|
De stadszegels van Damme.
A.
Inleiding.
Een zegel is de afdruk van een beeld en/of van een
tekst, gegraveerd op een matrijs, op een plastische materie, meestal
was, en meestal gebruikt als teken van autoriteit en eigendom en
vastgemaakt aan een akte om de echtheid ervan te verzekeren.
In de middeleeuwen werd het zegel in het Latijn meestal
sigillum genoemd; in het Frans seel; in het Duits
Insegel; in het Nederlands segel
(segele, seghel, zeghel,
zegel).
In de middeleeuwen werden er verschillende soorten
validatie gebruikt om aan diplomatieke documenten een garantie van
echtheid te geven. Het zegel was echter de meest gebruikte vorm. Eerst
voorbehouden aan koninklijke kanselarijen, wordt het gebruik ervan vanaf
de 10de eeuw uitgebreid, om van de 12de tot de 15de eeuw het
validatieteken bij uitstek te worden.
Vanaf de 12de eeuw werden de zegels op verschillende
manieren onder aan het document aangebracht. Eerst werden er lederen
repen gebruikt en daarna draden in zijde, wol of hennep. Ook vanaf de
12de eeuw werd de ophanging aan dubbele of enkele perkamenten staarten
gebruikt. Voor de dubbele ophanging werden de staarten door de plica
aangebracht. De enkele bestond erin een horizontale reep onder aan de
akte in te snijden.
Door het gebruik van het uithangend zegel, werd ook het
aanbrengen van een tegenzegel op de keerzijde van het zegel bevorderd.
Volgens de aard van de akte, werd een aangepast zegel
aangebracht. Zo kennen we grote (ook zegel van ‘verbande’ of van
‘banden’) en kleine zegels, zegels van zaken (ad causas) en van
contacten, en tegenzegels, die als zegel gebruikt werden. Het gebruik
van het groot zegel geeft de politieke macht van een stad weer, de
anderen worden gebruikt bij de uitoefening van de juridische
bevoegdheden van de stad.
Als er verschillende zegels aan de akte hangen, is dat
van links meestal het belangrijkste.
Vlaamse stadszegels vinden we voor het eerst aan de
charters van de ratificatie van het verdrag van Péronne, tussen Filips
II Augustus en graaf Boudewijn IX, van januari 1200 NS. Dit zijn de
zegels van de steden Brugge, Gent, Ieper, Kortrijk, Broekburg, Rijsel,
St. Winnoksbergen, Aire en St. Omer. Die van de kleinere steden,
waaronder Damme, komen voor in 1226 aan de charters van deze steden ter
bevestiging van het verdrag van Melun tussen de Franse koning en Johanna
van Constantinopel.
B.
De zegels van Damme.
1.
Eerste groot zegel
(1226-1249).
Het oudst gekende stadszegel van Damme dateert dus uit
1226.
Het zegel, zonder tegenzegel, hangt aan volgende akte:
Aan dit charter hangt een stadszegel in witte was, het
eerste gekende stadszegel van Damme. Een schip, bemast en opgetuigd,
maar zonder zeilen, vaart, komende van rechts, naar een kaai of dam,
waarop een gebouw staat. De legende is : + SIGILLVM . DE .
hONDESDAMMA. Er is geen tegenzegel. Het heeft een ronde vorm en een
diameter van 62 mm.

Aan de volgende akten van de stad, met zegel, wordt er
ook een tegenzegel gebruikt. Een hond op een dam, aan de voet waarvan
golven. De legende is: + SIGILLVM DE DAM. Het heeft een ronde
vorm en een diameter van 25 mm.
De charters, waaraan dit eerste zegel hangt, zijn de
volgende:
AN, Paris, J 534, 1410
( 17 december 1226)**
(Melun) (witte was).
AN, Paris, J 535, 515
(mei 1237) (witte was).
AN, Paris, J 535, 514
(januari 1238 NS) (Compiègne) (witte was) (fr).
AN, Paris, J 537, 524
(februari 1245 NS) (fr).
AN, Paris,
J 539, 1316 (maart 1246 NS)*.
AR,
Brussel, Cartularium Bisdom Doornik (15de eeuw) nr 1508, f°
43 (juli 1249) (B).
HA, Köln,
HUA 1/168 (11 november 1249).
Dit zegel werd al in tientallen publicaties, betreffende
de ontwikkeling van de scheepstypes, als voorbeeld gebruikt in verband
met de evolutie van de scheepsbouw in deze periode.
2.
Tweede groot zegel
(1272-1384).
Waarom er een nieuw zegel werd gemaakt, weten we niet.
Soms werd er een nieuw zegel in gebruik genomen. Toen werd de toelating
aan de graaf gevraagd.
De eerste gekende akte, waaraan dit zegel hangt is de
volgende:
AN,
Paris, J 541, 29 (feb 1276 NS) (gaaf).
AN,
Paris, J 542, 317 (maart 1286 OS)*.
AN,
Paris, J 549, 34 (4 april1307 NS).
