't Zwin

 

 

 

 [Afbeelding bedrijfslogo] 

Jacques De Groote   Vlienderhaag 4 B-8340 Damme 050 501032 jacqdegr@skynet.be

 

 

De stadszegels van Damme[1].

 

A.              Inleiding.

Een zegel is de afdruk van een beeld en/of van een tekst, gegraveerd op een matrijs, op een plastische materie, meestal was, en meestal gebruikt als teken van autoriteit en eigendom en vastgemaakt aan een akte om de echtheid ervan te verzekeren.

In de middeleeuwen werd het zegel in het Latijn meestal sigillum genoemd; in het Frans seel; in het Duits Insegel; in het Nederlands segel[2] (segele, seghel, zeghel[3], zegel).

In de middeleeuwen werden er verschillende soorten validatie gebruikt om aan diplomatieke documenten een garantie van echtheid te geven. Het zegel was echter de meest gebruikte vorm. Eerst voorbehouden aan koninklijke kanselarijen, wordt het gebruik ervan vanaf de 10de eeuw uitgebreid, om van de 12de tot de 15de eeuw het validatieteken bij uitstek te worden.

Vanaf de 12de eeuw werden de zegels op verschillende manieren onder aan het document aangebracht. Eerst werden er lederen repen gebruikt en daarna draden in zijde, wol of hennep. Ook vanaf de 12de eeuw werd de ophanging aan dubbele of enkele perkamenten staarten gebruikt. Voor de dubbele ophanging werden de staarten door de plica[4] aangebracht. De enkele bestond erin een horizontale reep onder aan de akte in te snijden.

Door het gebruik van het uithangend zegel, werd ook het aanbrengen van een tegenzegel op de keerzijde van het zegel bevorderd.

Volgens de aard van de akte, werd een aangepast zegel aangebracht. Zo kennen we grote (ook zegel van ‘verbande’ of van ‘banden’) en kleine zegels, zegels van zaken (ad causas) en van contacten, en tegenzegels, die als zegel gebruikt werden. Het gebruik van het groot zegel geeft de politieke macht van een stad weer, de anderen worden gebruikt bij de uitoefening van de juridische bevoegdheden van de stad.

Als er verschillende zegels aan de akte hangen, is dat van links meestal het belangrijkste.

Vlaamse stadszegels vinden we voor het eerst aan de charters van de ratificatie van het verdrag van Péronne, tussen Filips II Augustus en graaf Boudewijn IX, van januari 1200 NS. Dit zijn de zegels van de steden Brugge, Gent, Ieper, Kortrijk, Broekburg, Rijsel, St. Winnoksbergen, Aire en St. Omer. Die van de kleinere steden, waaronder Damme, komen voor in 1226 aan de charters van deze steden ter bevestiging van het verdrag van Melun tussen de Franse koning en Johanna van Constantinopel.

  

B.        De zegels van Damme.

1.                 Eerste groot zegel (1226-1249)[5].

Het oudst gekende stadszegel van Damme dateert dus uit 1226[6].

Het zegel, zonder tegenzegel, hangt aan volgende akte:

AN, Paris, J 534, 1410 (17 december 1226).

A. Origineel: Perkament (H + plica , B); uithangende stadszegel. In dorso: -

Nos villa totaque communitas de dam Omnibus Notum facimus quod nos tactis sacrosanctis iurauimus coram nuntijs illustris Regis francorum ludovici et domine Regine matris eius blanche ad hoc missis videlicet Magistro albrico Cornuto et domino Hugone de athies magistro panetarie domini Regis quod si karissimum dominum nostrum Fernandum Comitem Flandrie vel eius uxorem Johannam Flandrie et Hainonie Comitissam quod deus auertat contingeret resilire a conuentionibus initis .... eiusdem Comitis inter ipsos ex una parte et dominum Regem Francie et dominam Reginam matrem eius ac liberos ipsius ex altera / quas conuentiones fideliter audiuimus recitari et plene intelleximus / predictis comiti et comitisse non adheremus nec auxilium vel consilium eisdem vel alteri ipsorum prestaremus . immo contra predictos Comitem et Comitissam predictis domino Regi et domine Regine ac liberis ipsius pro posse nostro adheremus et fideliter faueremus donec illud  esset emendatum ad iudicium parium Francie in curia domini Regis . Jn cuius rei testimonium presentem cartam scribi fecimus et sigillo nostro roborari . Actum Brugis anno domini mo cco xxo sexto feria quinta post festum beate lucie .

Deze akte, de oudst gekende akte van de stad, bevestigt de eed van trouw van de stad Damme aan Lodewijk IX, koning van Frankrijk.

Tussen 1 en 11 april 1226 kwam het verdrag van Melun, tussen Lodewijk VIII en Johanna van Vlaanderen, tot stand. Daarin stond dat Ferrand van Portugal, die na de nederlaag van Vlaanderen te Bouvines in 1214 was gevangen genomen en te Parijs werd opgesloten, op kerstmis 1226 zou vrij komen. Daarvoor moest Johanna aan verschillende eisen voldoen, waaronder de eed van getrouwheid aan de koning van alle Vlaamse edelen en steden, van wie de koning deze eed zou vragen. Op 8 november 1226 stierf Lodewijk VIII. Daarna werd er een nieuw verdrag afgesloten tussen Blanche van Castillië, in naam van haar minderjarige zoon Lodewijk IX, en Ferrand en Johanna, te Parijs.

Tussen 6 en 21 december 1226 worden Alberic Cornut en Hugo van Athies naar Vlaanderen gestuurd om er de eed van trouw van de edelen en steden in ontvangst te nemen. Dit gebeurt in Rijsel, Ieper, Brugge en Gent. Op 17 december bevinden ze zich in Brugge en dezelfde dag komen reeds zeven edelen en drie steden, nl. Brugge, Oudenburg en Damme, de eed afleggen.

In de akte staat dat Damme de graaf en de gravin niet zou steunen, indien zij de overeenkomst niet zouden naleven, en hen ook geen bijstand zou verlenen, vooraleer dit aan de iudicium parium Francie (les pairs de France) was voorgelegd en door hen was goedgekeurd.

Nadien zullen op verschillende tijdstippen aan Johanna en na haar aan Margaretha, Gwijde van Dampierre en Robrecht van Bethune de zelfde eisen worden opgelegd, alhoewel in gewijzigde vorm.

In 1226 is van de Zwinsteden enkel Damme bij de gevraagde steden, wat erop wijst dat Damme toen reeds weer een volwaardige stad was geworden, na de verwoesting van 1213[7], en dat de andere Zwinsteden nog geen belangrijke steden waren. Dit zal in de toekomst veranderen.

Aan dit charter hangt een stadszegel in witte was, het eerste gekende stadszegel van Damme. Een schip, bemast en opgetuigd, maar zonder zeilen, vaart, komende van rechts, naar een kaai of dam, waarop een gebouw staat. De legende is : + SIGILLVM . DE . hONDESDAMMA. Er is geen tegenzegel. Het heeft een ronde vorm en een diameter van 62 mm.

[8]

Aan de volgende akten van de stad, met zegel, wordt er ook een tegenzegel gebruikt. Een hond op een dam, aan de voet waarvan golven. De legende is: + SIGILLVM DE DAM. Het heeft een ronde vorm en een diameter van 25 mm.

De charters, waaraan dit eerste zegel hangt, zijn de volgende:

AN, Paris, J 534, 1410 ( 17 december 1226)**[9] (Melun) (witte was).

AN, Paris, J 535, 515 (mei 1237) (witte was).

AN, Paris, J 535, 514 (januari 1238 NS) (Compiègne) (witte was) (fr).

AN, Paris, J 537, 524 (februari 1245 NS) (fr).

AN, Paris, J 539, 1316 (maart 1246 NS)*.

AR, Brussel, Cartularium Bisdom Doornik (15de eeuw) nr 1508, f° 43 (juli 1249) (B).

HA, Köln, HUA 1/168 (11 november 1249).

