer zij de
dienst zullen mogen uitoefenen. Zou de vergierder de dienst
slecht uitoefenen en kwam er daarvoor een klacht van koper
of verkoper en werd het vastgesteld, dan zal het godshuis
gehouden zijn de schade te vergelden, zonder onkosten voor
de stad. Het godshuis zal dit op de vergierder kunnen
verhalen. Het godshuis zal ten allen tijde de vergierder
kunnen vervangen, op eigen risico. De nieuwe aangestelden
zullen de eed moeten afleggen, zoals voorzien is. De
vergierders zullen buiten het schependom van Damme niet
mogen vergieren, zonder de toelating van de schepenen. Het
godshuis of haar aangestelde, zal op elk stuk wijn, of het
vergierd wordt of niet, een salaris krijgen, zoals van
oudsher voorzien is, en dit van de koper en niet van de
verkoper. Daarenboven heeft de grootmeesteres beloofd eeuwig
en erfelijk te bezetten dat op de vier hoogdagen en op elke
zondag een vierendeel wijn zal gegeven worden aan de
geestelijken, die in het godshuis verblijven, en aan elke
arme, die in het godshuis ziek ligt, een pint per week.
Verder heeft de grootmeesteres beloofd eeuwig en erfelijk te
bezetten dat elk jaar een gezongen mis op onze lieve vrouw
verloren dag zou opgedragen worden aan het altaar van de
kapel van het godshuis ter ere van god, van de heilige maagd
en van sint Jan, ter lafenis van allen, die goed hebben
gedaan voor het godshuis. En omdat wij, burgemeesters,
schepenen, raadslieden en het gemeen van de stad Damme
willen dat al wat voorschreven is, goed, zeker en wel
gehouden zou blijven, zoals hierboven geschreven staat, zo
hebben wij deze brief doen zegelen met de zegel van zaken
van de stad Damme. Dit was gedaan op 22 december in het jaar
ons heren 1479.
(Getekend op de
plica:) J Lennoot.
Het hospitaal bleef
dit voorrecht nog bijna 100 jaar behouden. In de rekening van
het St-Janshospitaal van 1565-66 staan de inkomsten van de
vergierroede voor de laatste maal ingeschreven.

Met de ondergang van de haven is ook de
wijnhandel in de loop van de 16de eeuw voor Damme verloren
gegaan en is de wijnstapel overgeplaatst naar Gent en naar
Zeeland. Dit was grotendeels te wijten aan het afsluiten door
Brugge van het deel van de Verse Vaart tussen Damme en Bekaf,
dat enkele jaren voordien was gegraven. Daardoor was het niet
meer mogelijk met schepen, rechtstreeks uit het Zwin, naar Damme
te varen en was de verbinding met de zee in zulke mate moeilijk
geworden, dat er gekozen werd voor andere bestemmingen.
BIJLAGE 1.
Teksten van de
charters.
1.- Burgemeesters,
schepenen en de raad van Damme oorkonden dat Nicolaas de Vassere,
oppervoogd, en Margriet Shoude, grootmeesteres van het godshuis
van Sint-Jan, voor hen de dienst van de vergierroede aan
Perceval Bonin hebben overgedragen, om deze, in naam van het
godshuis te gebruiken, zijn leven lang.
Wij
Burchmeesters Scepenen ende Raden vander stede vanden Damme
doen te wetene allen lieden dat voor ons commen zijn int
ghemeene vander camere dheer niclais de vassere burchmeester
vanden courpse binder stede vorseit in desen tyt als
oppervooght van Sinte Janshuuse in den dam Jtem joncvrauwe
margriete shonde grootmeestrichghe vanden vors godshuuse
Ende hebben gheconsenteert ende ghewillecuert perchevale
boninne sheer jan bonins vanden pensen bastaerdezone de
officie van der vergierroede inde name vanden vors.
godshuuse te gouuerneirne te regierne ende te vserene zijn
leuen lanc ghedurende jngaende vander tijt dat de vors.
officie vallen zal inden handen vanden vors. godshuuse met
al zulken proffijten als se de stede vors. den vors.
godshuuse gheresinghneirt ende ouer ghegheuen heift Ende dit
biden consente van scepenen der voren der toe ghedaen Ende
voort ouer mids drie pond grote siaers die de vors.
percheuael elcx siaers den vors. godshuuse draf besorghen
ende gheuen zal zijn leuen lanc ghedurende ingaende ter tijt
dat de profijte vallen zullen in zijnen handen Ende es te
wetene dat hi de vors. drie pond grote den vors. godshuuse
betalen zal telken mitwintere in elc jaer Ende waer de vors.
percheuael drof in ghebreke ware zo zal men de vors.