AN,
Paris, J 549, 33 (15 jul 1307) (fr).
AN, Paris, J 550, A 161 (mardi avant le
annonciacion nre dame en moys de mars 1308 OS).
AN,
Paris, J 551, 522 (5 jul 1309).
AN,
Paris, J 560, 618 (18 juli 1313)*.
AN,
Paris, J 563 B 4624 (12 maart 1320 NS) (fr).
AN,
Paris, J 564, 811 (2 juli 1320) (fr).
AN,
Paris, J 566, 17 (3 augustus 1326)*.
AN, Paris, J 566, 44 (30 maart 1326 OS).
ADN, Lille, Chambre des comptes, B 263 (5902) (20
september 1328).
AN, Paris, J 568, 28 (10 februari 1329 NS)*.
AN, Paris, J 569, 93 (10 februari 1329 NS)*.
RAG, Oorkonden van de graven van Vlaanderen, de
Saint‑Genois, 1641 (18 okt 1330).
ARA, Oorkonden van Vlaanderen, eerste reeks, 1266 (5 mrt
1333 NS) (fr).
SAB, Politieke charters, 1e reeks, 496 (20 juni 1351).
SAB, Politieke charters, 1e reeks, 499 (31 jan1352 NS).
SAB, Politieke charters, 1e reeks, 539 (24 okt 1360)
(fr).
ARA, Oorkonden van Vlaanderen, eerste reeks, 1267 (6 nov
1364) (fr).
ARA, Oorkonden van Vlaanderen, eerste reeks, 1269 (13
nov 1366) (fr).
SAB, Rubenbouc, f° 62 vo (29 september 1373) (B).
ARA., Oorkonden van Vlaanderen, eerste reeks, 1271 (17
sep 1376).
SAB, Politieke charters, 1e reeks, 633 (29 juni 1377).
ARA, Oorkonden van Vlaanderen, eerste reeks, 2203/2 (28
apr 1384) (fr).
3.
Zegel “ad causas”
(tegenzegel) uit 1306.
Door de toename van de activiteiten van de stad als
rechtspersoon, werd het gebruik van een zegel meer en meer vereist.
Steeds meer akten vereisten een validatie. Het gebruik van het groot
zegel was daarvoor ongeschikt, door de veelvuldige formaliteiten, die
het gebruik ervan omringden. Daarvoor werd een ‘ad causas’ zegel in het
leven geroepen.
4.
Derde zegel (enig
gekend klein zegel) van Damme (1324-1382)
A. Origineel: Perkament (H 83 + plica 18, B 260 mm),
uithangende zegel (36 mm) (nr 1009). In dorso:
le vile dou dam ne demandera jemais riens as homanz de loz
vile.de.xx.de gr. .. ant done a cuy chescun; hoeftmanne.
Zelfde hand als ASP, 173 (27 nov 1324).
Wie Burghmeesters /
scepenen / raed / Ende al de ghemeente vanden Damme / doen tewetene ende
maken cond allen lieden / dat wie bi ghemeenen consente ende
ouereendraghene van ons allen hebben ygheuen ende gauen den hoeftmannen
van onser port elken tien sceleghe ouden grote torn. Ende den
vpperhoeftman twintich sceleghe groter torn. vorseit / als ouer salaris
van meneghen diuersen pijnen ende arebeiden die zij ghedaen hebben ter
orbare ende ten profite van onser port vorseit / waer of wie ons belouen
ende wel ghepayet houden van hem lieden / Ende wie alle ende elc van ons
allen bi hem belouen loialike ende in goeder trauwen de vorseide
hoeftmannen noch enech van haren hoire nemmermeer te calengierne no
eesch te hemwaert te makene omme tvorseide occoison / Bider orcontscepe
van deser lettre beseghelt metten clenen zegle van bande van onser port
vorseit vutanghende / de welke was ghemaect ende ygheuen den darden dach
van meye . Jnt jaer ons heren als men screef dusentich drie hondert
twintich ende viere -
|
5.
Vierde zegel
(“ad causas”) (1371-1553).
De Raad van Damme in Vlaanderen verzoekt de
Raad van Lübeck om de goederen, die in Lübeck achtergelaten zijn
door de in Danzig gestorven Johan metten ghelde, aan zijn
broeder Willem terug te geven

A.
Origineel : Perkament (H 114, B 300 mm). Uithangend zegel van
zaken met tegenzegel. In dorso :
Honorabilibus viris ac multu. discretis
amicis nostris dilectis dominis proconsules et consules
Civitatis lubescensis / Burgimagistri Scabini et Consules ville
de Dam in flandria se beniuolos et patos Cum ipsos fideli
famulatu / Vestre honestati significamus per presentes ..
constituti corum nobis Wilhelmus filius petri conburgensus
nostri et Volquijf soror sua filia petri / qui nobis exposuerunt
quodam bona per mortem Johannis filij petri al. dicti metten
ghelde ipsorum freris legitime nup. in danseke miserabiliter
interfecta vt intelleximus / Jn vestra ciuitate fore relicta et
ad eos jure hereditarie deuoluta Et que Wilhelmus et Volquijf
soror sua predicti sunt proximi heredes ad vnnicisa bona que
ydem Johannes frater eorum reliquit vt permittitur et nullus in
hoc mondo jta prope ad illa sicuti Wilhelmus et Volquijf soror
sua sunt hoc testamur per presentes / Quare vitam laudabilem
honestatem deprecamur preribus studiosus quarum huiusmodi bona
per dictum Johannem metten ghelde felic. … in vestra ciuitate
relicta vt perscriptus est Wilhelmo filio petri conisori pnter.