Dit zegel werd al in tientallen publicaties, betreffende de ontwikkeling van de scheepstypes, als voorbeeld gebruikt in verband met de evolutie van de scheepsbouw in deze periode.

2.                 Tweede groot zegel (1272-1384).

Waarom er een nieuw zegel werd gemaakt, weten we niet. Soms werd er een nieuw zegel in gebruik genomen. Toen werd de toelating aan de graaf gevraagd.[10]

De eerste gekende akte, waaraan dit zegel hangt is de volgende:

ANP, J 541, 29 ( februari 1276 NS ).

Nos scabini totaque communitas ville de Dam / notum facimus omnibus presentes litteras instecturis quod nos tactis sacrosanctis jurauimus coram nuntiis excellentissimi domini Philippi francie regis illustris ad hoc specialiter missis videlicet coram magistro Guillemmo decano sancti Agniani aurelianensis dicti domini regis clerico / et domino Colardo de molanis eisdem regis milite per si quod deus auertat karissimum dominum nostrum Guidonem comitem flandrie contigeret resilire a conuentionibus initis inter ipsum ex una parte . et dictum dominum regem ex altera / quas conuentiones audiuimus per predictos nuntios fideliter recitarj / et plene intelleximus prout in euisdem comitis litteris continentus / predicto comitj non adhereremus / nec auxilium uel consilium eidem prestaremus / jmmo predicto regi et eius heredibus pro posse nostro adhereremus et fideliter nos teneremus contra comitem predictum donec illud esset emendatum in curia dicti domini regis ad judicium parium francie. Jn cujus rei testimonium presentes litteras fecimus sigillo nostro sigillarj. Actum anno domini .Millesimo. ducentesimo. septuagesimo / quinto. mense februario.

 

Deze oorkonde is van dezelfde hand als dat van Mude ( ANP, J 541, 219), van Monnikerede ( ANP, J 541, 228) en van Hoeke ( ANP, J 541, 217). Daaruit is af te leiden dat de oorkonden werden geschreven door de scribent van het schependom van Damme. Mude, Monnikerede en Hoeke maakten in deze periode deel uit van het schependom van Damme.

Een schip op de golven varend naar rechts; verlengde van de mast = aanvangskruis van de legende, in de koorden van de mast klimt een man; in de kastelen vooraan en achteraan op het schip houdt een man een bannier (dwarsbalk beladen met een hond), in het schip is nog een man te zien. De legende is: +: SIGILLVM/. SCABINORVM : ET : BVRGENSIVM : DE : DAM :. Het heeft een ronde vorm met een diameter van 80 mm.

[11]

 

Het tegenzegel is: een calvarie-voorstelling (Christus aan het kruis; aan de voet van het kruis staan Maria en Johannes). De legende is: +CONTRASIGILLVM:DE DAM:. Ronde vorm met diameter van 40 mm.

 

[12]

 

In een verzameling stukken, betreffende het proces van Brugge, Damme en het Vrije tegen de bisschop van Doornik in verband met de synodale assisen, die de bisschop in deze steden wilde houden[13], vinden we een vermelding van dit zegel, met de datum: Anno domini m.cc.septuagesimo primo, feria tercia post festum beati mathie apostoli (februari 1272 NS). De zegels van Brugge, Damme en het Vrije worden er beschreven; dat van Damme als volgt:

Secundus vero tenor litterarum procurationis sic incipit. Vniuersis presentes litteras inspecturis / Scabini burgimagistri totaque communitas ville de Dam. Tornace. Dioc. Salutem et c. et sic finit. Actum et datum Brugis in flandria. Anno domini .m.cc. septuagesimo primo / mense martio. Cuius originalis sigillum appensum erat de viridi cera magnum et rotundum . in medio cuius sigilli erat impressio cuiusdam nauis posite admodum euntis super aquas munite duobus castris . ad modum defensionis, cum vexillis ad signa leonis et cum duobus hominibus armatis, castra huiusmodi custodientibus / una cum arbore in medio nauis et velis cum finibus extensis usque ad sumitatemdicti arboris / et in dicta sumitate arboris erat impressio cabie siue lenterne / et in una fune erat impressio cuiusdam hominis ascendentis ad arborem huiusmodi / et intus in naui iuxta arborem erat impressio alterius hominis extendentis manum ad cordas siue ad funes predictas. In circuitu ipsius sigilli erant littere sic dicentes .+. sigillum Scabinorum et burgensium de Dam. Ex parte non exteriori . medietatis ipsius sigilli . et in eadem cera . erat impressio cuiusdam sigilli parui et rotundi . in medio cuius erat impressio domini nostri Ihu Xi crucifixi . et ab uno latere ipsius erat impressio ymaginis Beate Marie virginis . et ab alio impressio ymaginis Sancti Johannis. In circuitu sigilli erant littere tales .+.contrasigillum de Dam.

Hier krijgen we dus en een eigentijdse beschrijving, en een vroegere datum dan die van het eerste overgeleverd charter met dit zegel.

De charters, waaraan dit zegel hangt, zijn de volgende:

AN, Paris, J 541, 29 (feb 1276 NS) (gaaf).

AN, Paris, J 542, 317 (maart 1286 OS)*.

AN, Paris, J 549, 34 (4 april1307 NS).

AN, Paris, J 549, 33 (15 jul 1307) (fr).

AN, Paris, J 550, A 161 (mardi avant le annonciacion nre dame en moys de mars 1308 OS).

AN, Paris, J 551, 522 (5 jul 1309).

AN, Paris, J 560, 618 (18 juli 1313)*.

AN, Paris, J 563 B  4624 (12 maart 1320 NS) (fr).

AN, Paris, J 564, 811 (2 juli 1320) (fr).

AN, Paris, J 566, 17 (3 augustus 1326)*.

AN, Paris, J 566, 44 (30 maart 1326 OS).

ADN, Lille, Chambre des comptes, B 263 (5902) (20 september 1328).

AN, Paris, J 568, 28 (10 februari 1329 NS)*.

AN, Paris, J 569, 93 (10 februari 1329 NS)*.

RAG, Oorkonden van de graven van Vlaanderen, de Saint‑Genois, 1641 (18 okt 1330).

ARA, Oorkonden van Vlaanderen, eerste reeks, 1266 (5 mrt 1333 NS) (fr).

SAB, Politieke charters, 1e reeks, 496 (20 juni 1351).

SAB, Politieke charters, 1e reeks, 499 (31 jan1352 NS).

SAB, Politieke charters, 1e reeks, 539 (24 okt 1360) (fr).

ARA, Oorkonden van Vlaanderen, eerste reeks, 1267 (6 nov 1364) (fr).

ARA, Oorkonden van Vlaanderen, eerste reeks, 1269 (13 nov 1366) (fr).

SAB, Rubenbouc, f° 62 vo (29 september 1373) (B).

ARA., Oorkonden van Vlaanderen, eerste reeks, 1271 (17 sep 1376).

SAB, Politieke charters, 1e reeks, 633 (29 juni 1377).

ARA, Oorkonden van Vlaanderen, eerste reeks, 2203/2 (28 apr 1384) (fr).

3.                 Zegel “ad causas” (tegenzegel) uit 1306.

Door de toename van de activiteiten van de stad als rechtspersoon, werd het gebruik van een zegel meer en meer vereist. Steeds meer akten vereisten een validatie. Het gebruik van het groot zegel was daarvoor ongeschikt, door de veelvuldige formaliteiten, die het gebruik ervan omringden. Daarvoor werd een ‘ad causas’ zegel in het leven geroepen.

De eerste gekende akte, waaraan dit ‘ad causas’ (tegen)zegel van Damme hangt is de volgende:

ASP, nr 91 (3 januari 1306).

De magistraat van Damme geeft aan Pieter Bliek, poorter van de stad, de toelating om zijn bezittingen, en die van zijn zoon, te Damme, aan Jacop uten Sack te verkopen, omdat zij de stad zullen verlaten.