godshuuse jnninghe vp hem der of doen als oft ware vander
stede goede Ende bouen desen zal de vors. percheuael
ghehouden zijn eenen cnape te bezorghene die de vergierroede
achter ham draghe zonder sgodshuus cost Ende ware dat zake
dat tvors. godshuus den vors. percheuale eenen broeder of
eenen cnape leueren wilde omme de roede achter hem te
draghene ofte omme te leeren vergierne So es te wetene dat
hem percheuael vors. dat es sculdich wel ende ghenauwelike
te leerne zonder den cost van den godshuuse vors. Ende
draecht de vors. cnape ofte broeder jaerlix achter hem weder
hijt leerne ofte ne doed so zal hi den vors. godshuuse
ghehouden zijn dachlix viere ponden grote te betaelne ten
termine vors. zyn leuen lanc ghedurende Behouden dies dat
ware dat zake dat hem de vors. percheuael in den vorseiden
dienst mesuseerde in qualike vergierne ende het beuonden
worde biden achtervolghene vanden copere ofte den vercopere
zo sal de vors. percheuael ghehouden zijn dat te beterne ten
zecghene van scepenen ende tvors. godshuus scadeloos der af
te houdene Waerooc dat zake dat hi hem inden vors. dienst in
eenighen andren manieren mesuseerde dat of godwille niet
zijn ne zal dat scepenen altoos dies ghelooft zullen zijn om
der af voor al de kennesse te hebbene ende daer vp te
ordenerene na de quantiteit vander mesdaet Ende omme ten
vutersten ware de mesdaed zo groot tvors. consent met allen
ten nienten te doene ende te wederroupene zonder den vors.
percheuael daer in eenich wederzecghen te hebbene Ende van
desen jeghenwordeghen consente zijn drie letteren eens
sprekende wanof de steede deene heift thaerewaerts,
tgodshuus dandre de derde de vors. percheuael Ghemaect ende
ghegheuen den achttiensten dach in decembre jnt jaer ons
heeren m.ccc. zeuen ende neghentich
2.- Burgemeesters,
schepenen en de raad van Damme oorkonden dat zij de dienst van
de viergierroede aan het godshuis van Sint-Jan geven, in handen
van Clais de Vassere, voogd, en Margriet Shouts, grootmeesteres
van het godshuis.
Wij
Burchmeesters Scepenen rade ende al tghemeene vander stede
van den Damme doen te wetene allen lieden dat wij ghemerct
auijs ghehadt ende wel ten vulle gheinformeert / Dat onze
vordien ute der eenlichede van der vors. stede / ende omme
zekere ende notable zaken die hemlieden daer toe porreden
den dienst vander vergierroede den welken in tyden verleden
tgodshuus van sint Jans huus in den Dam in handen hadde ende
deide verdienen met zulken rechten als daer toe stonden Ende
de welke dienst oynt zident in handen vander stede vors.
ofte van den gonen dien zijs jonste gheweist heift / Wij
aenziende dat tvors. godshuus twelke ghefondeert es omme de
aerme te herberghene de zieken te heffene te legghene ende
te lauene tmeeste deel van alzmen goede beede muebel ende
onmuebel / midz den verlise ende der distourcie vander stede
verloren heift / midz den welken de vors. caertate ende
aelmoesene also te duchtene es verachtert blijft / Van
welken verliese tgodshuus vors. nemmermeer becommen ne
mochte zonder den trooste hulpe ende souccourse van den
ghonen godvruchteghen meinschen / Om twelke wij compassie
hebbende ten vors / by groter voorsienichede ende met goeden
ryper deliberatie / omme de meersinghe der welke van
caertaten omme alle andren exempel van weldoene te gheuene
Ende te dien hende dat tvors. godshuus te perfectien ende te
zinen eersten state commen moghe hebben eendrachtichlike /
den vors. dienst vander vergierroede gheresighneert in den
handen van den heere Clais den vassere burchmeester vander
courpse binder stede vanden Damme in desen tijt als vpper
voocht vanden vors. godshuus ende van joncvrauwe margriete
shouts grootmeestrichghe van den vors. godshuuse ende dit
vors. godshuus behouf Ende hebben se der af in possessien
ghezet ende .enen Willen ende begheeren dat tvors. godshuus
den vorseiden dienst paysiueleke possessere ende ghebruke
teeuweleken daghe / Ofte het ne ware dat hy vilainlike
verbuert ende mesuseirt worde / zo soude de stede hare
eerlichede moghen doen hand der an slaen ende tgodshuus
onghebruclich der af maken alze langhe alst haer ghegheuen
zoude ghelijc onse voordien in tyden verleden ghedaen
hebben Behouden der ghifte die dheer Jan bonin van den
vors. dienste beseghelt heift vander stede vanden Damme te
zinen liue in harer virtuut / Ende es te wetene dat zo
wanneer dat de vors. dienst gheuallen zal ziin in den handen