Jntegre jnbeatum prentari et assignari Quia prefata Volquijf que
jam habet etatem quadraginta annorum vel circiter sicut dicebat
et nobis videlut.. esse veritatem dictum Wilhelmum ipsi frerem
mediante confilio et consensu eius amicorum et consangwineorum
videlicet nicholai wisselare Walteri.f. petri et aliorum coram
nobis constituit et elegit in ipsius plenipotem. procuratorem ad
collendum suam partem dictorum bonorum firmum respectum ad nos
hunn. et fidem creditam que de huiusmodi bonis dicto Wilhelmo
filio petri Sic presentatum nulla monito. posterior subsequi
debeat in future Sic vos et eorumdem bonorum consignatores pitum
et exportorum manebiter inmoniti atque quiti volentes vos
eiusmode indepnes. obseruare quia a mns. Con…bus fide dignis
plenariam cautionem recopimus de premissis Jn cuius rey
testimonium Sigilla ad causas nostre ville predicte de Dam
presentibus est appensum Datum anno domini .mo.ccco.lxxo
primo .xixo.
die mense Julij./
|
ASJD, (18 dec
1397)** (fr).
ASJD, (8 feb
1398 NS)** (fr).
ADN, Lille,
Chambre des comptes, B 546/ 15.093(24) (9 mei 1407)**
(fr).
RAB, Brugse
Vrije, nr. 13 (vid 26 jun 1411)**.
SAB, Politieke
charters, 1e reeks, 926 (9 mrt 1414 NS).
SAB, Politieke
charters, 1e reeks, 937 (2 aug 1417)**.
ARA, Oorkonden
van Vlaanderen, eerste reeks, 1275 (16 jul 1421)** (fr).
ADN, Lille,
Chambre des comptes, B 1353 (15.440)** (fr).
ADN, Lille,
Chambre des comptes, B 1353 (15.445)** (fr).
ASJD, (9
november 1423)*.
SAB,
Politieke charters, 1e reeks, 963 (1 feb 1425 NS).
SAB,
Politieke charters, 1e reeks, 968 (21 mrt 1427 NS).
SAB,
Groenenbouc A, f° cxcvij vo (21 september 1429) (B).
SAB, Politieke
charters, 1e reeks, 978 (11 mei 1431)**.
RAB, Charters
Blauwe nummers, 2371 (19 december 1433)*.
RAB, Charters
Blauwe nummers, 11519 (24 october 1434)*.
ARA, Oorkonden
van Vlaanderen, eerste reeks, 2215 (18 mrt 1438 NS)
(fr).
SAB, Politieke
charters, 1e reeks, 1049 (24 mei 1449).
Kortrijk,
Archief van het O.L.V.‑hospitaal, 125 (22 sep 1457)**
(fr).
ASJD, (22 dec
1479) (fr).
ARA, Oorkonden
van Vlaanderen, eerste reeks, 1278/ 1-2 (4 en 24 october
1483) (fr).
Het charter
ARA, Oorkonden van Vlaanderen, eerste reeks, 2215 (18
mrt 1438 NS) is het enig gekend stadscharter van Damme,
Monnikerede en Hoeke samen, waaraan er drie stadszegels
hangen. Damme had toen nog altijd geen groot zegel,
gezien het zegel van zaken gebruikt werd, alhoewel
Monnikerede en Hoeke hun groot zegel gebruikten.
In het charter
van 21 maart 1427 NS staat er Jn orcontscepen van
welken dinghen / hebben wij dese lettren ghedaen
zeghelen metten grooten zeghele vander voors. stede van
den Damme, alhoewel er een zegel van zaken aan het
charter hangt.
6.
Vijfde
(derde groot) zegel (1472-1482).
ASJD, (26 juli
1472).
A. Origineel:
Perkament (H + plica , B mm). Uithangend stadszegel
van verbanden. In dorso: Rentebrief van een pondt gr.
erfelike losrente tsjaers gheassigneert vpde stede
vanden damme . Wanof zuster barbele bogaerds.fa.anthuenis
heift dondbladijnghe tharen lyfue . bij speciale gracie
zal jaerlix gheconsenteert Ende naer haer ouerlijden
blijft tgodshuus ghelast voor dese rente . eewelic vp
ste barbelen dach zeker dienst er doen doene hier binder
cappelle ghelijc den brief van verbande daer af ghewacht
die de hoyrs vande voors. zuster barbele themlieder
waert hebben.