A. Origineel: Perkament (H 85+ plica 19, B 187 mm); uithangende stadszegel in goede staat. In dorso: Consensus scabinorum de dam. super venditte. bone ... filij pet. bliecs.; pieter bliec   jn polre; f° 83+21; Damme.

 Wie bourghmeesters scepenen ende al tghemeene vanden Damme doen tewetene allen den ghonen die dese lettre sullen sien jof horen lesen. dat wie ghemeenlike gheconsentert hebben gheuen ende hebben egheuen onsen lieuen ende ghetrouwen portre pietre blieke macht te vercopene sijns kinds land ende tsine. aruachtichede. huse ende rente / die hie ende sijn kind hebben so waer dat se gheleghen sijn. als omme de port te quitene ieghen jacoppe vten sacke. Jn orcontscepe van deser dinc. hebben wie dese lettre. beseghelt metten zegle van onser port vtanghende. Dit was ghedaen smaendaghes na niewe dach. jnt iaer ons heren als men screef m°. ccc°. ende viue.. - - -

Uithangend stadszegel. Een hond op een ondergelopen terrein, vergezeld van een kleine lelie in top, op een getralied veld, het geheel in een roos (achtlob). De legende is: * CONTRA . SIGILLVM (. VILLE .) DE . DAM . AD . CA(VSAS) .Dit is de oudst gekende oorkonde van Damme met een zegel “ad causas”. Dit is wel een tegenzegel. Welke het zegel “ad causas” zou geweest zijn, is tot nu toe nog niet geweten. Hier wordt ook voor de eerste maal de hond van Damme voorgesteld.

Merkwaardig is hier, dat dit tegenzegel “ad causas” 65 jaar voor het gekende zegel “ad causas” (1371) gebruikt wordt en dat we niet weten of er vroeger een ander zegel “ad causas” heeft bestaan. Er zijn ook maar weinig voorbeelden gekend, waar een tegenzegel dienst doet als zegel.

De charters, waaraan dit zegel hangt, zijn de volgende:

ASP, nr 91(3 jan 1306 NS).

AR, Brussel, Oorkonden van Vlaanderen, eerste reeks, 1273 (16 november 1393)(fr).

4.                 Derde zegel (enig gekend klein zegel) van Damme (1324-1382)

De eerste gekende akte, waaraan dit zegel hangt is de volgende:

RAG, Oorkonden van de graven van Vlaanderen, de Saint Genois, 1411 (3 mei 1324).

A. Origineel: Perkament (H 83 + plica 18, B 260 mm), uithangende zegel (36 mm) (nr 1009). In dorso: le vile dou dam ne demandera jemais riens as homanz de loz vile.de.xx.de gr. .. ant done a cuy chescun; hoeftmanne.

Zelfde hand als ASP, 173 (27 nov 1324).

Wie Burghmeesters / scepenen / raed / Ende al de ghemeente vanden Damme / doen tewetene ende maken cond allen lieden / dat wie bi ghemeenen consente ende ouereendraghene van ons allen hebben ygheuen ende gauen den hoeftmannen van onser port elken tien sceleghe ouden grote torn. Ende den vpperhoeftman twintich sceleghe groter torn. vorseit / als ouer salaris van meneghen diuersen pijnen ende arebeiden die zij ghedaen hebben ter orbare ende ten profite van onser port vorseit / waer of wie ons belouen ende wel ghepayet houden van hem lieden / Ende wie alle ende elc van ons allen bi hem belouen loialike ende in goeder trauwen de vorseide hoeftmannen noch enech van haren hoire nemmermeer te calengierne no eesch te hemwaert te makene omme tvorseide occoison / Bider orcontscepe van deser lettre beseghelt metten clenen zegle van bande van onser port vorseit vutanghende / de welke was ghemaect ende ygheuen den darden dach van meye . Jnt jaer ons heren als men screef dusentich drie hondert twintich ende viere -

 

Schild met hond op een dijk, het geheel in een veellob. De legende is: +: SIGILLVM : COMMVNITAS : VILLE : DE : DAM. Ronde vorm, met diameter van 36 mm. Er is geen tegenzegel. Dit zegel wordt in de tekst beschreven als “klein zegel” van de stad. Het wordt ook gelijktijdig met het tweede groot zegel gebruikt.

 

 


 

 

De charters waaraan dit zegel hangt, zijn de volgende:

RAG, Oorkonden van de graven van Vlaanderen, de Saint-Genois, 1411 (3 mei 1324).

ADN, Lille, Chambre des comptes, B 1273 / 11.110(bis) B (23 dec 1382).

Zowel dit klein zegel, als het vorig groot zegel worden gebruikt tot begin der tachtiger jaren van de 14de eeuw. Waarschijnlijk zijn beide vernield of verloren gegaan in de woelige periode van 1385, bij de inname van Damme door Ackermans en de Gentenaars en de herinname door de koning van Frankrijk en de hertog van Bourgondië. Een andere mogelijke uitleg is dat Vlaanderen in die periode Boergondisch wordt en dat er in dit verband een nieuw stadszegel gemaakt wordt.

5.                 Vierde zegel (“ad causas”) (1371-1553).

De eerste gekende akte, waaraan dit zegel hangt, is de volgende:

AHL, Batavica 157 (19 juli 1371).

De Raad van Damme in Vlaanderen verzoekt de Raad van Lübeck om de goederen, die in Lübeck achtergelaten zijn door de in Danzig gestorven Johan metten ghelde, aan zijn broeder Willem terug te geven


A.      Origineel : Perkament (H 114, B 300 mm). Uithangend zegel van zaken met tegenzegel. In dorso :

Honorabilibus viris ac multu. discretis amicis nostris dilectis dominis proconsules et consules Civitatis lubescensis / Burgimagistri Scabini et Consules ville de Dam in flandria se beniuolos et patos Cum ipsos fideli famulatu /  Vestre honestati significamus per presentes .. constituti corum nobis Wilhelmus filius petri conburgensus nostri et Volquijf soror sua filia petri / qui nobis exposuerunt quodam bona per mortem Johannis filij petri al. dicti metten ghelde ipsorum freris legitime  nup. in danseke miserabiliter interfecta vt intelleximus  / Jn vestra ciuitate fore relicta et ad eos jure hereditarie deuoluta Et que Wilhelmus et Volquijf soror sua predicti sunt proximi heredes ad vnnicisa bona que ydem Johannes frater eorum reliquit vt permittitur et nullus in hoc mondo jta prope ad illa sicuti Wilhelmus et Volquijf soror sua sunt hoc testamur per presentes / Quare vitam laudabilem honestatem deprecamur preribus studiosus quarum huiusmodi bona per dictum Johannem metten ghelde felic. … in vestra ciuitate relicta vt perscriptus est Wilhelmo filio petri conisori pnter. Jntegre jnbeatum prentari et assignari Quia prefata Volquijf que jam habet etatem quadraginta annorum vel circiter sicut dicebat et nobis videlut.. esse veritatem dictum Wilhelmum ipsi frerem mediante confilio et consensu eius amicorum et consangwineorum videlicet nicholai  wisselare Walteri.f. petri et aliorum coram nobis constituit et elegit in ipsius plenipotem. procuratorem ad collendum suam partem dictorum bonorum firmum respectum ad nos hunn. et fidem creditam que de huiusmodi bonis dicto Wilhelmo filio petri  Sic presentatum nulla monito. posterior subsequi debeat in future Sic vos et eorumdem bonorum consignatores pitum et exportorum  manebiter inmoniti atque quiti volentes vos eiusmode indepnes. obseruare quia a mns. Con…bus fide dignis plenariam cautionem recopimus de premissis Jn cuius rey testimonium Sigilla ad causas nostre ville predicte de Dam presentibus est appensum Datum anno domini .mo.ccco.lxxo primo .xixo. die mense Julij./

Het uithangende zegel is het eerst gekende van dit type: Schild met dwarsbalk beladen met een hond, vergezeld in het schildhoofd van drie lelies, het schild met een geruit veld en gehouden door twee schildhouders staand in een schip (met lange kleren aan en een muts op ofwel met halflang krulhaar), varend op de golven, op een veld van bloeiende takken. De legende is: +SIGILLVM . SCABINORVM . VILLE . DE . DAM . AD . CAVSAS . ET . NEGOTIA . NON . AD . CONTRACTUS. Ronde vorm, met diameter van 82 mm. Het tegenzegel is hetzelfde als het (tegen)zegel uit 1306. Het is de enige maal, dat deze beide zegels samen gebruikt worden.