vanden vors. godshuze dat tgodshuus ghehouden zal ziin eenen
souffisanten man der toe te houdene eist broeder eist ander
die de vors. officie can ende regiere ende eenen andren by
hem die de roede draghe ende de officie leere ende helpe
doen ende zullen beede samen eed moeten doen voor
burchmeester ende voor scepenen al eer zij eenighe officie
doen zullen zulken als daer toe behoren sal / Voort waert
dat zake dat de vors. vergierers qualeken vergierden waert
den copere ofte den vercopere / Ende clachte der ouer came
ende het beuonden worde by te watere te lecghene datter
mesdaet in ware / die mesdaet zal tgodshuus vors. ghehouden
ziin te beterne te zecghene van burchmeesters ende van
scepenen zonder den cost vander stede / Ende die scade
zullen zij moghen heesschen ende verhalen an hare vergierer
/ Ende midz desen zal tvors. godshuus hare vergierers moghen
verandren tallen tiden alst hemlieden goed dinken zal vp
haerleder auenture behouden dies dat de gone die zij in de
officie stellen zullen altoos haren eed moeten doen eer zij
de officie beghonnen of doen zullen ghelijc voren gheseit es
/ Ende es te verstaene dat de vors. vergierers niet en
zullen moghen vergieren buten scepenendomme zonder consent
van burchmeesters ende scepenen vors. Ende es te wetene dat
tvors. godshuus ouer den dienst hebben zullen of de gone die
den dienst van haerleder weghe doen zal / eenen Jnghelschen
penninc van elken sticke dat hi steken zal zonder meer ouer
drincghelt ouer hoofscede ende ouer al datter an cleuen zal
Ende dit vanden copere ende niet vanden vercopere Ende omme
dat wij Burchmeesters scepenen rade ende al tghemeene vander
stede vanden Damme vors. willen ende begheeren dat tvors.
godshuus paysiuelike bliue possesserende vander vors.
ghiften ende aelmoesenen teeuweliken daghen metter condicie
de stede hare eerlichede der in behoudende / ende tgodshuus
vors. met zulken constrainte ende ordenancen als vorscreuen
es So hebben wij hier of twee lettren doen maken eens
sprekende wanof de stede de eene te haerewaerts heift / ende
tgodshuus vors. dandre ende die doen bezeghelen omme de
meerer versekerthede metten zeghele van saken vander vors.
stede van Damme den welken wij ter tijd van nv useren in
allen onsen acten in ghebreke van onsen zeghele van banden /
ghemaect ende ghegheuen den achsten dach in sporkelle jnt
jaer ons heeren m ccc zeuen ende neghentich -
3.- Burgemeesters,
schepenen en de raad van Damme oorkonden dat zij aan Clays
vanden Bekken, oppervoogd, en Agnes Smans, grootmeesteres van
het godshuis van Sint-Jan, de dienst van de vergierroede ten
eeuwigen dagen hebben gegeven, ten behoeve van het godshuis.
Wij
Burchmeesters scepenen Raed ende al tghemeene vander stede
vanden Damme / Doen te wetene allen lieden hoe dat vpten
dach van heden voor ons ghecommen zijn jn onze camere dheer
Clays vanden beckene burchmeester vanden course vander voors.
stede vanden damme jn desen tyden als vpper voocht ende
joncvrauwe angniete smans groote meestrighe van sinte
janshuus jnden Dam voors. Ende hebben ons als procureurs
ende beschermers vanden voors. godshuuse vuten name van
onsen harden gheduchten heere ende prinche nootzakelike te
kennene ghegheuen / hoe dat byder oorloghe ende pestilentie
die langhen tyt gheregneert heift zonderlinghe jn tvoors.
godshuus / de aelmoessen die deuoten persoonen hier voortyts
den zeluen godshuuse gheploghen hebben te gheuene ende toe
te legghene ende andere proffyten ende veruallen daermede
tvoors. godshuus totten daghe van heden jn state onderhouden
heift gheweist zo ghedeclineert ende ghefaclynert als dat
niet wel moghelic en es dat men de aermen daeromme dat
tvoors. godshuus ghefondeert es herberghe heffe legghe ende
lanc zonder den troost hulpe ende secourt van goeden
godsvruchtighen persoonen / Ons oetmoedelike biddende dat
wij hemlieden vushandich jn dies voors. te wesen wilden /
Vuten welcken wij beroert zijnde met compassien by grooter
voorsienichede met goeder ryper deliberatie omme der
meersinghe der werecken caritaten ende omme ander exemple te
gheuene van weldoene Ende te dien hende dat tvoors. godshuus
jn wesene ende in state bliue moghe. hebben eendrachtelike
den dienst vanden vergierroede den voors. heer clays van den
beckene burchmeester vanden courpse binder voors. stede
vanden damme jn desen tyden als vpper voocht vanden voors.