Allen
den ghuenen die dese lettren zullen zien of
hooren lesen . Burchmeesters Scepenen
Tresoriers Raden hoofdmannen vander
poorterie Connestablen Dekenen vanden
ambochten ende Neeringhe ende al tghemeene
vander stede vanden damme Saluut Hute dien
dat wij voor ons ende vter name vander
zeluer stede ter grooter ende neerendster
bede begheerte ende verzoucke van onsen
harden gheduchten heere ende prince den
hertocghe van bourgoingnen ende van brabandt
graue van Vlaendren gheconsenteert hebben te
vercoopene vp ons ende tghemeene lichame
vander voors. stede de somme van veertich
ponden groten tsiaers eruelijcker renten te
lossene den pennync zestiene omme bij
middele van dien te moghen leenen den zeluen
onsen harden gheduchten heere ende prince
vanden penninghen die commen zouden vander
vercoopinghe vander voors. rente de somme
van tien duust ryders te vier scellinghen
groten Vlaemscher munten den rydere Te
secourse ende hulpe vanden grooten ende
zwaren lasten die onse voors. gheduchte
heere ende prince zeker tyd ghehadt heift
ende noch daghelix heift omme de
bewaernesse ende versekerthede van hem van
zynen ondersaten landen en eerlicheden ende
emmere omme als nv jeghewoordelyke de voors.
bewaernesse ende verzekerthede te
continueerne ende tonderhouden aneghezien
dat tstic van payse noch jn twyfele staet
ende omme hendelyke byder hulpe van gode
ende van ons voors. gheduchts heeren ende
princen goede ende ghetrauwe ondersaten te
moghen commene ten voors. payse dat de ruste
welvaert ende zalicheyt es van alle zyne
voors. hondersaten landen ende heerlicheden
ende zonderlinghe van desen zynen lande van
Vlaenderen ende deser voors. zynre stede van
damme Omme tvercoopen van welker voors.
rente van veertich ponden groten hij ons
gheoctroyeert ende gheconsenteert heift by
zyne opene lettren van octroye ghegheuen jn
zyn velt voor Risle den dertiensten dach van
wedemaendt laetst leden die wy tonswaert
hebben omme de voors. rente te moghen
vercoopene ende te lossene naer den
vutwijsene vanden zeluen lettren van ottroye
/ So eist dat wij bij virtute vanden zeluen
lettren van ottroye ende by rade consente
ghemeenen accorde ende ouereendraghene van
ons allen ouer ons ende alle den ghemeenen
poorters ende poortessen van deser
voorseider stede jeghenwoordich ende toe te
commene omme de causen ende redenen bouen
verhaelt ende omme onsen voors. harden
gheduchten heere ende prince te ghelieuene
ende bijstandichede te doene jn zijnen noodt
alzo goede subditen ende ondersaten sculdich
zijn van doene vercocht hebben ende bij
desen onsen lettren vercoopen wel ende
ghetrauwelike onsen gheminden vrienden ende
poorters andries van voordsele ende mathys
de pape als voochden van claykine thuenekint
grietkine ende baerbelkine oliuiers van
nieuwenhoue kynderen die hy hadde by
Jacquemyne Jand rudders dochtere zyne wyue
ende ter zeluer kynderen behouf de somme van
twintich scellinghen groten Vlaemscher
munten tsiaers eewelyker ende erueliker
renten zulke munten als onse voorseide harde
gheduchte heere ende prince ende zyne
naercommers grauen ende graueneden van
Vlaenderen zullen doen ontfanghen hutten
renten ende demainen jn Vlaenderen ende
emmer naer der ordinantie vander munte Ende
dit omme de somme van zestiene ponden groten
vlaemscher munten voors. Die wij kennen
vanden voors. voochden vter name vanden
kynderen als coopers ontfanghen hebbende
ende bekeert jnde voors. leenynghe ghedaen
onsen voors. harden gheduchten heere ende
prince alzo verre als zy hebben connen
bestrecken welcke voors somme van twintich
scelliynghen groten siaers eeuweliker ende
erueliker renten wij belooft hebben ende
belouen bij onzen trauwen ende heeren te
betaelne vulcommelijke ten tween payementen
jn elc jaer / Danof deen helt oure teerste
payment vallen zal den eersten dach van
laumaendt jnt jaer duust vier hondert twee
ende tseuentich eerstcommende ende dander
helft oure tandre payement den eersten dach
van hoymaendt daer naer eerst volghende jnt
ende alzo voort van termyne te termyne ende
van jare te jare toter tyd ende der wijlen
dat de voors. rente ghelost zal wesen of
binnen vichtien daghen naer elc payement
ombegrepen bij alzo dat wij of de ghuene die
tlasthebben zullen vander voorseider stede
weghe de voors. rente te betaelne dies
verzocht zijn binnen der zeluer stede byden
voors. coopers jnden name als bouen of byden
eenen van hemlieden of den bringhere sbriefe
als bouen Ende hebben hier toe verbonden
ende verbinden ons allen tsamen ende elc van
ons bij zondre / alle de assysen renten
reuenuen ende andre goeden vander voors.