Beide zegels, alsook het groot zegel van de stad, werden waarschijnlijk in 1385, bij de inname van Damme door Ackermans en de Gentenaren, vernietigd.

Hier gaat het niet meer om een zegel van banden (of groot zegel), maar om een zegel van zaken. In het tweede charter, aan het Sint Janshuis door de stad gegeven, op 8 februari 1398, staat er waarom dit zegel toen gebruikt werd: So hebben wij hier of twee lettren doen maken eens sprekende wanof de stede de eene te haerewaerts heift / ende tgodshuus vors. dandre ende die doen bezeghelen omme de meerer versekerthede metten zeghele van saken vander vors. stede van Damme den welken wij ter tijd van nv useren in allen onsen acten in ghebreke van onsen zeghele van banden.

In het charter van 11 mei 1431[14] staat er nogmaals:

Jn orcondscepen van welken dinghen / hebben wij dese lettren ghedaen zeghelen metten zeghelen van zaken / vander vors. stede vanden Damme / mids dat wij jeghenwoordelike gheenen zeghele van verbanden en hebben

 

[15]

 

Aan de charters, waar aan het zegel een tegenzegel is aangebracht, is dit tegenzegel vanaf 1414 de volgende: Een hond op een ondergelopen terrein, vergezeld van een lelie in top, het geheel in een roos (achtlob). De legende is: +CONTRA . SIGILLVM . VILLE . DE . DAM . AD . CAVSAS. Ronde vorm met diameter van36 mm.

 

[16]

Later, vanaf 1438, komt er een nieuw tegenzegel: Een springende hond, op een ondergelopen terrein, vergezeld met een lelie in top. De legende is dezelfde.

[17]

De charters, waaraan het zegel hangt, zijn de volgende:

AHL, Batavica 157 (19 juli 1371).

ASJD, (18 dec 1397)** (fr).

ASJD, (8 feb 1398 NS)** (fr).

ADN, Lille, Chambre des comptes, B 546/ 15.093(24) (9 mei 1407)** (fr).

RAB, Brugse Vrije, nr. 13 (vid 26 jun 1411)**.

SAB, Politieke charters, 1e reeks, 926 (9 mrt 1414 NS).

SAB, Politieke charters, 1e reeks, 937 (2 aug 1417)**.

ARA, Oorkonden van Vlaanderen, eerste reeks, 1275 (16 jul 1421)** (fr).

ADN, Lille, Chambre des comptes, B 1353 (15.440)** (fr).

ADN, Lille, Chambre des comptes, B 1353 (15.445)** (fr).

ASJD, (9 november 1423)*.

SAB, Politieke charters, 1e reeks, 963 (1 feb 1425 NS).

SAB, Politieke charters, 1e reeks, 968 (21 mrt 1427 NS).

SAB, Groenenbouc A, f° cxcvij vo (21 september 1429) (B).

SAB, Politieke charters, 1e reeks, 978 (11 mei 1431)**.

RAB, Charters Blauwe nummers, 2371 (19 december 1433)*.

RAB, Charters Blauwe nummers, 11519 (24 october 1434)*.

ARA, Oorkonden van Vlaanderen, eerste reeks, 2215 (18 mrt 1438 NS) (fr).

SAB, Politieke charters, 1e reeks, 1049 (24 mei 1449).

Kortrijk, Archief van het O.L.V.‑hospitaal, 125 (22 sep 1457)** (fr).

ASJD, (22 dec 1479) (fr).

ARA, Oorkonden van Vlaanderen, eerste reeks, 1278/ 1-2 (4 en 24 october 1483) (fr).

SAB, Politieke charters, 1e reeks, 1253 (11 mrt 1495 NS) (fr).

ASJD, (1553).

Het charter ARA, Oorkonden van Vlaanderen, eerste reeks, 2215 (18 mrt 1438 NS) is het enig gekend stadscharter van Damme, Monnikerede en Hoeke samen, waaraan er drie stadszegels hangen. Damme had toen nog altijd geen groot zegel, gezien het zegel van zaken gebruikt werd, alhoewel Monnikerede en Hoeke hun groot zegel gebruikten.

In het charter van 21 maart 1427 NS staat er Jn orcontscepen van welken dinghen / hebben wij dese lettren ghedaen zeghelen metten grooten zeghele vander voors. stede van den Damme, alhoewel er een zegel van zaken aan het charter hangt.

6.                 Vijfde (derde groot) zegel (1472-1482).

Het enige charter, waaraan dit zegel volledig herkenbaar hangt is het volgende:

ASJD, (26 juli 1472).

A. Origineel: Perkament (H  + plica , B  mm). Uithangend stadszegel van verbanden. In dorso: Rentebrief van een pondt gr. erfelike losrente tsjaers gheassigneert vpde stede vanden damme . Wanof zuster barbele bogaerds.fa.anthuenis heift dondbladijnghe tharen lyfue . bij speciale gracie zal jaerlix gheconsenteert Ende naer haer ouerlijden blijft tgodshuus ghelast voor dese rente . eewelic vp ste barbelen dach zeker dienst er doen doene hier binder cappelle ghelijc den brief van verbande daer af ghewacht die de hoyrs vande voors. zuster barbele themlieder waert hebben.