godshuuse ende van joncvr angniete mans als groote
meestrigghe vanden zeluen godshuuse ende tvoors. godshuus
behouf ghegheuen ende ghejonnen Ende hebben daerof jn
possessien ghestelt ende stellen willende ende begheren dat
tvoors. godshuus den voors. dienst paisiuelike possesseere
ende ghebrucke tot eeuweghen daghen ofte het ne ware dat hij
vylenelike verbuert ende mesureert worde zo zoude de stede
an haer eerlichede hand doen slaen ende tgodshuus
onghebrukich daerof maken alse langhe als haer ghelieuen
zoude Ende es te wetene dat tgodshuus ghehouden zal zijn
eenen souffisanten man daertoe te houdene eist broeder ofte
andere die tofficie can ende regnere ende eenen andren by
hem die de roede draghe ende tofficie leere ende helpt doen
ende zullen beeden hunen eedt moeten doen voor burchmeesters
ende scepenen al eer zij eenighe officie doen zullen als
daertoe behooren zal / voort waert zoo dat de vergierert
qualiken vergierden / Waert de coopere of den vercoopere
ende clacht daer ouer came ende het beuonden werde by te
watere te legghene / Daret mesdaet jn ware dit mesdaet zal
tgodshuus voors. ghehouden worden te beterene ten zeghene
van Burchmeesters ende scepenen zonder cost vander stede
ende die scade zullen zij moghen halen an hare vergierders /
Ende midts desen zal tvoors. godshuus moghen veranden zijne
vergierders tallen tijden alst hem of die tregement hebben
zullen goed dunken zal vp haerlieder auenture / Behouden
dies dat de ghene die zij jn dit voors. officie stellen
zullen altoos hueren eedt moeten doen eer zij tvoors.
officie beghinnen of doen zullen ghelyc vooren gheseyd es /
Ende es te verstane dat de vergierders niet ne zullen moghen
vergieren buuten den scependomme zonder consent van
burchmeesters ende scepenen voors. / Ende es te wetene dat
tvoors. godshuus ouer den dienst hebben zal of de ghuene die
den dienst vuter name van dien doen zal van elcken sticke
wyns weder het gheuergiert es of niet alsulcken salaris
alser van ouds toe ghestelt es ende als men jeghenwoordelike
nv daerof ontfanct ouer vruchtghelt over hoofschede ende
ouer al datter ancleuen zal / Ende dit vanden coopere ende
niet vanden vercoopere / Ende heift mids desen de voornoomde
groote meestigghe belooft te bezettene eeuwelike ende
eruelike gheduerende een vierendeel wyns ghegheuen te
wordene ten vierhoochtyden ende alle zondaghen den
religuesen Die nv jnt voorseide godshuus zijn ende hier
naermaels daerin wesen zullen onder hem allen / Ende voort
eene pinte wyns de weke elcken aermen die jn tvoorseide
godshuus ziec zullen ligghen / Voort zo heift de zelue
meestrigghe belooft te bezetten eeuwelike ende eruelike eene
zinghende messe alle jare ghedaen te zyne ten outhare vander
cappelle vanden zeluen godshuuse vp onser vrauwen dach die
men heet verloren Ter eere van gode van hemelrycke van
reyner maghet marien zynde ghebenendider moeder ende myn
heere sinte Jan jn lauenesse van alle de zielen die den
voors. godshuuse duecht ghedaen hebben ende voortan doen
zullen Ende omme dat wy burchmeesters scepenen raad ende al
tghemeene vander stede vanden Damme voors. willen ende
begheeren dat alle de voorscreuen ende voorseide dinghen
bliuen goedt zekere ghestade ende wel ghehouden jnder
manieren dat zij hier bouen ghescreuen ende verclaerst staen.
So hebben wij dese presenten lettren ghedaen zeghelen metten
zeghele van zaken vander voors. stede vanden Damme / Dit was
ghedaen vpten twee en twintichsten dach van decembre jnt
jaer ons heeren duust vierhondert neghene ende tseuentich.
(Getekend
op de plica:) J Lennoot.
Het zegel, van
hetzelfde type als de vorige akten van Sint-Jan, heeft een
tegenzegel. Een springende hond op een ondergelopen terrein,
vergezeld van een lelie in top. De legende is: + CONTRA .
SIGILLVM . VILLE . DE . DAM . AD . CAVSAS
BIJLAGE 2.
Zegels aan de
charters.

|
Zegel charter
1397. |
Zegel charter
1398. |
 
|
Zegel charter
1479. |
Tegenzegel
charter 1479. |
|