stede vanden damme ende tgoet van elken van
ons zonderlinghe ende van onse naercommers
poorters ende poortessen vander zeluer stede
ligghende ende roerende zo waer ende zo wat
steden die gheleghen zijn of beuonden zullen
worden De welke wy ghestelt ende
gheabandonneert hebben stellen ende
abondonneren by desen ter heerliker executie
van allen heren rechters jugen ende wetten
gheestelic ende weerlic omme by arreesten
van ons ende van onsen naercommers lechammen
ende goeden voorscreuen zo waer die beuonden
zullen zijn an dese zyde of an ghene zyde
vander zet of beerchs ons ende onse
naercommers te bedwinghene ter betaelinghe
vanden achterstellen vander voors. rente met
alle de costen die de voors. coopers of deen
van hemlieden of de bringhere sbriefs by
ghebreke van payemente hebben zoude Ende
bouen desen hebben wij gheconsenteert ende
consenteren by desen onsen lettren dat wij
jn ghebreke waren van eenighe vanden voors.
payementen te betaelne naer dat wijs of de
ghuene die tlast van betaelne als bouen
hebben zullen vanden voors. coopers jnden
name als bouen of vanden eenen van hemlieden
of vanden bringhere sbriefs of vanden
vidimus als bouen duechdelic verzocht zullen
zyn dat hy of de voorseide bringhere sbriefz
/ emmer de voors. vijftiene daghen naer elc
payement leden zynde / vpder voors. stede
ende onsen ende elken van ons ende onzen
naercommers cost zal moghen verteeren te zo
wat plaetsen dat hem ghelieuen zal Toter
vulre betalinghe vanden voors. payemente
elcx daechs drie grooten der voors. munten
vanden voors. twintich scellinghen groten
groten vp dat men die verachtert ware welke
theere daert alzo gheuiele wy als nv kennen
sculdich zynde ghelyc de voors. principale
rente / Voorts hebben wij hemlieden
gheconsenteert dat zy of de voors. bringhere
sbriefs zullen bij ghebreke van payementen
moghen gheuen jn ghiften zo wat heeren dat
hem ghelieuen zal gheestelic of weerlic den
vijfsten penninc van dies wy verachtert
wesen zouden omme ons ende onze naercommers
te bedwinghene ter betaelinghe vanden voors.
achterstellen costen ende ooc vanden voors.
ghiften zondre de voors. achterstellen yet
te verminderne Ende hebben gherenunchiert
ende zyn of ghegaen rununcieren ende gaen of
als te desen van allen gracien vutzetten
ende respyten die wy zouden moghen
jnpetreren van onzen heleghen vadre den
paeus vanden Conync van Vranckerijcke van
onsen voors. harden gheduchten heere ende
prince of van hueren naercommersof van zo
wat andren heeren dat het ware gheestelic of
weerlic bij causen van eenighen lasten ons
oure commende als van cruusuaerden oorloghen
heeruaerden of andre van allen preuilegien
ghejmpetreert of te jmpetrerene van allen
costumen subtylheden ofte behendicheden ende
exceptien Als dat wij de voorseide
penninghen niet ontfanghen en hebben noch
bekeert en zijn jnde voorseide leenynghe of
oorboor vander voors. stede van dat wy
bedrogen zouden moghen zyn bouen der rechter
helt ende voort van allen anderen bescudden
die ons te baten of den voors. coopers jnden
name als bouen of de bringhers sbriefs te
scade ende hindere zoude moghen commen jn
eenegher manieren / ende zonderlynghe den
rechte dat zeicht dat ghemeene renuntiacie
of vertyen niet en doocht Behouden dien ende
wel verstaende dat besprec ende voorwoorde
es tusschen ons ende den voors. coopers
jnden name als bouen jnt vercoopen vander
voors. somme van twintich scellinghen groten
tsiaers eeuwelyker ende eruelyker renten dat
wy of onze naercommers tregement vander
voors. stede hebbende jnden name vander
zeluer stede zullen moghen de voors. rente
quyten ofcoopen ende lossen tallen tyden
alst ons of onzen naercommers ghelieuen zal
/ mids wedergheuende ende betalende voor de
voors. twintich scellinghen groten eruelic
zestien ponden groten eens wech draghers /
zesse bourgoinesche guldenen voor een ende
twintich scellinghen groten munte voors.
zulke van ghewichten ende aloye als onse
voors. harde gheduchte heere ende prince
corts naer tontfanghen van zynen voors.
lande ende graefschepe van vlaenderen dede
munten ende slaen binden zeluen zyne lande /
Te wetene neghentien karate fyn goudt
jnghelsche noblen vanden kueninc heidric van
Jnghelandt gherekent oure fyn ten twaelfsten
dele vanden karate van r... van twee ende
tseuentich jnt ghewichte vanden ... pratike
emmer naer thuutwysen vanden jnstructie
vander zeluer munte of de waerde van dien jn
anderen ghelde loop hebbende by ordonnancie
vander zeluer munte Ende waert dat dese
jeghenwordighe lettren bij brande of andre
messchiene bedoruen ghestolen gheschuert of
ghecaseert worden ende de voors. coopers
jnde name als bouen of dien van hemlieden of
de ghuene die recht of cause ande voors.