Allen den ghuenen die dese lettren zullen zien of hooren lesen . Burchmeesters Scepenen Tresoriers Raden hoofdmannen vander poorterie Connestablen Dekenen vanden ambochten ende Neeringhe ende al tghemeene vander stede vanden damme Saluut Hute dien dat wij voor ons ende vter name vander zeluer stede ter grooter ende neerendster bede begheerte ende verzoucke van onsen harden gheduchten heere ende prince den hertocghe van bourgoingnen ende van brabandt graue van Vlaendren gheconsenteert hebben te vercoopene vp ons ende tghemeene lichame vander voors. stede de somme van veertich ponden groten tsiaers eruelijcker renten te lossene den pennync zestiene omme bij middele van dien te moghen leenen den zeluen onsen harden gheduchten heere ende prince vanden penninghen die commen zouden vander vercoopinghe vander voors. rente de somme van tien duust ryders te vier scellinghen groten Vlaemscher munten den rydere Te secourse ende hulpe vanden grooten ende zwaren lasten die onse voors. gheduchte heere ende prince zeker tyd ghehadt heift ende noch daghelix heift  omme de bewaernesse ende versekerthede van hem van zynen ondersaten landen en eerlicheden ende emmere omme als nv jeghewoordelyke de voors. bewaernesse ende verzekerthede te continueerne ende tonderhouden aneghezien dat tstic van payse noch jn twyfele staet ende omme hendelyke byder hulpe van gode ende van ons voors. gheduchts heeren ende princen goede ende ghetrauwe ondersaten te moghen commene ten voors. payse dat de ruste welvaert ende zalicheyt es van alle zyne voors. hondersaten landen ende heerlicheden ende zonderlinghe van desen zynen lande van Vlaenderen ende deser voors. zynre stede van damme  Omme tvercoopen van welker voors. rente van veertich ponden groten  hij ons gheoctroyeert ende gheconsenteert heift by zyne opene lettren van octroye ghegheuen jn zyn velt voor Risle den dertiensten dach van wedemaendt laetst leden die wy tonswaert hebben omme de voors. rente te moghen vercoopene ende te lossene naer den vutwijsene vanden zeluen lettren van ottroye / So eist dat wij bij virtute vanden zeluen lettren van ottroye ende by rade consente ghemeenen accorde ende ouereendraghene van ons allen ouer ons ende alle den ghemeenen poorters ende poortessen van deser voorseider stede jeghenwoordich ende toe te commene omme de causen ende redenen bouen verhaelt ende omme onsen voors. harden gheduchten heere ende prince te ghelieuene ende bijstandichede te doene jn zijnen noodt alzo goede subditen ende ondersaten sculdich zijn van doene vercocht hebben ende bij desen onsen lettren vercoopen wel ende ghetrauwelike onsen gheminden vrienden ende poorters andries van voordsele ende mathys de pape als voochden van claykine thuenekint grietkine ende baerbelkine oliuiers van nieuwenhoue kynderen die hy hadde by Jacquemyne Jand rudders dochtere zyne wyue ende ter zeluer kynderen behouf de somme van twintich scellinghen groten Vlaemscher munten tsiaers eewelyker ende erueliker renten zulke munten als onse voorseide harde gheduchte heere ende prince ende zyne naercommers grauen ende graueneden van Vlaenderen zullen doen ontfanghen hutten renten ende  demainen jn Vlaenderen ende emmer naer der ordinantie vander munte Ende dit omme de somme van zestiene ponden groten vlaemscher munten voors. Die wij kennen vanden voors. voochden vter name vanden kynderen als coopers ontfanghen hebbende ende bekeert jnde voors. leenynghe ghedaen onsen voors. harden gheduchten heere ende prince alzo verre als zy hebben connen bestrecken welcke voors somme van twintich scelliynghen groten siaers eeuweliker ende erueliker renten wij belooft hebben ende belouen bij onzen trauwen ende heeren te betaelne vulcommelijke ten tween payementen jn elc jaer / Danof deen helt oure teerste payment vallen zal den eersten dach van laumaendt jnt jaer duust vier hondert twee ende tseuentich eerstcommende ende dander helft oure tandre payement den eersten dach van hoymaendt daer naer eerst volghende jnt ende alzo voort van termyne te termyne ende van jare te jare toter tyd ende der wijlen dat de voors. rente ghelost zal wesen of binnen vichtien daghen naer elc payement ombegrepen bij alzo dat wij of de ghuene die tlasthebben zullen vander voorseider stede weghe de voors. rente te betaelne dies verzocht zijn binnen der zeluer stede byden voors. coopers jnden name als bouen of byden eenen van hemlieden of den bringhere sbriefe als bouen Ende hebben hier toe verbonden ende verbinden ons allen tsamen ende elc van ons bij zondre / alle de assysen renten reuenuen ende andre goeden vander voors. stede vanden damme ende tgoet van elken van ons zonderlinghe ende van onse naercommers poorters ende poortessen vander zeluer stede ligghende ende roerende zo waer ende zo wat steden die gheleghen zijn of beuonden zullen worden De welke wy ghestelt ende gheabandonneert hebben stellen ende abondonneren by desen ter heerliker executie van allen heren rechters jugen ende wetten gheestelic ende weerlic omme by arreesten van ons ende van onsen naercommers lechammen ende goeden voorscreuen zo waer die beuonden zullen zijn an dese zyde of an ghene zyde vander zet of beerchs ons ende onse naercommers te bedwinghene ter betaelinghe vanden achterstellen vander voors. rente met alle de costen die de voors. coopers of deen van hemlieden of de bringhere sbriefs by ghebreke van payemente hebben zoude Ende bouen desen hebben wij gheconsenteert ende consenteren by desen onsen lettren dat wij jn ghebreke waren van eenighe vanden voors. payementen te betaelne naer dat wijs of de ghuene die tlast van betaelne als bouen hebben zullen vanden voors. coopers jnden name als bouen of vanden eenen van hemlieden of vanden bringhere sbriefs of vanden vidimus als bouen duechdelic verzocht zullen zyn dat hy of de voorseide bringhere sbriefz / emmer de voors. vijftiene daghen naer elc payement leden zynde / vpder voors. stede ende onsen ende elken van ons ende onzen naercommers cost zal moghen verteeren te zo wat plaetsen dat hem ghelieuen zal Toter vulre betalinghe vanden voors. payemente elcx daechs drie grooten der voors. munten vanden voors. twintich scellinghen groten  groten vp dat men die verachtert ware welke theere daert alzo gheuiele wy als nv kennen sculdich zynde ghelyc de voors. principale rente / Voorts hebben wij hemlieden gheconsenteert dat zy of de voors. bringhere sbriefs zullen bij ghebreke van payementen moghen gheuen jn ghiften zo wat heeren dat hem ghelieuen zal gheestelic of weerlic den vijfsten penninc van dies wy verachtert wesen zouden omme ons ende onze naercommers te bedwinghene ter betaelinghe vanden voors. achterstellen costen ende ooc vanden voors. ghiften zondre de voors. achterstellen yet te verminderne Ende hebben gherenunchiert ende zyn of ghegaen rununcieren ende gaen of als te desen van allen gracien vutzetten ende respyten die wy zouden moghen jnpetreren van onzen heleghen vadre den paeus vanden Conync van Vranckerijcke van onsen voors. harden gheduchten heere ende prince of van hueren naercommersof van zo wat andren heeren dat het ware gheestelic of weerlic bij causen van eenighen lasten ons oure commende als van cruusuaerden oorloghen heeruaerden of andre van allen preuilegien ghejmpetreert of te jmpetrerene van allen costumen subtylheden ofte behendicheden ende exceptien Als dat wij de voorseide penninghen niet ontfanghen en hebben noch bekeert en zijn jnde voorseide leenynghe of oorboor vander voors. stede van dat wy bedrogen zouden moghen zyn bouen der rechter helt ende voort van allen anderen bescudden die ons te baten of den voors. coopers jnden name als bouen of de bringhers sbriefs te scade ende hindere zoude moghen commen jn eenegher manieren / ende zonderlynghe den rechte dat zeicht dat ghemeene renuntiacie of vertyen niet en doocht Behouden dien ende wel verstaende dat besprec ende voorwoorde es tusschen ons ende den voors. coopers jnden name als bouen jnt vercoopen vander voors. somme van twintich scellinghen groten tsiaers eeuwelyker ende eruelyker renten dat wy of onze naercommers tregement vander voors. stede hebbende jnden name vander zeluer stede zullen moghen de voors. rente quyten ofcoopen ende lossen tallen tyden alst ons of onzen naercommers ghelieuen zal / mids wedergheuende ende betalende voor de voors. twintich scellinghen groten eruelic zestien ponden groten eens wech draghers / zesse bourgoinesche guldenen voor een ende twintich scellinghen groten munte voors. zulke van ghewichten ende aloye als onse voors. harde gheduchte heere ende prince corts naer tontfanghen van zynen voors. lande ende graefschepe van vlaenderen dede munten ende slaen binden zeluen zyne lande / Te wetene neghentien karate fyn goudt jnghelsche noblen vanden kueninc heidric van Jnghelandt gherekent oure fyn ten twaelfsten dele vanden karate van r... van twee ende tseuentich jnt ghewichte vanden ... pratike emmer naer thuutwysen vanden jnstructie vander zeluer munte of de waerde van dien jn anderen ghelde loop hebbende by ordonnancie vander zeluer munte Ende waert dat dese jeghenwordighe lettren bij brande of andre messchiene bedoruen ghestolen gheschuert of ghecaseert worden ende de voors. coopers jnde name als bouen of dien van hemlieden of de ghuene die recht of cause ande voors. rente hebben zoude Oorconde by eede dat alzo ware zo worden wij ghehouden hem eene nieuwe lettre van ghelycken jnhoudene te gheuene vp zynen cost Jn oorcondscepen van welken dinghen hebben wij dese lettren ghedaen zeghelen metten zeghele van verbande vander voors. stede vanden Damme Ghemaect ende ghegheuen jnt jaer ons heeren duust vier hondert twee ende tseuentich vpden zesse ende twintichsten dach van hoymaendt

Getekend op de plica: J Lennoot

 

Aan dit charter is een charter van de stad Brugge van 18 mei 1526, met stadszegel, verbonden.