rente hebben zoude Oorconde by eede dat alzo
ware zo worden wij ghehouden hem eene nieuwe
lettre van ghelycken jnhoudene te gheuene vp
zynen cost Jn oorcondscepen van welken
dinghen hebben wij dese lettren ghedaen
zeghelen metten zeghele van verbande vander
voors. stede vanden Damme Ghemaect ende
ghegheuen jnt jaer ons heeren duust vier
hondert twee ende tseuentich vpden zesse
ende twintichsten dach van hoymaendt
Getekend op de plica: J Lennoot
|
|
|
Aan dit
charter is een charter van de stad Brugge van 18 mei
1526, met stadszegel, verbonden.
|
ASJD,
(26 juni 1472)(fr).
ASJD,
(26 juli 1472).
RAB,
Charters Brugse Vrije, 483 (28 februari 1482
NS)(fr).
In de
tekst van AR, Brussel, Oorkonden van Vlaanderen,
1278/2 (4 october 1483) staat er dat er 7
gelijkaardige charters als RAB, Charters Brugse
Vrije, 483, geschreven werden, elk met een
zeghele van verbande. Deze charters waren
voor: Jan van nieuwenhoue, Meester Jan
adournes, Jan de goorges (dit exemplaar),
Jan damhoudere, Mathys zeghers, Jacob goederic,
Pieter aernouds en Joossijne blonde als
meesterghe vanden houe ende conuente gheheeten
tbeghijn hof staende jnden Dam.
7.
Laatste (tegen)zegel met de hond
(1456- 16de eeuw).
|
C.
De zegels van Monnikerede.
De zegels van
Monnikerede verschillen in de tijd, voor
wat de afbeelding betreft, weinig van
elkaar. Het zijn variaties op het zelfde
thema.
1.
Eerste groot zegel (1276
- 1286).
De eerste maal dat we in
de geschreven teksten het zegel van
Monnikerede tegenkomen is in het charter,
waarbij die van Monnikerede beloven, de
sluis, die ze zouden bouwen (op de
Monnikerede/Municareda(?)), zodanig af
te sluiten, dat er geen schepen meer
zouden kunnen doorvaren.
Alle den ghuenen / die
dese lettren zullen zien / scepenen ende
meente van der Monekereede / saluut in
onsen Here .. Wie doen v te wetene dat
van den conteste, dat heeft gheziin
tusschen ons lieden of een ziide / ende
scepenen ende der wet van den Damme of
ander zyde / om die ordinanche van onser
sluus / die wy michen te makene bin
onsen scependomme van der Monekereede /
in die ieghenwordighe eere edelre onser
vrauwe Magrieten / Grafenede van
Vlaendre ende van Henegauwe / ende eens
edels ons heren Guys / Graue van
Vlaendre ende Maerhys van Namur / ende
waer of dat bede middelaers waren /
mynvrauwe ende myne here voorscreuen /
metten voorscreven scepenen ende meente
van den Damme .. hebben wy laten
ordineren van onsen vryen wille / dat
die voorseide sluus dus ghedaen wort
ende bliuen moet / dat die waterganc van
diere sluus met posten ende met houte
ende met andren dinghe also nauwe moet
zyn ghemaect / dat ghene grote scepe no
clene der duere moghen liden / no dar ne
mach ooc nemmermeere scepinghe zyn no
voeringhe van goede. Ende dat dese
ordinanchie vast ende ghestade van alre
calaenge bliuen mach / so hebben wy dese
presente lettren met onsen zeghele
ghedaen zeghelen int jaer ons Heren .m.ccc.lxvi.
in Hoymaend.
Dit charter is ons enkel
door een (nu verdwenen) cartularium
gekend en dus weten we niet welk zegel
eraan hing. Hoogstwaarschijnlijk is het
hetzelfde zegel als dat aan charter AN,
Paris, J 541, 228.
Nos scabini totaque
communitas ville de monknerede …
(de tekst is de
zelfde als die van Damme AN, Paris, J
541, 29).
Dit zegel is: Een
monnik, ten voeten uit, een boek
houdend, vergezeld van twee bloeiende
lelies, twee varende schepen (eenmasters,
varend op de golven, met een takje op
voor- en achtersteven) en twee sterren.
De legende is: * SIGILLV(M :
SCABI)NORUM : DE : MONE(KE)REDE. Het
is een rond zegel, met een diameter van
66 mm. Het tegenzegel is: Een anker,
met de legende: * SIGILLVM . DE
MONEkEREDE (diameter 27 mm).

2.
Tweede groot
zegel (1309 – 1438).
Het tweede zegel
van Monnikerede hangt voor het
eerst aan AN, Paris, J 553, 34
(1309).