Het uithangend zegel is:Een opgetuigd schip, met een mast en met 4 kastelen, twee vast aan het schip en nog twee vrijstaande, varend op de golven naar rechts, op een veld met ranken. Boven de vrijstaande kastelen wapperen twee banieren met een dwarsbalk, beladen met een lopende hond. In een der kastelen staat een man. De legende zou , naar analogie met het tweede groot zegel, en voor het weinige dat leesbaar is op dit zegel: SIG(illvm scabinorum et burgensium) DE DAM. kunnen zijn. Het tegenzegel is de calvarie-voorstelling. De legende is:   CONTRA * SIGILLVM * DE * DAM :

In ‘DAMME’ van H. Hoste, VTB-uitgave, Antwerpen 1956, beschrijft R. Vandenberghe dit zegel, als zijnde een zegel uit de 14de eeuw, alhoewel hij de afbeelding geeft van het zegel van ASJD, (26 juli 1472). Hij schrijft wel dat er kleine varianten bestaan, maar komt niet tot het besluit dat het om een nieuw zegel gaat.

18]

Op 26 juni 1472 wordt er een gelijkaardig charter over de zelfde materie geschreven, maar het fragment van zegel, dat er nog aan hangt is onherkenbaar.

[19]

[20]

Dit zegel is van dezelfde aard als het tweede zegel van de stad. Het schip is wel van een ander type dan dat op het tweede gekende zegel van de stad, daar er een voor- en achterkasteel rechtstreeks op het schip staat. Er zijn ook ranken tussen de tuigage aangebracht. Als tegenzegel wordt ook een calvarie-voorstelling gebruikt. In de tekst van de akte kunnen we lezen, dat hier weer een zegel van banden wordt gebruikt.

Merkwaardig is ook dat er op 4 en 24 october 1483[21], nog gelijkaardige charters worden uitgegeven, betreffende dezelfde materie, en dat daar terug een zegel van zaken wordt gebruikt.

De charters waaraan dit zegel hangt zijn:

ASJD, (26 juni 1472)(fr).

ASJD, (26 juli 1472).

RAB, Charters Brugse Vrije, 483 (28 februari 1482 NS)(fr).

In de tekst van AR, Brussel, Oorkonden van Vlaanderen, 1278/2 (4 october 1483) staat er dat er 7 gelijkaardige charters als RAB, Charters Brugse Vrije, 483, geschreven werden, elk met een zeghele van verbande. Deze charters waren voor: Jan van nieuwenhoue, Meester Jan adournes, Jan de goorges (dit exemplaar), Jan damhoudere, Mathys zeghers, Jacob goederic, Pieter aernouds en Joossijne blonde als meesterghe vanden houe ende conuente gheheeten tbeghijn hof staende jnden Dam.

Als we dit zegel vergelijken met iconografie van schepen uit de 15de eeuw, dan kunnen we zeggen dat het hier gaat om een kogge uit die tijd. Hierna een afbeelding van een schip, dat op dit van het zegel zou kunnen gelijken[22], enkel zijn hier vaststaande kastelen te zien. De vrijstaande kastelen zouden kunnen verklaard worden als zijnde supplementaire kastelen voor oorlogsschepen. In deze woelige periode werden er regelmatig schepen opgetuigd voor de verdediging van de visserij- of handelskonvooien.

 


 

7.                 Laatste (tegen)zegel met de hond (1456- 16de eeuw).

Het laatste tegenzegel “met de hond” van het zegel “ad causas” (1397-1553) van de stad: Een springende hond, op een ondergelopen terrein, vergezeld met een lelie in top. met de legende: : +CONTRA . SIGILLVM . VILLE . DE . DAM . AD . CAVSAS, wordt ook gebruikt als zegel.

RAB, Brugse Vrije, charter 461. Daarin komt de tekst van een charter van 6 mei 1456 voor met voor het zegel: jn oorcontscepe van welken dinghen wij hebben ghedaen zeghelen dese lettre metten contrezeghele der voors. stede vanden damme …

 

In de 16de eeuw wordt het zegel niet meer uithangend aangebracht, maar wel op de brief of akte, afgedekt met papier.

C.                De zegels van Monnikerede.

De zegels van Monnikerede verschillen in de tijd, voor wat de afbeelding betreft, weinig van elkaar. Het zijn variaties op het zelfde thema.

1.                 Eerste groot zegel (1276 - 1286).

De eerste maal dat we in de geschreven teksten het zegel van Monnikerede tegenkomen is in het charter[23], waarbij die van Monnikerede beloven, de sluis, die ze zouden bouwen (op de Monnikerede/Municareda(?)), zodanig af te sluiten, dat er geen schepen meer zouden kunnen doorvaren.

Alle den ghuenen / die dese lettren zullen zien / scepenen ende meente van der Monekereede / saluut in onsen Here .. Wie doen v te wetene dat van den conteste, dat heeft gheziin tusschen ons lieden of een ziide / ende scepenen ende der wet van den Damme of ander zyde / om die ordinanche van onser sluus / die wy michen te makene bin onsen scependomme van der Monekereede / in die ieghenwordighe eere edelre onser vrauwe Magrieten / Grafenede van Vlaendre ende van Henegauwe / ende eens edels ons heren Guys / Graue van Vlaendre ende Maerhys van Namur / ende waer of dat bede middelaers waren / mynvrauwe ende myne here voorscreuen / metten voorscreven scepenen ende meente van den Damme .. hebben wy laten ordineren van onsen vryen wille / dat die voorseide sluus dus ghedaen wort ende bliuen moet / dat die waterganc van diere sluus met posten ende met houte ende met andren dinghe also nauwe moet zyn ghemaect / dat ghene grote scepe no clene der duere moghen liden / no dar ne mach ooc nemmermeere scepinghe zyn no voeringhe van goede. Ende dat dese ordinanchie vast ende ghestade van alre calaenge bliuen mach / so hebben wy dese presente lettren met onsen zeghele ghedaen zeghelen int jaer ons Heren .m.ccc.lxvi. in Hoymaend.

Dit charter is ons enkel door een (nu verdwenen) cartularium gekend en dus weten we niet welk zegel eraan hing. Hoogstwaarschijnlijk is het hetzelfde zegel als dat aan charter AN, Paris, J 541, 228.

Nos scabini totaque communitas ville de monknerede … (de tekst is de zelfde als die van Damme AN, Paris, J 541, 29).

Dit zegel is: Een monnik, ten voeten uit, een boek houdend, vergezeld van twee bloeiende lelies, twee varende schepen (eenmasters, varend op de golven, met een takje op voor- en achtersteven) en twee sterren. De legende is: * SIGILLV(M : SCABI)NORUM : DE : MONE(KE)REDE. Het is een rond zegel, met een diameter van 66 mm. Het tegenzegel is: Een anker, met de legende: * SIGILLVM . DE MONEkEREDE (diameter 27 mm).

2.                 Tweede groot zegel (1309 – 1438).

Het tweede zegel van Monnikerede hangt voor het eerst aan AN, Paris, J 553, 34 (1309).

Dit zegel is: Een monnik, ten voeten uit, een boek houdend in beide handen, vergezeld links met een klimmende rechtsgewende leeuw met een gepluimde staart en rechts van een lelie, een schip varend op de golven en een ster; op getralied veld met bloemetjes in de rasters. De legende is: + : SIGILLVM : SCABINORUM ; VILLE : DE : MONEkEREDE : Het is een ronde zegel, met een diameter van 72 mm.

[24]

Het hangt aan volgende charters:

AN, Paris, J 553, 34 (1309).

AN, Paris, J 560 A 625 ( le mardi devant le magdalene 1313) (fr).

AR, Brussel, Oorkonden van Vlaanderen, eerste reeks, 2151 (13 sep 1328) (fr).