Dit zegel is:
Een monnik, ten voeten uit, een
boek houdend in beide handen,
vergezeld links met een
klimmende rechtsgewende leeuw
met een gepluimde staart en
rechts van een lelie, een schip
varend op de golven en een ster;
op getralied veld met bloemetjes
in de rasters. De legende
is: + : SIGILLVM : SCABINORUM
; VILLE : DE : MONEkEREDE :
Het is een ronde zegel, met een
diameter van 72 mm.

|
Het
hangt aan volgende
charters:
AN,
Paris, J 553, 34 (1309).
AN,
Paris, J 560 A 625
( le mardi devant le
magdalene 1313) (fr).
AR,
Brussel, Oorkonden van
Vlaanderen, eerste
reeks, 2151 (13 sep
1328) (fr).
RAG,
Oorkonden van de graven
van Vlaanderen, de Saint
Genois, 1640 (18 oct
1330).
ADN,
Lille, Chambre des
comptes, B 1273 /
11.110(bis) D (23 dec
1382) (fr).
AR,
Brussel, Oorkonden van
Vlaanderen, eerste
reeks, 2203 (apr 1384
OS) (fr).
AR,
Brussel, Oorkonden van
Vlaanderen, eerste
reeks, 2215 ( 18 mrt
1438 NS).
Voor wat
betreft het zegenzegel,
is dit, uitgenomen bij
het laatste charter:
Een monnik op getralied
veld. De legende is:
+ CONTRA : S’ : VILLE
: DE : MONEkEREDE.
Aan het laatste charter
is het tegenzegel:
Een monnik, in de
linkerhand een boek en
de rechterhand
opgestoken, op getralied
veld. De legende is:
+ SIGILLVM . VILLE /
(DE MU)ENEKEREDE.
D.
De
zegels van Hoeke.
1.
Eerste
groot zegel (1276).
Het
eerste groot zegel van
de stad Hoeke hangt aan
AN, Paris, J 541, 217
(feb 1276 NS) en is dus
van dezelfde periode als
dat van Monnikerede. Ook
de tekst is dezelfde als
AN, Paris, J 541, 29
(Damme).
Nos scabini totaque
communitas ville de le
houke …
(de
tekst is dezelfde als
die van Damme
AN, Paris, J 541,
29).
|
Het zegel is:
De Heilige
Jacobus de
Apostel, in
pelgrimshabijt,
met nimbus, boek
en staf, op een
klein platform
staand.
De legende is:
+ S’ .
COMVNITAS . DE .
VILLA . SANCTI .
IACOBI . DE . LE
. hOKE.
Het is een rond
zegel, met een
diameter van 47
mm. Het
tegenzegel is:
Een schelp,
met de legende:
+ SIGILLVM S(AN)C(TI)
IACOBI D(E) LE
hOKE.
2.
Tweede groot
zegel
(1286-1313).
Het eerste
charter, waaraan
dit zegel hangt,
is AN, Paris, J
542, 33
(mrt 1286 OS).
Het zegel is:
De Heilige
Jacobus met
pelgrimsstaf in
de linkerhand,
een boek in de
rechterhand,
staande op een
klein platform;
in het veld twee
schelpen.
De legende is:
+ S’ COMV(NITA)TIS
. VILLA . SANCTI
. IACOBI . DE .
LE . hOVkE.
Ronde vorm en
diameter van 68
mm. Het
tegenzegel is:
Een driehoek,
waarbinnen een
schelp, en
begeleid van
drie sterren.
De legende
is: + S’ . S(AN)C(T)I
IACOBI DE LE
hOVkE.
De charters
waaraan dit
zegel hangt,
zijn:
AN, Paris, J
542, 33
(mrt 1286 OS).
AN, Paris, J
548, 86
(3 juni 1305).
AN, Paris, J 550
B 176
(1308).
AN, Paris, J
522, 10 (15 juli
1309).
AN, Paris, J 553
A 34 (1309).
AN, Paris, J 560
A 65
(le mardi deuant
le iour de la
magdalene 1313)
(fr).
3.
Derde groot
zegel ( 1330 -
1382).
Het eerste
charter, waaraan
dit zegel hangt,
is RAG,
Oorkonden van de
Graven van
Vlaanderen, de
Saint Genois,
1642 (18 oct
1330).

Het zegel is:
De Heilige
Jacobus met
pelgrimsstaf in
de linkerhand,
een boek in de
rechterhand,
staande op een
klein platform;
in het veld twee
schelpen.
De legende is:
+ S’
COMVNITATIS .
DE. VILLA .
SANCTI . IACOBI
. DE . LE .
HOVKE.
Ronde vorm en
diameter van 75
mm. Het
tegenzegel is:
Een driehoek,
waarbinnen een
schelp, en
begeleid van
drie zespuntige
sterren. De
legende is: +
S’ S(ANC)TI
IACOBI DE LE
HOVKE

|
De
charters
waaraan
dit
zegel
hangt,
zijn:
RAG,
Oorkonden
van de
Graven
van
Vlaanderen,
de Saint
Genois,
1642 (18
oct
1330).
ADN,
Lille,
Chambre
des
comptes,
B 1273 /
11.110(bis)
J (23
dec
1382) (fr).
4.
Vierde
groot
zegel
(1437-1546).
Dit
zegel
hangt
aan:
AR,
Brussel,
Oorkonden
van
Vlaanderen,
eerste
reeks,
2215 (
18 mrt
1438
NS).
ASJD,
(1546) (fr).
Het
zegel
is:
De
Heilige
Jacobus
(met pet
en
baard),
de
pelgrimsstaf
in de
linkerhand,
een boek
in de
opgeheven
rechterhand,
staand
op een
plateau,
begeleid
links en
rechts
van een
St-Jacobsschelp,
op een
geruit
veld met
bloemetjes
in de
rasters,
met de
legende:
+
SCABINORVM
. DE .
VILLE .
DE .
hOVKE.
Het
tegenzegel
is:
In een
drielob,
een
driehoek,
met
daarin
een Sint
Jacobsschelp.
De
legende
is: /
CONTRA /
DE .
VILLE /
DE .
hOVKE /
Dit
tegenzegel
wordt
als
zegel
gebruikt
aan AR,
Brussel,
Rekenkamer
van
Vlaanderen
te
Rijsel,
doos
43/D, 32
(10 apr
1442
NS)**


E. De zegels van Mude.
Om volledig te zijn bespreek ik hier ook het eerste zegel van Mude. In de beginperiode maakte Mude deel uit van het schependom van Damme.
1. Eerste groot zegel van Mude (1276 -1328).
Hangt voor de eerste maal aan AN, Paris, J 541, 219 (feb 1276 NS). Ook hier zijn tekst en geschrift dezelfde als die van AN, Paris, J 541, 29 (Damme).
Dit zegel is: Een schild met een anker begeleid links van een zon en rechts van een wassende maan. De legende is: + SIGILLVM SCABINORVM DE MOVDA. Ronde vorm met een diameter van 67 mm. Het tegenzegel is: Een schild met een leeuw, met de legende: + SIGILLVM . DE MVDA.
De charters, waaraan dit zegel hangt zijn:
AN, Paris, J 541, 219 (feb 1276 NS).
AN, Paris, J 542, 320 (mrt 1286 NS).
AN, Paris, J 545, 513 ( le nuit de la annunciation nostre dame al moys de march 1304 OS) (25 maart 1304 OS) (fr)
AN, Paris, J 550 B 173 (1308) (fr).
AN, Paris, J 552 (1309).
AN, Paris, J 553 A 34 (1309).
AN, Paris, J 560 A 621 (le mardi deuant la magdalene 1313) (fr).
RAG, Oorkonden van de Graven van Vlaanderen, de Saint Genois, 1444 (13 sep 1328).

F. Zegel van de geünifieerde steden Damme, Monnikerede en Hoeke. ( vanaf 1594 ).
In 1594 werden de steden Damme, Monnikerede en Hoeke samengevoegd, omdat het toen zeer slecht ging met de drie steden. Toen werd ook een zegel ontworpen, met de wapenschilden van de drie steden.
In schildhoofd: In keel met zilveren dwarsbalk dragende een naar links lopende hazewind (Damme). Rechts: In zilver, drijvend op de golven een opgetuigd schip, door een loopplank verbonden met het land; rechts op schildvoet van sinopel, in paal over het geheel, een monnik gekleed in sabel (Monnikerede). Links: In keel, drie zilveren wassenaars (Hoeke). Op de oudere vorm is de legende: + CONTRA SIGILLV AD CAUSAS CIVITAT DE DAM HOVCKE MVNICKEREE . Op de nieuwe vorm: + CONTR . SIGILL . CIVITATUM . DAMM . HOUCKE ET MEUNICKEREEDE .
Dit zijn dus beide tegenzegels, maar die aan de akten gebruikt worden als zegel. Of er een zegel was, is niet geweten. Van dit tegenzegel bestaat er nog een matrijs, dat zich in het Gruuthusemuseum bevindt te Brugge.

G. Bibliografie.
N. WOEDSTAD, Stadszegels en image-building in het middeleeuwse graafschap Vlaanderen, onuitgegeven licentiaatsthesis, Universiteit Gent (Prof. W. Prevenier), 1993.
Ik wil hier Natalie Woedstad, aspirant Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen, Vakgroep Middeleeuwse Geschiedenis, Universiteit Gent, bedanken voor de gegevens uit haar database over Damme en de Zwin-steden, dewelke mijn opzoekingswerk ten zeerste vergemakkelijkten.
Aan charter AN, Paris, J 535, 514 (januari 1238 NS) (Compiègne) (witte was) (fr); afgietsel AR, Brussel, 29573.
Aan RAG, Oorkonden van de Graven van Vlaanderen, de Saint Genois, 1642 (18 oct 1330).
Tegenzegel aan RAG, Oorkonden van de Graven van Vlaanderen, de Saint Genois, 1642 (18 oct 1330).
Aan AN, Paris, J 552 (1309).
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|