RAG, Oorkonden van de graven van Vlaanderen, de Saint Genois, 1640 (18 oct 1330).

ADN, Lille, Chambre des comptes, B 1273 / 11.110(bis) D (23 dec 1382) (fr).

AR, Brussel, Oorkonden van Vlaanderen, eerste reeks, 2203 (apr 1384 OS) (fr).

AR, Brussel, Oorkonden van Vlaanderen, eerste reeks, 2215 ( 18 mrt 1438 NS).

Voor wat betreft het zegenzegel, is dit, uitgenomen bij het laatste charter: Een monnik op getralied veld. De legende is: + CONTRA : S’ : VILLE : DE : MONEkEREDE. Aan het laatste charter is het tegenzegel: Een monnik, in de linkerhand een boek en de rechterhand opgestoken, op getralied veld. De legende is: + SIGILLVM . VILLE / (DE MU)ENEKEREDE.

 

D.              De zegels van Hoeke.

1.                 Eerste groot zegel (1276).

Het eerste groot zegel van de stad Hoeke hangt aan AN, Paris, J 541, 217 (feb 1276 NS) en is dus van dezelfde periode als dat van Monnikerede. Ook de tekst is dezelfde als AN, Paris, J 541, 29 (Damme).

Nos scabini totaque communitas ville de le houke … (de tekst is dezelfde als die van Damme AN, Paris, J 541, 29).

Het zegel is: De Heilige Jacobus de Apostel, in pelgrimshabijt, met nimbus, boek en staf, op een klein platform staand. De legende is: + S’ . COMVNITAS . DE . VILLA . SANCTI . IACOBI . DE . LE . hOKE. Het is een rond zegel, met een diameter van 47 mm. Het tegenzegel is: Een schelp, met de legende: + SIGILLVM S(AN)C(TI) IACOBI D(E) LE hOKE.

2.                 Tweede groot zegel (1286-1313).

Het eerste charter, waaraan dit zegel hangt, is AN, Paris, J 542, 33 (mrt 1286 OS).

Het zegel is: De Heilige Jacobus met pelgrimsstaf in de linkerhand, een boek in de rechterhand, staande op een klein platform; in het veld twee schelpen. De legende is: + S’ COMV(NITA)TIS . VILLA . SANCTI . IACOBI . DE . LE . hOVkE. Ronde vorm en diameter van 68 mm. Het tegenzegel is: Een driehoek, waarbinnen een schelp, en begeleid van drie sterren. De legende is: + S’ . S(AN)C(T)I IACOBI DE LE hOVkE.

De charters waaraan dit zegel hangt, zijn:

AN, Paris, J 542, 33 (mrt 1286 OS).

AN, Paris, J 548, 86 (3 juni 1305).

AN, Paris, J 550 B 176 (1308).

AN, Paris, J 522, 10 (15 juli 1309).

AN, Paris, J 553 A 34 (1309).

AN, Paris, J 560 A 65 (le mardi deuant le iour de la magdalene 1313) (fr).

3.                 Derde groot zegel ( 1330 - 1382).

Het eerste charter, waaraan dit zegel hangt, is RAG, Oorkonden van de Graven van Vlaanderen, de Saint Genois, 1642 (18 oct 1330).

[25]

Het zegel is: De Heilige Jacobus met pelgrimsstaf in de linkerhand, een boek in de rechterhand, staande op een klein platform; in het veld twee schelpen. De legende is: + S’ COMVNITATIS . DE. VILLA . SANCTI . IACOBI . DE . LE . HOVKE. Ronde vorm en diameter van 75 mm. Het tegenzegel is: Een driehoek, waarbinnen een schelp, en begeleid van drie zespuntige sterren. De legende is: + S’  S(ANC)TI IACOBI DE LE HOVKE

[26]

De charters waaraan dit zegel hangt, zijn:

RAG, Oorkonden van de Graven van Vlaanderen, de Saint Genois, 1642 (18 oct 1330).

ADN, Lille, Chambre des comptes, B 1273 / 11.110(bis) J (23 dec 1382) (fr).

4.                 Vierde groot zegel (1437-1546).

Dit zegel hangt aan:

AR, Brussel, Oorkonden van Vlaanderen, eerste reeks, 2215 ( 18 mrt 1438 NS).

ASJD, (1546) (fr).

Het zegel is: De Heilige Jacobus (met pet en baard), de pelgrimsstaf in de linkerhand, een boek in de opgeheven rechterhand, staand op een plateau, begeleid links en rechts van een St-Jacobsschelp, op een geruit veld met bloemetjes in de rasters, met de legende: + SCABINORVM . DE . VILLE . DE . hOVKE. Het tegenzegel is: In een drielob, een driehoek, met daarin een Sint Jacobsschelp. De legende is: / CONTRA / DE . VILLE / DE . hOVKE /

Dit tegenzegel wordt als zegel gebruikt aan AR, Brussel, Rekenkamer van Vlaanderen te Rijsel, doos 43/D, 32 (10 apr 1442 NS)**

[27

E.               De zegels van Mude.

Om volledig te zijn bespreek ik hier ook het eerste zegel van Mude. In de beginperiode maakte Mude deel uit van het schependom van Damme.

1.                 Eerste groot zegel van Mude (1276 -1328).

Hangt voor de eerste maal aan AN, Paris, J 541, 219 (feb 1276 NS). Ook hier zijn tekst en geschrift dezelfde als die van AN, Paris, J 541, 29 (Damme).

Dit zegel is: Een schild met een anker begeleid links van een zon en rechts van een wassende maan. De legende is: + SIGILLVM SCABINORVM DE MOVDA. Ronde vorm met een diameter van 67 mm. Het tegenzegel is: Een schild met een leeuw, met de legende: + SIGILLVM . DE MVDA.

De charters, waaraan dit zegel hangt zijn:

AN, Paris, J 541, 219 (feb 1276 NS).

AN, Paris, J 542, 320 (mrt 1286 NS).

AN, Paris, J 545, 513 ( le nuit de la annunciation nostre dame al moys de march 1304 OS) (25 maart 1304 OS) (fr)

AN, Paris, J 550 B 173 (1308) (fr).

AN, Paris, J 552 (1309).

AN, Paris, J 553 A 34 (1309).

AN, Paris, J 560 A 621 (le mardi deuant la magdalene 1313) (fr).

RAG, Oorkonden van de Graven van Vlaanderen, de Saint Genois, 1444 (13 sep 1328).

[28]

F.               Zegel van de geünifieerde steden Damme, Monnikerede en Hoeke.  ( vanaf 1594 ).

In 1594 werden de steden Damme, Monnikerede en Hoeke samengevoegd, omdat het toen zeer slecht ging met de drie steden. Toen werd ook een zegel ontworpen, met de wapenschilden van de drie steden.

In schildhoofd: In keel met zilveren dwarsbalk dragende een naar links lopende hazewind (Damme). Rechts: In zilver, drijvend op de golven een opgetuigd schip, door een loopplank verbonden met het land; rechts op schildvoet van sinopel, in paal over het geheel, een monnik gekleed in sabel (Monnikerede). Links: In keel, drie zilveren wassenaars (Hoeke). Op de oudere vorm is de legende: + CONTRA SIGILLV AD CAUSAS CIVITAT DE DAM HOVCKE MVNICKEREE . Op de nieuwe vorm: + CONTR . SIGILL . CIVITATUM . DAMM . HOUCKE ET MEUNICKEREEDE .

Dit zijn dus beide tegenzegels, maar die aan de akten gebruikt worden als zegel. Of er een zegel was, is niet geweten. Van dit tegenzegel bestaat er nog een matrijs, dat zich in het Gruuthusemuseum bevindt te Brugge.

[29]

G.                Bibliografie.

Repertoria:

L DOUËT D’ARCQ, Collection de sceaux, Paris, Henry Plon, 1863-68, 3 vol.

G DEMAY, Inventaire des sceaux de la Flandre, recueillis dans les dépots d’archives, musées et collections particulières du dépârtement du Nord, Paris, 1883, 2 vol.

W DE GRAY BIRCH, Catalogue of seals in the Department of Manuscripts in the British Museum, London, British Museum, 1887-1900, 6 vol.

J DE RAADT, Sceaux armoiriés des Pays-Bas et des pays avoisinants; Recueil historique et héraldique, Bruxelles, 1898-1903, 4 vol.

A de GHELLINCK VAERNEWYCK, Sceaux et armoiries des villes, communes, échevinages, châtellenies, métiers et seigneuries de la Flandre ancienne et moderne, Paris & Bruges, Desclée - De Brouwer et Cie, 1935.

  Literatuur:

N DE WAILLY, Eléments de paléographie pour servir à l’étude des documents inédits sur l’histoire de France, Paris, Imprimerie Royale, 1938, Vol. II, Quatrième partie: Sceaux, blz. 200.

G DEMAY, Revue archéologique, Etudes sigillographiques, Le type Naval, Nouvelle série, 18 année, 34, Paris, 1877, blz. 281-287.

E VAN KONIJNENBURG, L’architecture navale depuis ses origines, Bruxelles, L’association internationale permanente des congres de navigation, (1913).

B HAGEDORN, Veröffentlichungen des Vereins für Hamburgische Geschichte, Die entwicklung der wichtigsten Schifftypen bis ins 19. Jahrhundert, Berlin, Verlag Curtius, 1914.

W VOGEL, Geschichte der deutscher Seeschifffahrt, Bd. I, Berlin, 1915.

H HORSTMANN, Die Entstehung der Nationalflagge, in: Marine-Rundschau, 37 (1932).

H BRINDLEY, Impressions and Casts of Seals, Coins, Tokens, Medals and other Objects of Arts exhibited in the Seal Room National Maritime Museum, Greenwich, 1938.

R VANDENBERGHE, De zegels van Damme, in: H HOSTE, Damme, VTB, Antwerpen, 1951.

P HEINSIUS, Das Schiff der Hansischen Frühzeit, Weimar, Böhlaus Nachfolger, 1956.

S FLIEDNER, “Kogge” und “Hulk”, in: Die Bremer Hanze Kogge, Bremen, Röver, 1969, blz. 39 -122.

H HORSTMANN, Die Rechtszeichen der Europäischen Schiffe im Mittelalter, Bremen, Schunemann Universitäts-Verlag, 1971.

EWE H, Schiffe auf Siegeln, Rostock, Stralsund, VEB Hinstorff Verlag, 1972.

J VAN BEYLEN, Scheepstypen, in ‘Maritieme geschiedenis der Nederlanden’, De Boer Bussum, 1976.

R LAURENT, Sigillographie, Bruxelles, Centre d’Etudes pratiques pour les Sciences auxiliaires de l’Histoire, 1985, nr 370/13.

D ELMERS, Die Niederlande in Schiffahrt und Handel Nordwesteuropas im Mittelalter. Die Aussagen der mitteralterlichen Siegel mit Schiffsdarstellungen, Muidenberg, 1986.

R. LAURENT, De zegels en de zee, AR, Brussel, 1987.

N. WOEDSTAD, Stadszegels en image-building in het middeleeuwse graafschap Vlaanderen, onuitgegeven licentiaatsthesis, Universiteit Gent (Prof. W. Prevenier), 1993.

Ik wil hier Natalie Woedstad, aspirant Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen, Vakgroep Middeleeuwse Geschiedenis, Universiteit Gent, bedanken voor de gegevens uit haar database over Damme en de Zwin-steden, dewelke mijn opzoekingswerk ten zeerste vergemakkelijkten.

[1] Jacques DE GROOTE, november 1997. Ik schrijf deze monografie, omdat ik tot de bevinding ben gekomen, dat er tot nu toe maar onvolledige beschrijvingen bestaan van de zegels van Damme. In de verdere tekst zult U kunnen lezen, dat er 5 ‘zegels met de hond’ hebben bestaan, alhoewel er tot nu toe maar 3 werden beschreven, en dat er in de 15de eeuw  een zegel met een kogge heeft bestaan, dat ook nog niet werd beschreven, als zijnde een ‘nieuw’ zegel.

[2]Eerste vermelding in 1236. Zie M GYSSELING, Corpus van Middelnederlandsche teksten, Ambtelijke bescheiden, I-1, nr 3, blz. 21.

[3] Eerste vermelding ook in 1236. Akte Brugge en Damme betreffende de afstand van de huizen tot de speyen te Damme. WARNKÖNIG, Flandrische Staats- und Rechtsgeschichte bis zum Jahr 1305, D II, Afd. II, bl. 5 (1837).

[4] De ‘plica’ is het omgeplooide onderste deel van het perkament, waardoor de staarten van het zegel worden gestoken en waarop de scribent, vanaf de tweede helft  van de 14de eeuw, zijn handtekening zet.

[5] De jaartallen zijn die van begin en einde van het gekend gebruik van de zegels.

[6] AN, Paris, J 534, 1410 (17 december 1226).

[7] Reeds op 28 april 1217 werd er een vredesverdrag te Damme getekend tussen gravin Johanna van Constantinopel en Willem I, graaf van Holland. Hec conventio facta fuit apud hondsdam ...

[8] Aan charter AN, Paris, J 535, 514 (januari 1238 NS) (Compiègne) (witte was) (fr); afgietsel AR, Brussel, 29573.

[9] De ** worden hier gebruikt om aan te tonen dat er geen tegenzegel is, alhoewel dit zou verwacht worden.

[10] Zie bv. SAB, Politieke charters, eerste reeks, nr. 208, waar Brugge de toelating krijgt van Filips de Thiette om een nieuw zegel te gebruiken en het oude te vernietigen.

[11] Aan charter SAB, Politieke charters, eerste reeks, nr. 633.

[12] Aan charter SAB, Politieke charters, eerste reeks, nr. 496.

[13] SAB, Politieke charters, eerste reeks, 219 (1306).

[14] SAB, Politieke charters, eerste reeks, 978 ( 11 mei 1431).

[15] Aan charter SAB, Politieke charters, eerste reeks, nr. 963.

[16] Aan charter SAB, Politieke charters, eerste reeks, nr. 963.

[17] Aan charter ASJD, charter van 1479.

[18] Aan ASJD, (26 juli 1472).

[19] Aan RAB, Charters Brugse Vrije, 483 (27 februari 1482 NS).

[20] Tegenzegel aan ASJD, (20 juli 1472).

[21] AR, Brussel, Oorkonden van Vlaanderen, 1278/1 en 2 (4 en 24 october 1483).

[22] British Library, London, MS Roy 18 E I, f° 103 vo.

[23] Cartularium van Damme (vroeger in Hamburg, nu verdwenen); WARNKÖNIG, Staats- und Rechtsgeschichte , II/2, bl. 16.

[24] Aan AR, Brussel, Oorkonden van Vlaanderen, eerste reeks, 2215 ( 18 mrt 1438 NS).

[25] Aan RAG, Oorkonden van de Graven van Vlaanderen, de Saint Genois, 1642 (18 oct 1330).

[26] Tegenzegel aan RAG, Oorkonden van de Graven van Vlaanderen, de Saint Genois, 1642 (18 oct 1330).

[27] Aan AR, Brussel, Oorkonden van Vlaanderen, eerste reeks, 2215 ( 18 mrt 1438 NS).

[28] Aan AN, Paris, J 552 (1309).

[29] Matrijs van het tegenzegel van de geünifieerde steden uit het Gruuthuse Museum te Brugge.

 

Copyright © 2003-2009 Nedstat Basic - Gratis web site statistieken Eigen homepage website teller

     Home

     Letterswerve

     Zegels

     De Lieve

     Slekkeput

     Sint Omaars

     Libri picturati

Drawn after Nature

     Ecologisch

     Brugse poort

     Het waterrecht

     Sint Elooi

     Het hoornwerk

     Obiit

     Vergierrecht

     Molens